De feeërieke ijsbaan in het Ooievaarsnest in Alkmaar

Aan de oude Westfriese Omringdijk ligt een van de vriendelijkste wijken van Alkmaar: het Ooievaarsnest. De wijk dankt haar naam aan de ooievaars die elk voorjaar neerstreken op het nest op de hoge paal bij de inmiddels gesloopte boerderij aan het begin van de Frieseweg. In de jaren zestig vormde het Ooievaarsnest het pittoreske winterdecor van de ijsbaan van de familie Ackermann. De baan trok werkelijk duizenden schaatsliefhebbers.

Voetbal

Het land waarop de ijsbaan in het Ooievaarsnest was gevestigd was ooit het domein van Koning Voetbal. In de jaren dertig lagen hier de velden van ASV, MEVO en VV Oudorp, clubs met een kortstondige historie. Na het voetbalseizoen 1945/1946 werd het de thuishaven van Randers, de feitelijke voortzetting van VV Oudorp. De velden bevonden zich achter de Burgemeester Bosstraat, tussen de Ooievaarstraat en de Roerdompstraat. Randers – de naam was afgeleid van het Randersdijkje – speelde tien jaar lang in de afdeling Noord-Holland. Op 10 juni 1955 hield de club op te bestaan.

Na de terugtrekking van Randers uit de competitie fungeerde het voetbalveld een tijdlang als evenemententerrein. Naar informatie van de Oudorper chroniqueur Dick Veel vonden er windhondenrennen plaats en werd het terrein verhuurd aan het circus van Jos en José Mullens. Op de zaterdagen organiseerden Alkmaarders van Friese komaf er kaatswedstrijden. Ook het bedrijfs- en zomeravondvoetbal maakten van het oude Randersveld gebruik.

Drukte op de ijsbaan.

Beeld: Regionaal Archief Alkmaar.

Drukte op de ijsbaan.Drukte op de ijsbaan.

De droge zomer van 1959

In de jaren vijftig kwam het sportterrein in handen van Gijs en Willem Ackermann. De gebroeders Ackermann, geboren in de Haarlemmermeer en getogen in de Schermer, waren reeds bekende Alkmaarders. Sinds 1935 dreven zij een slagerij aan de Koningstraat en vanaf 1938 aan de Hekelstraat in het oostelijk stadsdeel. Na twintig jaar hielden zij de slagerswinkel voor gezien, kochten land in het Ooievaarsnest en richtten zich geheel op de handel in vee en paarden.

Het geval wil dat de gebroeders tevens verwoede schaatsliefhebbers waren. Het idee om op het terrein een ijsbaan aan te leggen ontstond tijdens de grote droogte in de zomer van 1959. Om uitdroging van het grasland te voorkomen moest het land voortdurend nat worden gehouden. Nu bleek hoe vlak het terrein was. De egale weide zou een ideale ijspiste zijn! In de herfst omringden zij het land met een waterkering en in de winter van 1959/1960 werd het 12.000 vierkante meter grote terrein met behulp van een motorpomp tot een hoogte van ongeveer 35 cm onder water gezet. Het wachten was op een echte winter.

Primeur

In de sprookjesachtig winter van 1962/1963 had de ijsbaan in het Ooievaarsnest de absolute primeur. Op zondag 23 december 1962 – nog voor de openstelling van de ijsbanen van Heiloo, Bergen, Sint Pancras en de baan aan de Omval – opende de familie Ackermann het toegangshek en testte de talentrijke Willem Schoone van de Frieseweg de kwaliteit van het ijs. De reporter van het plaatselijk dagblad roemde de ijsvloer en meldde dat die zondag honderden schaatsliefhebbers de baan in het Ooievaarsnest hadden bezocht.

Vrijwilligers waren ingeschakeld om de baan te vegen, de koek-en-zopietent (de oude viskraam van Maarten Krook) te bemannen en de entree te innen. Want er moest natuurlijk wel worden betaald. Een volwassene betaalde voor een dagkaart een gulden, kinderen moesten vijftig cent entree betalen. De kinderen van de  lagere scholen uit de omgeving kregen – mits zij in schoolverband optraden – gratis toegang. Hiervan maakten de scholen maar spaarzaam gebruik, hetgeen leidde tot fikse protesten onder de leerlingen van de katholieke Josephschool te Oudorp (‘Alle scholen hebben vrij, Oudorp is er weer niet bij’).

De ijsbaan gezien vanuit de woning van de familie Ackermann in het Ooievaarsnest in de jaren zestig.

Beeld: Regionaal Archief Alkmaar.

De ijsbaan gezien vanuit de woning van de familie Ackermann in het Ooievaarsnest in de jaren zestig.De ijsbaan gezien vanuit de woning van de familie Ackermann in het Ooievaarsnest in de jaren zestig.

Na tien jaar

De ’s avonds verlichte ijsbaan bracht de kleine buurt veel gezelligheid. De familie Ackermann stelde zich tevreden met een bescheiden winst; de ingeschakelde vrijwilligers werden na afloop van een ijswinter getrakteerd op een bezoek aan de Snip en Snap revue en een etentje.

In het winterseizoen 1971/1972 besloot de familie er een punt achter te zetten. Het jaar daarvoor was de verlichting vernield, de exploitatie gaf te veel rompslomp, de kosten wogen niet meer op tegen de baten, de strenge winters bleven uit en ongetwijfeld zal ook de opening van de kunstijsbaan De Meent in februari 1972 door het hoofd van de gebroeders hebben gespeeld. De plek van de ijsbaan is nu deel van de bebouwde Oudorperpolder. Een paar foto’s uit de schoenendoos van de familie Ackermann herinneren nog aan de feeërieke baan in het Ooievaarsnest.

Auteur: Jan van Baar

Publicatiedatum: 23/08/2011