Berlage en Verwey: vrienden en vormgevers van de Nieuwe Beurs

Het Amsterdamse beursgebouw mag dan wel de naam van zijn architect Berlage dragen, in werkelijkheid was het een Gesamtkunstwerk: een creatie van verschillende moderne kunstenaars. Albert Verwey was één van hen. Als vriend van Berlage kreeg hij de taak om de wanden van de nieuwe beurs op te luisteren met dichtregels over Amsterdam als handelsstad. Dat deed Verwey, als overtuigd socialist, met de nodige scherpe kanttekeningen.

Hendrik Petrus Berlage (1856-1934) en Albert Verwey (1865-1937) ontmoetten elkaar rond 1896, toen Berlage aan de villa van Verweys schoonmoeder in Noordwijk werkte. Verweys woning stond daar vlak naast. Al snel ontstond een hechte vriendschap tussen de architect en de dichter. Beide heren waren aangesloten geweest bij de literaire beweging de Tachtigers, maar vonden elkaar in hun afkeer van de individualistische benadering van kunst die deze groep kenmerkte. Daarnaast deelden ze een drang naar vernieuwing, geworteld in vaderlandsliefde en sociaal idealisme. Ze waren het erover eens dat een heel nieuwe maatschappelijke houding nodig was om te ontsnappen aan de Jan Saliegeest van hun eigen tijd.

Toen Verweys jongere broer Chris in 1898 trouwde met Jacqueline Bienfait, de zus van Berlages vrouw, werden de twee ook nog eens familie van elkaar. Hierdoor werd hun band alleen maar hechter. Tekenend is een citaat uit een brief die de doorgaans ingetogen Berlage in 1912 aan Verwey schrijft: ‘Ja, wel zijn onze gezinnen vriendschappelijk met elkaar verbonden geraakt, zoodat het begrijpelijk is dat we deelen in alles wat er in die gezinnen voorvalt.’ Daarnaast hielp hij Verweys zus Margaretha om een carrière in het ontwerpen van handwerkpatronen op te starten.

Links: Berlage op latere leeftijd, afkomstig uit Bouwkundig Weekblad Architectura, 1934. Rechts: Portret van Verwey door Jacob Hilsdorf, 1904. Beide afbeeldingen via Wikimedia (publiek domein).

Vriend, familie en collega

Ook op het gebied van werk wisten de vrienden elkaar te vinden en te steunen. Ze publiceerden lovende artikelen over elkaars artistieke prestaties en Berlage hielp Verwey om een hoogleraarschap in Leiden te bemachtigen. Vanaf 1908 raakte Berlage bovendien betrokken bij het door Verwey opgerichte tijdschrift De Beweging, waarin hij beschouwingen over de relatie tussen (bouw)kunst en de maatschappij plaatste. In dit tijdschrift konden de vrienden hun idealistische kijk op de toekomst kwijt, totdat hun dromen door de harde realiteit van de Eerste Wereldoorlog werden ingehaald.

De heren hadden voor de tijd van De Beweging al eens eerder langdurig samengewerkt aan de bouw van de Nieuwe Beurs, die Berlages naam zou gaan dragen. Toen Berlage in 1896 de opdracht voor de beurs kreeg, hoefde hij niet lang na te denken wie hij voor de poëtische decoraties zou vragen. Om de samenhang van de letterkunde en de bouwkunst te tonen, werd Verwey uitgenodigd om het gebouw dichterlijk op te luisteren. Ook andere moderne kunstenaars werden bij het Gesamtkunstwerk betrokken, onder wie Jan Toorop, Richard Roland Holst en Antoon Derkinderen. De beurs zou een samenspel worden van allerlei artistieke disciplines.

Overzicht van de Beurs van Berlage, met rechts de toren van de Oude Kerk. Foto door Martin Alberts, 1992. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Magnum opus

Zeven jaar lang werkte Berlage aan de Nieuwe Beurs, die in 1903 geopend werd. Verwey schreef zijn verzen tussen 1899 en 1900. Net als Berlage stopte hij veel tijd en aandacht in deze belangrijke klus. Het resultaat van Verweys dichtwerk bestaat uit vijf delen, die samen zijn ‘Bijdragen tot de Versiering van de Nieuwe Beurs’ vormen. Alleen het eerste deel, dat bestaat uit twintig kwatrijnen, is uiteindelijk gebruikt om in het steenwerk van de beurs te beitelen. De rest is te lezen in Verweys verzameld werk.

Verweys kwatrijnen bestaan elk uit vier versregels met twee rijmklanken, in het traditionele a-b-b-a rijmschema. De meeste regels bevatten vijf beklemtoonde lettergrepen, sommigen wijken enigszins daarvan af. Wat Verwey met deze simpele dichtvorm aan traditie en braafheid uitstraalt, lijkt hij goed te willen maken door zijn moderne en complexe woordkeuze en zinsopbouw. Hierdoor sluiten de vorm en inhoud van zijn gedichten niet helemaal op elkaar aan en wekt hij soms de indruk opzettelijk ‘moeilijk’ over te willen komen. Dit wordt al duidelijk in de tweede regel van het allereerste kwatrijn, waarover men zich kan afvragen wat Verwey hier nu daadwerkelijk wil zeggen:

Beginsel

Wie wand en ruit van dit gebouw wil sieren –
Want niet daar vrij van toon’ zich ’t tooiend beeld –,
Zie in den geest hoe ’t zich in ruimten deelt,
Die saam eenzelfd doch elk haarzelfs plan vieren.

Mensen zitten op de trappen voor de ingang van de Beurs van Berlage aan het Beursplein. Op de gevel een reliëf met gedicht van Verwey. Foto door Ino Roël, 1989. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Gebeitelde boodschappen

Als overtuigd socialist moet het voor Verwey niet makkelijk zijn geweest om een ode te schrijven aan het moderne kapitalisme, belichaamd in het kolossale gebouw van de Nieuwe Beurs. Zijn gedichten leren ons echter dat hij van mening was dat beide stromingen elkaar niet noodzakelijkerwijs uitsloten. Sterker nog, de idealistische Verwey zag dat ze best bondgenoten van elkaar konden zijn, als het door kapitalisme verdiende geld maar ingezet werd voor een moreel doel: sociale rechtvaardigheid. Tussen de ‘goede’ en de ‘slechte’ kapitalist plaatst hij slechts een dun randje sociaal verantwoordelijkheidsgevoel. Dat wordt duidelijk in het volgende kwatrijn:

De Trap: Koopman

De koopman die zijn vloot op zeeën heeft –
Fabriek- en landvolk slaven voor zijn vrachten – :
Schoon, zo dat Ambt tot heil van ’t volk betrachten,
Slecht, zo zijn Buidel hij te vullen streeft.

Hoewel Verwey in sommige kwatrijnen de handel en industrie haast onvoorwaardelijke lof lijkt toe te zingen, plaatst hij in andere strofes scherpe kanttekeningen bij de exploitatie van arbeid. Bijvoorbeeld in het volgende kwatrijn, dat evenals het vorige een plaats in het trappenhuis kreeg en aandoet als een waarschuwing voor fabriekseigenaren:

De Trap: Fabrieksheer

Fabrieksheer die van ’t volk den arbeid regelt
En ’t werk van elk door ’t werktuig honderdvoudt,
Te groot zij ’t deel niet dat daarvoor ge onthoudt :
’t Wapen is ’t goud van ’t volk waar gij mee zegelt.

Gevelreliëf met gedicht van Verwey boven de ingang van de beurs aan het Damrak. Foto: Gouwenaar, 2012. Via Wikimedia (publiek domein).

Gezamenlijk kunstwerk

De Nieuwe Beurs werd op 27 mei 1903 feestelijk geopend door de dan zeventienjarige koningin Wilhelmina. Voor de gelegenheid waren lopers uitgelegd en wimpels in Amsterdamse kleuren in de klokkentoren opgehangen. De beurs verving de oude Beurs van Zocher, een klein en tochtig gebouw dat op de huidige plek van de Bijenkorf aan de Dam stond.

Later zou de Nieuwe Beurs de naam van zijn ontwerper gaan dragen, als eerbetoon aan Berlage. Het gebouw is tegenwoordig niet meer in gebruik als effectenbeurs, maar huisvest bedrijfjes, restaurants en kan afgehuurd worden voor tentoonstellingen, vergaderingen en evenementen. Ook Verweys naam komt in het gebouw terug. De Verwey kamer is één van de zalen die afgehuurd kan worden voor conferenties van maximaal 60 personen. Zo leven de namen van de vrienden in hun gezamenlijke kunstwerk voort.

Damrak met rechts de pas geopende Beurs van Berlage. Tekening van Willem Wenckebach, ca. 1905. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Poëtisch einde

De hechte vriendschap tussen Berlage en Verwey kon alleen verbroken worden door de dood. Berlage overleed in 1934 als eerste van de twee. Verwey volgde drie jaar later en werd begraven in Noordwijk. Zijn grafsteen wordt gesierd door één van zijn eigen gedichten, ‘De gerichte wil’ (1922):

Wanneer ik stierf en zij die mij beminden
Rondom mijn baar staan en de een d’andre vraagt:
Wat hadt ge lief in hem: zijn menschlijkheid,

Zijn dichterlijke gaaf, zijn trouw aan vrinden,
De zachtheid van een kracht die draagt en schraagt,
Of de onafhanklijkheid van zijn beleid, –

Dan hoop ik dat een zeggen zal: wij weten
Dat hij als mensch, dichter en vriend, als kracht
En leider ’t zijne deed, maar nu de spil

Van ’t denken stilstaat en in zelfvergeten
Zijn mond zich sloot, zien wij zijn sterkste macht:
Een op de onsterflijkheid gerichte wil.

De Beurs van Berlage is tegenwoordig een congres- en evenementenlocatie. Foto door Chiefs of Content / Beurs van Berlage, via Wikimedia (CC BY-SA 4.0).

Tekst: Sarah Remmerts de Vries
Omslagfoto: Gevelreliëf met gedicht van Verwey boven de ingang van de beurs aan het Beursplein. Foto: Beko, 2015. Via Wikimedia (CC BY-SA 4.0).

Bronnen:

  • Albert Verwey, ‘Bijdragen tot de versiering van de nieuwe beurs (1899-1900)’, in: Verzameld werk.
  • Paul Gabriner, ‘How I met Albert Verwey’, Argus (1993) 45-55.
  • Mathijs Smit, ‘Het gemeenschappelijke werk van H.P. Berlage en Albert Verwey: “In deze Bouwkunst kan onze Dichtkunst een zuster zien”’, Literatuur 12 (1995) 261-269.
  • ‘27 mei 1903. Opening van de Beurs van Berlage’, Ons Amsterdam.
  • Grafmonument van Albert Verwey, Dodenakkers.

Publicatiedatum: 11/06/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.