Arme kinderen moeten naar Veenhuizen

‘Arme mensen hebben arme kinderen. Hun lot was vroeger zo mogelijk nog benarder dan dat van volwassenen. Dat gold in versterkte mate voor weeskinderen of kinderen die in de steek waren gelaten; zij misten elk houvast en bescherming. Zij werden ondergebracht in plaatselijke weeshuizen. De kosten die daaruit voortvloeiden waren als regel voor rekening van gemeentelijke armbesturen. Deze kosten rezen de pan uit, vonden  Koning Willem I en zijn raadgevers omstreeks 1820. Er was daarom een slim plan uitgedacht en ook tot uitvoering gebracht.’ Voor rtvAmstelveen vertelt Peter van Schaik in zijn historische column hoe kinderen uit armlastige gezinnen gedwongen naar Veenhuizen werden getransporteerd. Velen stierven daar.

Van Schaik: ‘In Veenhuizen (Drenthe) werd een gebouwencomplex neergezet waarin 4000 arme kinderen en met name wezen, konden worden ondergebracht. Zij zouden daar kleding, onderdak, voedsel en onderwijs kunnen ontvangen en zo opgroeien tot volwaardige leden van de maatschappij. Daarmee zou het nijpende armoedevraagstuk voor een flink deel opgelost worden. Die kinderen moesten ook enig werk verrichten ter vermindering van de kosten en de rest moest worden bijgepast door de gemeente van herkomst.’
‘Het liep echter niet storm daar in Veenhuizen. Er werden daar maar 1300 kinderen opgenomen. De andere 2700 moesten er alsnog komen vond men in Den Haag. De gemeentebesturen moesten een evenredig aantal selecteren en opzenden. Dat ging niet soepel want in de gemeenten zag men dat de kosten in Veenhuizen hoger lagen dan de huisvesting in eigen weeshuis.’

’t Dorp Amstelveen

't Dorp Amstelveen’t Dorp Amstelveen

Liever ophangen aan boom

‘Nieuwer-Amstel kreeg een quotum van 25 kinderen opgelegd,’ vertelde Van Schaik in mei 2012 zijn column voor rtvAmstelveen. ‘Deze kinderen moesten tussen zes en achttien jaar zijn. Na veel vijven en zessen werd dit aantal teruggebracht tot negen. De burgemeester had nog een aantal arme huisvaders persoonlijk aangesproken over de voordelen die het had als hun kinderen ook naar Veenhuizen werden gestuurd. Willem Kruit ging er op in en stelde zijn drie kinderen beschikbaar. Alle anderen weigerden. Een vader antwoordde dat hij hemzelf en zijn kinderen liever ophing aan een boom. De man had tien kinderen! Dit maakt wel duidelijk dat Veenhuizen vanaf het begin in een kwade reuk stond hij het arme volk.’

De kleine bedelaar

De kleine bedelaarDe kleine bedelaar

‘Er reisden dus – verdeeld over twee contigenten – negen kinderen af uit Amstelveen. Eerst ging het naar het bedelaarsgesticht te Hoorn. Hier kregen de kinderen brood, bier, kaas en ligstro. De volgende dag ging het gezelschap van 182 Noordhollandse kinderen per boot naar Meppel en vervolgens eveneens per schip naar Veenhuizen. De kinderschare werd begeleid door acht oppassers. Hoe het die kinderen tijdens die reis te moede was kunnen we slechts raden.’

Abominabel

‘De leefomstandigheden moeten in Veenhuizen abominabel geweest zijn. Binnen een half jaar na aankomst overleden zes van de negen Amstelveense kinderen,’aldus Peter van Schaik. ‘Het blijkt niet uit de stukken dat men vanuit Amstelveen geprobeerd heef te weten te komen  onder welke omstandigheden deze kinderen bezweken waren. De drie kinderen die wisten te overleven waren uitgerekend de kinderen Kruit die op vrijwillige basis in Veenhuizen terecht waren gekomen. Men kan veronderstellen dat zij meer vitaliteit hadden dan de meeste kinderen. Maar het is ook mogelijk dat zij agressiever waren en elkaar ondersteunden in de dagelijkse strijd om het bestaan.’

Het nu opsteken van een moralistisch vingertje heeft volgens Peter van Schaik weinig zin: ‘Zo pakte men de zaak 175 jaar geleden aan. Het maakt overigens wel duidelijk dat het leven en de levensomstandigheden van een arm kind destijds niet iets was waarbij je men lang stil stond. Ik vind het voldoening gevend dat ik nog even aandacht kon vragen voor deze schamele levens.’

Publicatiedatum: 08/11/2012