Amsterdam en water, deel 2

De gunstige ligging van Amsterdam aan het IJ heeft de stad vanaf de dertiende eeuw gemaakt tot wat zij nu is. De locatie in de oksel van het IJ en de verbinding met de Zuiderzee faciliteerden de handel die vanaf de zestiende eeuw tot grote bloei kwam en Amsterdam een welvarende en machtige stad maakte. De idyllische grachten trekken jaarlijks miljoenen toeristen en maken de stad tot wat zij is. Het water bracht de bewoners van dit gebied echter niet alleen maar goeds. In de zeventiende eeuw kampte de stad met een serieus probleem: Amsterdam slibde dicht.

Allegorie op de bloeiende Amsterdamse zeehandel.

Allegorie op de bloeiende Amsterdamse zeehandel.Allegorie op de bloeiende Amsterdamse zeehandel.

Oplossing voor vervuiling

Problemen met de verzilting en vervuiling van het binnenwater in de stad noodzaakten burgemeester Johannes Hudde in de zeventiende eeuw actie te ondernemen. Hij begon met de aanleg van het Amstelsluizencomplex en liet de Nieuwe Vaart graven. Deze vaart aan de oostkant van de stad moest zorgen voor de afvoer van het vuile stadswater. De kwaliteit van het water ging er hiermee flink op vooruit, maar schoon genoeg om het te drinken was het zeker niet. Daarvoor werd schoon drinkwater met schepen aangevoerd vanuit het Gooi. Waterschepen vervoerden ladingen met drinkwater via de mede hiervoor aangelegde ’s-Gravelandsevaart, Muidertrekvaart en Weespertrekvaart in de jaren dertig en veertig van de zeventiende eeuw richting de stad.

Huidig waterbeheer

Tegenwoordig wordt water in Amsterdam op een andere manier beheerd dan vroeger. Regenwater dat in de landelijke en stedelijke polders valt, wordt in sloten en vaarten verzameld en naar de boezem gepompt. Een boezem is een stelsel van sloten, meren, kanalen en plassen die met elkaar in verbinding staan en waar naar een bepaald vast peil gestreefd wordt. De boezem vangt het water op uit de omliggende polders en voert het af richting zee of het IJsselmeer. De stadsboezem van Amsterdam is van belang voor de kwantitatieve waterhuishouding van zowel de binnenstad als voor het ten zuiden van Amsterdam gelegen boezemgebied. Het stroomgebied van de Amstel watert via de grachten van Amsterdam af op het IJ. Vandaar stroomt het water via het Noordzeekanaal richting zee.

Sluizen

Sluizen zoals de Haarlemmersluis spelen een cruciale rol binnen het waterbeheer van de stad. In de loop van de tijd zijn de sluizen verbeterd, maar de eerste sluizen waren heel eenvoudig. In de dertiende eeuw werd de eerste sluis aangelegd in de Dam. Een rechthoekige opening met een houten schuifdeur kon het water naargelang de omstandigheden tegenhouden of doorlaten. Een dergelijke sluis heet een spuisluis. Om de sluizen snel en gemakkelijk te kunnen openen en sluiten werd de sluisdeur verbonden met een systeem van touwen en wielen.

Ik worstel en kom boven

Later werd een nieuw type sluis geïntroduceerd: de sluis met een deur met verticale draaias. Sommige grote sluizen waren zelfs voorzien van een dubbele sluisdeur, die door de werking van eb en vloed vanzelf open of dicht kon gaan. Daarnaast zijn er schutsluizen, waarbij er ruimte is tussen beide sluisdeuren voor schepen. Deze sluiskolk zorgt ervoor dat schepen op een veilige manier van hoog naar laag water en andersom kunnen varen. Een goed voorbeeld hiervan is het Amstelsluizencomplex, door Hudde aangelegd in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Met een ingenieus systeem van sluizen is het Amsterdam gelukt, zij het met vallen en opstaan, het water te beheren en te beheersen.

Lees hier Amsterdam en water deel 1 voor het begin van dit verhaal.

De Haarlemmersluis in het Singel.

De Haarlemmersluis in het Singel.De Haarlemmersluis in het Singel.

Publicatiedatum: 13/06/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.