Amstelland en Meerlanden: van Haarlemmermeer tot polder

Noord-Holland liep onder de voet door de inklinking van de bodem en het oprukkende water. 'Waterwolf' de Haarlemmermeer moest worden drooggelegd.

Vanaf 2011 kunnen kinderen experimenteren met oude droogmakerijtechnieken in waterwerkplaats De Waterwolf. De werkplaats is onderdeel van De Cruquius, nu een museum. Tussen 1848 en 1852 was De Cruquius één van de drie stoomgemalen die het gigantische Haarlemmermeer hebben drooggemaakt.

Museum De Cruquius, voorheen stoomgemaal.

Museum De Cruquius, voorheen stoomgemaal. Beeld: Cultureel Erfgoed Noord-Holland, foto P. Mookhoek.

Ontstaan van het Haarlemmermeer

In de vroege 17e eeuw waren er verschillende grote en kleine meren in het gebied dat nu de Haarlemmermeer is. Daartussen lagen veengronden en veenmoerassen. Door stormen en turfwinning verdween steeds meer veengrond. Zelfs hele dorpen gingen verloren, bijvoorbeeld Nieuwerkerk. Uiteindelijk ontstond er één groot Haarlemmermeer, dat maar door bleef groeien. Het Haarlemmermeer kreeg de naam een ‘waterwolf’ te zijn.

Slag op de Haarlemmermeer.

Slag op de Haarlemmermeer. Beeld: Collectie Noord-Hollands Archief.

Plannen voor inpoldering

Het eerste plan voor de inpoldering stamde al uit 1610. Er zouden er nog vele volgen. Voorstanders wilden een einde maken aan de voortdurend afbrokkelende oevers en de veelvuldige overstromingen door stormen. Er werd steeds meer land weggevreten. Maar steden als Haarlem en Gouda wilden het meer koste wat kost behouden. De binnenscheepvaart en visserij leverde hun namelijk veel inkomsten op.

Kaart van de Haarlemmermeer uit het Kaartboek van Rijnland.

Kaart van de Haarlemmermeer uit het Kaartboek van Rijnland. Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Besluit droogmalen Haarlemmermeer

Door een zware zuidwesterstorm overstroomde in 1836 het hele poldergebied tussen Sloten en Amsterdam. Nog geen maand later stak opnieuw een geweldige storm op. Ditmaal uit het noordoosten. Nu werden de polders aan de overkant van het Haarlemmermeer blank gezet. Het water stroomde door de laag gelegen wijken van Leiden. Vooral de boeren werden zwaar getroffen. In 1838 leefde Nicolaas Beets zich in hun situatie in en dichtte: “Groote Plas, groote Plas!/ ‘k Wou je leeggemalen was / Want je knabbelt, alle jaren / Aan mijn weiland met je baren / En het kost mij heel wat geld / Om je perk te zien gesteld.”

Na deze laatste ramp besloot men de waterwolf te temmen. Koning Willem I zette zijn handtekening onder de nieuwe plannen. Tot dan toe hadden particulieren voor het droogmalen van polders gepleit. Dit was voor het eerst dat een centrale landsregering dit soort ingrijpende besluiten kon nemen. Ook als provincies en steden dat niet wilden.

Binnenwerk van stoomgemaal De Cruquius.

Binnenwerk van stoomgemaal De Cruquius. Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Eerst aanleg ringdijk en ringvaart

Voordat het Haarlemmermeer kon worden drooggemalen moest er eerst iets anders gebeuren. Er werd een ringdijk en een ringvaart van ruim 60 kilometer lang om het meer aangelegd. Beide bestaan nog steeds. Het ‘rondje ringvaart’ is een populaire tocht onder wielrenners.

In 1839 begonnen duizenden arbeiders met de aanleg. De vaart en dijk liepen door het oude land, langs het toenmalige meer. De dijk en de vaart volgden zoveel mogelijk de oeverlijn. Alleen bij Vijfhuizen, Lisserbroek en Huigsloot werden bestaande landtongen doorgraven. Hierdoor kwamen deze later terecht in de Haarlemmermeerpolder. Zes jaar later waren de ringvaart en ringdijk klaar. De polder kon nu worden drooggemalen.

Stoomgemaal De Leeghwater.

Stoomgemaal De Leeghwater. Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Stoommachines malen Haarlemmermeer leeg

Stoommachines maalden het Haarlemmermeer leeg. Dit was voor het eerst. Bij meren die eerder waren leeggemalen gebruikte men windmolens. Het was dus een spannend experiment. Niemand had hier ervaring mee. Er kwamen drie stoommachines, ontworpen door de waterbouwkundig ingenieur Beijerinck: De Cruquius bij Heemstede, De Leeghwater in het zuiden van het Haarlemmermeer en De Lijnden in het noorden. Ze waren vernoemd naar waterbouwkundigen die alledrie plannen hadden opgesteld om het Haarlemmermeer droog te malen. In 1848 begonnen ze te pompen. Vier jaar later, in het voorjaar van 1852, kwam de bodem van het meer in zicht. De stoomgemalen hadden samen 800 miljoen kubieke meter weggewerkt.

Stoomgemaal De Lijnden.

Stoomgemaal De Lijnden. Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

De polder Haarlemmermeer

Toen het Haarlemmermeer was drooggemalen waren de overstromingen voorbij. Nederland had er bovendien vele hectaren nieuw land bij. In het midden van de polder kwamen twee nieuwe dorpen: Kruisdorp en Venneperdorp. Omdat er al een Kruisdorp in Zeeland bleek te bestaan, werd dit dorp een paar jaar later omgedoopt tot Hoofddorp. Venneperdorp werd Nieuw-Vennep.

Voor de eerste bewoners van de polder was het een moeilijk en hard bestaan. Het was een armoedig gebied, dat berucht was door de hoge criminaliteit. Bovendien was het erg slecht bereikbaar. Met de komst van Schiphol in 1919 zou de Haarlemmermeer sterk van gezicht veranderen. Waar vroeger schepen voeren en golven klotsten, landen nu enorme jumbovliegtuigen.

Over de geschiedenis van de polder is veel te zien in het Historisch Museum Haarlemmermeer.

Fokker verkeersvliegtuigen op Schiphol, 1938.

Fokker verkeersvliegtuigen op Schiphol, 1938. Beeld: Collectie Noord-Holland Archief.

Publicatiedatum: 25/11/2010

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.