‘100 jaar Schiphol’ is ode aan koffers en speurhonden

Schiphol bestaat honderd jaar, en dat moet gevierd worden. Het Amsterdam Museum doet dat met een leuke familietentoonstelling. De tentoonstelling '100 jaar Schiphol – klaar voor vertrek' wil een antwoord geven op vragen die elke bezoeker zich wel eens stelt: welk traject legt mijn koffer af voordat hij het vliegtuig in wordt geschoven?

Schiphol in de jaren zestig. Beeld: Paul Huf MAI

Schiphol in de jaren zestig. Beeld: Paul Huf MAISchiphol in de jaren zestig. Beeld: Paul Huf MAI

Met een virtual reality-bril kun je die kilometers lange reis zelf volgen, maar je kunt ook op een filmpje zien hoe bewegende banden en robotarmen je koffer bijna intuïtief naar het juiste vliegtuig duwen.Die VR-brillen – er zijn er maar vier, dus gaat u gerust in een slaapzak voor de ingang van het Amsterdam Museum liggen – zijn voor jong en oud. Maar daarnaast is er in elk van de vier tentoonstellingszalen iets bedacht om kinderen op een speelse manier leuke weetjes bij te brengen. Zo kun je al meteen in de eerste zaal de vorm van de landingsbanen bij elkaar puzzelen. De expositie, die maar liefst acht maanden duurt, is zeer geschikt voor de héle familie. In die eerste zaal kunnen kinderen, die bij de entree een instapbiljet krijgen, ook nog het banenstelsel op hun biljet stansen.

Campagnebeeld bij de tentoonstelling ‘100 jaar Schiphol – Klaar voor vertrek’. Beeld: Amsterdam Museum

Campagnebeeld bij de tentoonstelling '100 jaar Schiphol - Klaar voor vertrek'. Beeld: Amsterdam MuseumCampagnebeeld bij de tentoonstelling ‘100 jaar Schiphol – Klaar voor vertrek’. Beeld: Amsterdam Museum

440 passagiers

Het begon allemaal honderd jaar geleden op een boerenveldje in de Haarlemmermeer, met daarop vier loodsen. Je gaat er nog naar terugverlangen als je tegenwoordig een half uur moet taxiën voor je eindelijk het vliegtuig mag verlaten, als één van de zestig miljoen bezoekers die Schiphol per jaar trekt. En dat terwijl de nationale luchthaven in 1920 nog maar 440 passagiers per jaar verwerkte. Onnodig te vermelden dat vliegen aanvankelijk alleen voor de happy few was.De eerste vier jaar is Vliegveld Schiphol nog een militair vliegveld. Nederland is weliswaar geen partij in WO I, maar de oorlogsdreiging wordt wel gevoeld. Op 17 mei 1920 gaat de burgerluchtvaart van start als uit Londen het eerste KLM-vliegtuig landt. Schiphol bestaat dan nog uit zes houten barakken, waarvan er een bij de KLM in gebruik is als vliegtuigstalling, vrachtloods èn vertrek- en aankomsthal. In Aviodrome (Lelystad) is nog iets van die pionierstijd te proeven. In 1967 gaat het snel als Schiphol-Oost wordt verlaten, en even verderop een nieuw stationsgebouw in gebruik wordt genomen. Daaromheen zijn vier banen in de vorm van een molenwiek, zodat je bij elke windrichting kunt opstijgen en landen. Het aantal passagiers is dan al tot 3,2 miljoen gegroeid.Dat Schiphol zoveel méér is dan vliegen komt in de tweede zaal aan bod. Over alle beroepen op de luchthaven (van bagagemedewerker tot marechaussee) worden korte vragen gesteld en als je het antwoord goed hebt, klinkt er een enthousiast ‘yeah’ uit de speakers. Aan een soort van waslijn hangen allerhande vliegtuigmodellen. Via een hoofdtelefoon kun je horen welk geluid ze maken, en ontdekken dat vliegtuigen weliswaar steeds groter, maar ook stiller worden.

Voorbeeld van de wereldberoemde bewegwijzering die de Nederlandse ontwerper Paul Mijksenaar in 1990 voor Schiphol ontwierp. Beeld: Arnoud van Soest

Voorbeeld van de wereldberoemde bewegwijzering die de Nederlandse ontwerper Paul Mijksenaar in 1990 voor Schiphol ontwierp. Beeld: Arnoud van SoestVoorbeeld van de wereldberoemde bewegwijzering die de Nederlandse ontwerper Paul Mijksenaar in 1990 voor Schiphol ontwierp. Beeld: Arnoud van Soest

Kolibri’s smokkelen

Bij vliegen horen natuurlijk ook smokkelaars, waar een aparte vitrine voor is ingericht. Conservator Laura van Hasselt wijst op een merkwaardige blauwe broek, met allerlei vakjes, waarin een Surinaamse man 12 kolibri’s het land in probeerde te smokkelen. Dat mislukte en de meeste kolobri’s overleefden gelukkig hun ongevraagde overtocht naar het koude kikkerlandje. Van Hasselt: “Dat verzin je toch niet? Mensen doen van alles om geld te verdienen.”Met drugs smokkelen kun je ook geld verdienen, vooropgesteld dat je niet tegen de lamp loopt. Speurhondenbegeleider Leon Warnies weet er alles van. Hij heeft met negen speurhonden gewerkt, waarvan Caesar één van zijn toppers was. De familie waar de Duitse herder was opgegroeid had hem aanvankelijk een andere hond aangeboden, maar die bleek totaal ongeschikt als speurneus. Caesar en Leon hadden echter meteen een klik, al kostte het nog wel wat moeite om hem van de vrouw des huizes los te praten. “Mevrouw had kinderen, dus ik heb haar kunnen overtuigen van het maatschappelijke belang van drugsopsporing.” Met het argument ‘Als hij veel drugs vangt, kunnen we de boel een beetje clean houden,’ wist hij de vrouw tot tranen toe te ontroeren, waarna Caesar mee naar Schiphol mocht.

Leon Warnies en zijn speurhond Caesar in 1992. Beeld: Hans Rijnaard

Leon Warnies en zijn speurhond Caesar in 1992. Beeld: Hans RijnaardLeon Warnies en zijn speurhond Caesar in 1992. Beeld: Hans Rijnaard

Worsthonden

Negen jaar lang heeft hij als onbezoldigd medewerker van de douane drugs opgespoord, van hasj en weed tot heroine en xtc. Trots meldt Warnies dat hij als speurhondenbegeleider 583 drugsvondsten heeft gedaan, waarbij Caesar hem welgeteld negen jaar terzijde heeft gestaan. En toen mocht hij met pensioen en bij Warnies gaan wonen. “Zo’n hond verdient een goede oude dag.”Zijn negen speurhonden waren allemaal Duitse herders, die alleen al vanwege hun goed ontwikkelde reukvermogen zeer geschikt zijn om verdovende middelen op te sporen. “We hebben het ook wel eens met Labradorhonden geprobeerd, maar die zijn gek op voedsel, dus bij vluchten van Zuid-Amerikanen, die veel voedsel meenemen, wees hij constant mensen aan die worst bij zich hadden. Daar hadden we dus niet veel aan.”De speurhonden van de douane zijn overigens kleiner dan die van de politie, voegt hij er nog aan toe. Warnies knikt instemmend als iemand vraagt of de douane ook wel eens kleinere honden heeft uitgeprobeerd: “We hebben wel eens met kleinere honden gewerkt, maar daar struikelden mensen over of ze stonden op hun tenen. Was ook geen succes, want die beesten dorsten de menigte niet meer in.”

Stewardessenkostuum Kenia Airlines uit de jaren negentig, uit de collectie van Cliff Muskiet. Beeld: Amsterdam Museum

Stewardessenkostuum Kenia Airlines uit de jaren negentig, uit de collectie van Cliff Muskiet. Beeld: Amsterdam MuseumStewardessenkostuum Kenia Airlines uit de jaren negentig, uit de collectie van Cliff Muskiet. Beeld: Amsterdam Museum

Verdachte paspoorten

Intussen heeft de rondleiding een verhoging bereikt, waar bezoekers zich als marechaussee kunnen verkleden (er hangen jassen en petten) en met behulp van een touch screen kunnen leren hoe je verdachte paspoorten er snel uit kunt vissen. Wie echter meer met mode heeft, kan beter meteen doorlopen naar de collectie stewardessenkostuums van maatschappijen die op Schiphol vliegen. De conservator is helemaal weg van het rode pakje van een Keniaanse stewardess, omdat dat met een panterprintje is afgezet.De kostuums komen uit de collectie van KLM-steward Cliff Muskiet, die maar liefst 1359 kostuums van 504 vliegtuigmaatschappijen heeft verzameld. “Het is héél bijzonder dat wij er acht van kunnen laten zien, want hij leent ze nooit uit.”Uiteindelijk belanden we in de laatste zaal die de bagageafhandeling in het zonnetje zet. Je kunt er luisteren naar tienjarige kinderen die vertellen hoe de luchtvaart er in 2050 uit zal zien. Het is nog maar de vraag of er dan nog gevlogen zal worden en of we in 2050 niet in tijdmachines stappen om te worden geteleporteerd. Met een beetje pech kom je in duizend stukjes aan de andere kant van de wereld uit, maar een half uur taxiën is er dan in ieder geval niet meer bij.Naast een tentoonstelling in het Amsterdam Museum, die tot en met 7 mei is te zien, er is ook een online museum. Op deze website zijn soms unieke beelden te zien uit de archieven van de luchthaven, het Stadsarchief, Stedelijk Museum en Amsterdam Museum.

Auteur: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 14/09/2016