West-Indisch Huis: van vleeshal tot sfeervolle feestlocatie

Het markante West-Indisch Huis heeft in ruim vierhonderd jaar allerlei verschillende functies gehad. Van Herenmarkt tot Haarlemmerstraat en van hoofdkwartier van de West-Indische Compagnie (WIC) in Amsterdam tot de toplocatie voor huwelijken, congressen en vergaderingen die het indrukwekkende witte pand nu is; een buitengewoon verleden.

Tekening van het West-Indisch Huis

Tekening van het West-Indisch HuisTekening van het West-Indisch Huis

West-Indisch Huis was vleeshal

Ze hebben elkaar net het jawoord gegeven en het kersverse echtpaar loopt nu de statige trouwzaal uit. Het weer staat het toe om de receptie op de prachtige binnenplaats te houden. De gasten gooien rozenblaadjes als het bruidspaar de trappen van het West-Indisch Huis afdaalt naar de binnenplaats. Na de receptie volgen nog een diner in de Commandeurszaal en een feest in de schitterende Schutterszaal.

Het West-Indisch Huis aan de Haarlemmerstraat is niet altijd het decor geweest van bruiloften. In 1617 besluit het stadsbestuur om tussen een plein – dat dient als varkensmarkt- en de Haarlemmerstraat een vleeshal te laten bouwen. De tweede etage van het pand is bestemd als wachtlokaal voor de schutterij. Het gebouw heeft een buitentrap met bordes en in de halfronde nissen boven de ramen op de begane grond zijn stenen koeienkoppen gebeeldhouwd.

West-Indische Pakhuizen

Beeld: Stadsarchief Amsterdam, Willem Witsen, Collectie Atlas Dreesman

West-Indische PakhuizenWest-Indische Pakhuizen

Vergaderruimte West-Indische Compagnie

Vijf jaar lang is het West-Indisch Huis decor van handelaren, consumenten, dieren en vlees. Maar vanaf 1623 wordt het gebouw gehuurd door de West-Indische Compagnie die in 1621 opgericht is ter bevordering van de handel. De Compagnie krijgt van de Staten-Generaal het monopolie op handel drijven in het gehele Atlantische gebied. De compagnie zoekt vergaderruimte voor de vergaderingen van de bewindhebbers en vindt dit in de oude vleeshal. Het gebouw wordt fors uitgebreid aan de achterzijde. Het West-Indisch Huis wordt drie keer zo groot en krijgt bovendien een mooie binnenplaats. De schutters behouden hun zaal, maar de vleeshal verdwijnt. Het West-Indisch Huis is in 1625 de locatie waar bevelhebbers opdracht geven een fort op Manhattan te bouwen, de eerste aanzet tot de wereldstad New York.

West-Indisch Huis

Beeld: Stadsarchief Amsterda, Wenckebach

West-Indisch HuisWest-Indisch Huis

Andere bestemmingen West-Indisch Huis

Vanwege financiële problemen verhuist de West-Indische Compagnie in 1647 naar het pakhuizencomplex op Rapenburg. Pas tien jaar later zal het gebouw aan de Haarlemmerstraat een nieuwe bestemming krijgen. Vanaf 1657 dient het als herberg onder de naam ‘Nieuwezijds Heerenlogement’. In 1825 wordt het gebouw gekocht door de Hersteld Evangelische Diaconie om het in te richten als tehuis voor wezen en bejaarden. De nieuwe bestemming doet het gebouw geen goed. De karakteristieke gevel en de hoge stoep worden vlak gemaakt en bedekt met een pleisterlaag. Na wezen en bejaarden vindt vanaf 1954 een textielgroothandel onderdak in het West-Indisch huis.

Brand verwoest West-Indisch Huis

In 1975 slaat het noodlot toe en wordt het gebouw verwoest door een grote brand. Het is nu afwachten wat er met het ruim driehonderd jaar oude West-Indisch Huis zal gaan gebeuren. Men vreest voor een sloop, maar de monumentenwet zal dat tegen kunnen houden. In 1977 wordt aan de restauratie begonnen van het zwaar gehavende gebouw. In 1981 is de restauratie – die twaalf miljoen gulden heeft gekost – voltooid en het West-Indisch Huis is nu locatie voor huwelijken, congressen en vergaderingen.

Auteur: Eva van Dijk

Publicatiedatum: 31/05/2011