Waardevolle katoen op de plecht van TX33

Eind april 1951 visten wij met zes man aan boord met de TX 33 in de buurt van het Ellegaatje, plus minus 30 mijl ten westen Texel. Tijdens het vissen zagen wij grote balen katoen drijven. Eerst besteedden wij er niet zo veel aandacht aan, maar uiteindelijk was de verleiding te groot en hebben we onder het vissen door geprobeerd om ze aan boord te takelen. Overigens geen eenvoudige klus...

Katoen in het Ellegaatje

Eind april 1951 visten wij met zes man aan boord met de TX 33 in de buurt van het Ellegaatje, plus minus 30 mijl ten westen Texel. Ome Jan Drijver, vader Maarten, neven Cor en Gerrit-Jan Drijver, broer Piet en ik, Cees Drijver. Wij visten er bijna alleen. De meeste kotters waren naar de Duitse Bocht om tongen te vissen, wat ieder jaar meestal in het voorjaar gebeurde. Tijdens het vissen zagen wij grote balen katoen drijven. Eerst besteedden wij er niet zo veel aandacht aan, maar uiteindelijk was de verleiding te groot en hebben we onder het vissen door geprobeerd om ze aan boord te takelen. Overigens geen eenvoudige klus. Bij de tiende baal gingen er stemmen op die zeiden ‘wat moet je ermee?’ ‘De plecht raakt al behoorlijk vol en wat moet je er mee?’

De strandvonderij

Het was nog maar kort na de oorlog en kleding was nog schaars en waarschijnlijk te koop op punten. Ook waren we bang dat de balen doorgewaterd waren, maar dat bleek niet het geval. Toch hebben we daarna nog drie balen opgepikt en hadden we 13 balen katoen voor op de plecht, niet wetend wat het op zou brengen. De plecht lag barstensvol, de kotters waren toen nog niet zo groot en overkapping had je nog niet. Daarom lagen ze open en bloot op de plecht. Toen het tijd was voor de markt zijn we naar IJmuiden gaan stomen. Wij waren liever naar Texel gevaren, maar daar kon je de vis sinds een jaar niet meer verkopen. Tijdens het stomen zijn we bezig geweest om zoveel mogelijk balen onder dek te krijgen. Drie in het nettenmagazijn, vijf in het visruim en vijf bleven op de plecht, want die konden we niet meer kwijt onder dek. Daar hebben we wat netwerk overgedaan om ze verborgen te houden voor de strandvonderij.

Tijdens het vislossen aan de visafslag zijn die balen op de plecht toch ontdekt. Dat is doorgegeven aan de strandvonderij, die prompt aan boord kwam. Dus moesten we ze daar opleveren. Maar daar was geen denken aan! Ome Jan en vader Maarten wilden ze beslist niet aan de strandvonderij van IJmuiden leveren. Dan maar liever aan de strandvonderij van Texel. Die keerde 42 of 45 procent van de opbrengst uit en IJmuiden maar 33 procent.

600 gulden opbrengst voor een baal katoen

Inmiddels waren wij er achter gekomen dat de balen veel waard waren. Neef Cor had contact gehad met modezaak Vlessing op Texel en die bood zonder ze gezien te hebben, al 350 gulden per stuk. Doordat we weigerden ze op te leveren kregen we de politie aan boord. Neef Cor was nog aan de wal om voor elkaar te krijgen dat we ze aan de strandvonderij op Texel konden afleveren. Maar niets hielp. Ome Jan de schipper, een hele lieve man, ging helemaal over de rooie. Hij gaf ons het bevel ‘gooi los die touwen’ en zo voeren we weg met een politieagent aan boord. Ome Jan was zo kwaad, dat de politieman van angst beefde. De politieman jammerde ‘maar ik heb geen geld bij me om straks vanaf Texel weer thuis te komen.’ ‘Dat krijg je wel van ons,’ zei Ome Jan. Terwijl we wegvoeren kwam Cor nog hard aan fietsen. Hij zwaaide, maar ome Jan was voor geen rede vatbaar en we voeren gewoon weg. Tussen de pieren kwam er een politieboot met loeiende sirene achter ons aan. Toen zijn we toch maar teruggekeerd en hebben we uiteindelijk de balen ingeleverd aan de strandvonderij van IJmuiden. Ze zijn verkocht aan : ‘Jansen en Tilanus’ en ze brachten 600 gulden per stuk op. Dertien balen of te wel 7800 gulden. Daar heeft de strandvonderij niets voor hoeven te doen. Wij kregen 1/3: 2600 gulden. Wij besomden die week aan vis 2800 gulden. In dat jaar was de gemiddelde weekbesomming plusminus 3000 gulden. Dus hadden we evengoed een mooie week. Al voelden we ons natuurlijk wel bestolen door de strandvonderij. Uit één zo’n baal konden duizenden hemden en onderbroeken gemaakt worden en denk er aan, toen zaten er nog pijpen aan de onderbroeken! Nu zouden er wel tienduizend hemden en onderbroeken uit gemaakt kunnen worden.

Dit verhaal is geplaatst met dank aan Cees Drijver – Oudeschild Texel en Texelfonds / Historische Vereniging Texel

TX33

TX33TX33

Publicatiedatum: 16/11/2012

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.