Vierduizend boordjes per week

Midden jaren vijftig was het nog heel gewoon om de was, en zeker de fijne was, buiten de deur te laten doen. Je bracht het naar een van de vele wasserijen die Alkmaar in die tijd rijk was, bijvoorbeeld fijnwasserij Vredenburg aan het Luttik Oudorp. Van dit bedrijf is een klein archief bewaard gebleven. Het bevat prachtige bedrijfsfoto’s uit de jaren vijftig, waarvan een aantal bij dit artikel is afgedrukt.

Een daadkrachtige vrouw

Voor de familie Vredenburg was het wassen aanvankelijk een nevenactiviteit. De uit Zaandam afkomstige kastelein Johannes J. Vredenburg kocht in 1904 tapperij en slijterij ‘Het Tontelhuis’ op de hoek van de Korte Sint Jacobstraat en het Luttik Oudorp. Behalve kastelein oefende hij ook het beroep van schoenmaker uit. Toch was het geen vetpot in huize Vredenburg en daarom ging echtgenote Anna, om het gezinsinkomen aan te vullen, de was doen voor familie en buren. Ze deed haar werk zo goed dat al snel de taakverdeling binnen het huishouden werd omgedraaid: Johannes ging Anna helpen bij haar activiteiten. Met een mand op het onderstel van een kinderwagen trok hij erop uit om ladingen witte boordjes en ander wasgoed op te halen, die hij vervolgens gewassen en gesteven weer bij de klanten thuis afleverde. De zaken gingen zo goed dat het echtpaar in 1912 het café verkocht en in de Sint Annastraat een was- en strijkinrichting opende. Het nieuwe bedrijf floreerde.

De firma Vredenburg aan het Luttik Oudorp rond 1960, met voor de zaak de bakfietsen waarmee de was werd vervoerd.

De personen op de foto zijn van links naar rechts: Cor Vredenburg, Joop Vredenburg, A. Souverein, Arie Vredenburg. Beeld: Regionaal Archief Alkmaar, foto: Jaap Swart.

De firma Vredenburg aan het Luttik Oudorp rond 1960, met voor de zaak de bakfietsen waarmee de was werd vervoerd.De firma Vredenburg aan het Luttik Oudorp rond 1960, met voor de zaak de bakfietsen waarmee de was werd vervoerd.

Zoon Vredenburg begint een eigen bedrijf

In de jaren dertig diende een nieuwe generatie Vredenburg zich aan. Zoon Cor, in 1927 gehuwd met de flinke dochter van een Helderse zeeman, was de beoogde opvolger. Maar hij was liever eigen baas: in 1938 begon hij een eigen wasserij in een voormalig kaaspakhuis in de Doelenstraat. In de Sint Annastraat bleven familieleden tot in de jaren zestig het ouderlijk bedrijf voortzetten. Het ging Cor voor de wind. Na de oorlog besloot hij zich te specialiseren in de behandeling van het fijnere wasgoed. In 1955 verhuisde hij van de Doelenstraat naar een groter pand aan het Luttik Oudorp. In een brochure die hij eind jaren vijftig uitbracht, noemt hij zijn bedrijf “de bekende fijnwas- en strijkinrichting in het hartje van Noord-Holland”.

Ook de kinderen van Cor werkten al jong mee in het bedrijf, ca. 1945.

Links Joop Vredenburg, midden zus Annie en rechts moeder Aafje Vredenburg-Van Leiden. Beeld: Regionaal Archief Alkmaar.

Ook de kinderen van Cor werkten al jong mee in het bedrijf, ca. 1945.Ook de kinderen van Cor werkten al jong mee in het bedrijf, ca. 1945.

Hoogtijdagen

Het waren hoogtijdagen voor de wasserij. Ladingen overhemden, boorden, smokinghemden, halve hemden, kelnersgoed, vitrages en kanten kleedjes gingen dagelijks in en uit. Weken waarin drieduizend overhemden en meer dan vierduizend boorden werden gewassen en gesteven waren geen uitzondering. Het personeelsbestand groeide mee en kwam uit op rond de tien personen. Uiteraard werkten ook de zes kinderen van Cor mee in het bedrijf. Met vier man trok men er dagelijks met de bakfiets op uit om de was te halen en te brengen.

Interieur van de wasserij, voorzien van allerlei ‘glanzende machines’, ca. 1960.

Beeld: Regionaal Archief Alkmaar.

Interieur van de wasserij, voorzien van allerlei ‘glanzende machines’, ca. 1960.Interieur van de wasserij, voorzien van allerlei ‘glanzende machines’, ca. 1960.

Concurrentie van de huiswasmachines

De snelle toename van het wasmachinegebruik en de komst van modern kreukvrij textiel vormde vanaf de jaren zestig een grote bedreiging voor de bedrijfstak. De Alkmaarse wasserijen probeerden met een voorlichtingsbrochure onder de titel ‘Wijs met de was’ het tij te keren. In de brochure wordt gestreden tegen vooroordelen als zouden de wasserijen vaak ingeleverde kleding zoekmaken of beschadigen. Blijkbaar waren dit kwesties die toen speelden. Ook vond men het nodig om te benadrukken dat het werken in een wasserij niet vies en zwaar was. Nee, dankzij de inzet van vele ‘glanzende machines’ was het werken in de wasserij nu ‘fris en gezellig’, kortom: ‘modern’. Om de opmars van de wasmachine te stoppen bracht de brochure zwaar geschut in stelling: onderzoek van TNO had aangetoond dat er nergens schoner en witter werd gewassen dan in de wasserijen. Het mocht allemaal niet baten, de omzetten liepen terug.

Wasserette

De firma Vredenburg, inmiddels overgenomen door de zoons Arie en Joop, gooide het roer drastisch om. In 1967 werd een deel van het bedrijf omgebouwd tot een ‘was-zelf-salon’ ofwel wasserette. Het bleek een schot in de roos: in de zomermaanden maakten toeristen, die met hun bootje in het Luttik Oudorp lagen, druk gebruik van de nieuwe voorziening. Gelukkig bleef er ook nog voldoende werk in de fijne was. In afgeslankte vorm gingen de broers Arie en Joop door met het bedrijf. Toch kwam er in 1997 een eind aan het bedrijf, dat de laatste jaren door Joop en diens vrouw Lia werd geleid. Uiteindelijk werd het bedrijf niet beëindigd vanwege gebrek aan werk, maar simpelweg vanwege het ontbreken van een bedrijfsopvolger. Tja, die ene oude meneer in Dinxperlo, die speciaal bij Vredenburg zijn boordje liet stijven, moest op zoek naar een ander adres. “Ach, het zal zijn weggetje wel vinden”, zei Lia, “ik moet zelf nu ook gaan wassen met een wasmachientje …”

Auteur: Harry de Raad

Publicatiedatum: 17/08/2011