Twee eeuwen klussen in Assendelft

Assendelft telt 35 provinciale monumenten. In één ervan wordt er al 200 jaar fanatiek geklust. Oud-militair Fred woonde door zijn werk bij de Landmacht haast overal in Nederland, behalve in Noord-Holland. 20 jaar geleden streken hij en zijn vrouw neer in Assendelft. 'Als ik niet weg hoef, ga ik hier niet meer weg.'

Dorpsstraat 779, 520, 330. Rijdend door het langste lintdorp van Nederland duurt het even voordat de buurtbus bij nummer 229 aankomt, waar ik moet zijn. De vrouw naast me in de bus vertelt dat ze dit vroeger wel eens moest lopen. Meer dan 7 kilometer. De buurtbus stopt voor een bakstenen huis met een gietijzeren hek. Hier woont Fred, die me vriendelijk ontvangt, waar hij samen met zijn vrouw, twee honden en twee katten woont. En met Assendelfter kippen. Hij vertelt me dat hij twintig jaar geleden, in 2000, het huis kocht met zijn vrouw. Fred werkte 22 jaar als militair bij de Landmacht, waarvan een aantal jaren bij de Explosieven Opruimdienst, waardoor hij overal in Nederland heeft gewerkt. Alleen in Noord-Holland en West-Brabant en Zeeland niet. Deze provincies vielen onder de Marine en Luchtmacht. Dus deze provincies en Friesland, waar weinig oorlogshandelingen waren geweest, kende hij niet goed. ‘En waar eindigen we? Assendelft,’ lacht hij.

Uiterst rechts het woonhuis, toen bewoond door polderopzichter J. Veenis, ca. 1900 – 1920. Bron: Zaans archief.

Een plek om te klussen

Ze hadden al op verschillende plekken in de omgeving van Den Haag, waar zijn vrouw was gaan werken, naar een huis gezocht. De zoekcirkel om Den Haag werd steeds ruimer en ‘toen kwamen we hier een keer op een novemberdag, er was een prachtig zonnetje. Het huis stond inmiddels al meer dan een jaar leeg. We keken naar binnen en besloten het te kopen.’ Het ging hen met name om de schuren achter het huis, het huis uit 1905 was mooi meegenomen. Hij zocht een plek met grote schuren om te kunnen klussen. Als we door het raam van het woonhuis kijken, zijn de schuren goed te zien. De schuur aan de linkerzijde is het provinciale monument: een grote groen geverfde schuur met hoge deuren en rijk bewerkte windveren aan de overstekende kap.

De schuur, het provinciale monument. Foto: Inge Molenaar.

De polder Assendelft

Deze laat 19e-eeuwse houten werkplaats met bijbehorende houtloods heeft een bijzondere relatie met de polder Assendelft, waar het lintdorp langs kronkelt. Al vanaf de eeuwwisseling vestigden zich mensen in het waterrijke gebied en in de 10e eeuw werd het noordelijke deel van de toekomstige polder langzaam voor bewoning beschikbaar gemaakt. Vanaf de 14e eeuw kwamen de eerste sluizen op, die essentieel waren voor het beheersen van het waterpeil. De lokale ‘sluisgroepen’ droegen de bouw- en onderhoudskosten van de sluizen en bestonden uit eigenaren die belang hadden bij het binnen- en buitenlaten van water. Door botsende belangen ontstonden er vaak oproertjes en soms zelfs een ‘binnenlandse oorlog’ tussen boeren over de waterstand. In de Franse tijd werd bepaald dat dorpszaken en polderzaken voortaan gescheiden moesten worden. Onder het mom ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ kwam er meer overheidsbemoeienis op het gebied van waterbeheersing. Aan het eind van deze eeuw is de werkplaats gebouwd, waar houten sluisdeuren werden vervaardigd voor de polder. Aan het begin van de twintigste eeuw kwam in het woonhuis aan de Dorpsstraat een polderopzichter te wonen.

Op deze kaart van het baljuwschap van Kennemerland zijn de verschillende polders van Assendelft goed te zien, 1726. Bron: Noord-Hollands Archief.

‘Het is niet glad’

Begin twintigste eeuw wordt de werkplaats door het polderbestuur voor een habbekrats verkocht aan de gemeente Assendelft. De werkplaats werd van polderwerkplaats omgevormd tot een gemeentewerf, toen van de zelfstandige gemeente Assendelft. De mensen die voor Fred en zijn vrouw in het huis woonden, waarvan de man de voormalige gemeenteopzichter was, waren in de tachtig toen ze het verkochten. De vorige bewoners kochten het terrein in 1972, toen Assendelft werd opgenomen in de gemeente Zaanstad. Toen verloor de gemeentewerf zijn functie. Deze verandering drong niet van de een op de andere dag tot sommige Assendelvers door. ‘We zijn gelijk lid geworden van de buurtvereniging hier. Op een zomeravond zaten we achter en ik had de lantaarnpaal aangezet. Deze stamde nog uit de tijd van toen ons terrein dienstdeed als gemeentewerf. Deze deed ik vaak niet uit, want dat vergat ik meestal. En toen stond een van de leden van de buurtvereniging, een oudere baas die inmiddels overleden is, aan het hek en zei: “het is helemaal niet glad”. En hij wreef met zijn klompen over de weg. Wat bleek: als ‘s winters de lantaarnpaal nog brandde, dan wisten de Assendelvers dat er zout en zand werd geladen voor het strooien. Dan moesten ze oppassen, want dan was het dus glad.’

Fred in de deuropening van de schuur. Foto: Inge Molenaar.

Fred is bijna twee eeuwen later de huidige gebruiker van deze zeldzame gaaf gebleven werkplaats, waardoor de functie van de werkplaats na anderhalve eeuw onveranderd is gebleven. Hij heeft een hoek ingericht om te smeden en achterin staat een militaire wagen waarmee hij ijzer verzamelt en wegbrengt. Ook staat er een gele camper uit 1953 waarmee hij, zijn vrouw en de dieren elk jaar op vakantie gaan. In deze 19e-eeuwse werkplaats staat ambacht nog steeds centraal. We eindigen bij de nieuwe groengelakte deur in de schuur, die Fred er dit jaar in heeft gezet. ‘Ze hadden de deur met GAMMA-scharnieren aan de deurpost bevestigd. Ik heb zelf de bovenste originele scharnier nagemaakt door een nieuw scharnier te smeden. Dat vind ik toch belangrijk, dat het pand op zo een authentiek mogelijke manier behouden blijft.’ Er is geen twijfel over mogelijk; het provinciale monument is bij deze eigenaren in goede handen.

Provinciaal monumentenschildje

Noord-Holland telt ongeveer 14.000 rijksmonumenten, duizenden gemeentelijke monumenten en 500 provinciale monumenten. De provincie beschermt monumenten die typisch zijn voor de provincie en die het unieke landschap ervan benadrukken. Denk aan stolpboerderijen, dijken, molens en gemalen. De provincie helpt eigenaren ook bij restauratie, herbestemming en verduurzaming van de monumenten. Met het aanbieden van de monumentenschildjes wil de provincie eigenaren van provinciale monumenten bedanken voor hun inzet en helpen meer bekendheid te geven aan ons erfgoed. Ook een schildje op uw provinciaal monument? Een monumentenschildje kan via een formulier kosteloos worden aangevraagd.

Tekst: Inge Molenaar

Bronnen:

  • Zaanwiki
  • Molendatabase
  • J. de Boer. Tussen Kil en Twiske. Geschiedenis van den polder Assendelft (1946).
  • J.J. Schilstra. Wie water deert (1969).

Publicatiedatum: 31/01/2020