Touwslagerij De Vrede op Noordeinde

Noordeinde telt halverwege de 17eeeuw een bevolking van 600 zielen. Vanuit de dorpen op het Schermereiland, De Rijp, Graft, Grootschermer en Schermerhorn beoefent men de walvisvaart. De schepen hebben touw en zeil nodig. Veel Noordeinders verdienen hun brood in de hennepnijverheid, om in die behoefte te voorzien.

Touwslaan

Een touw wordt gemaakt door vezels of strengen om elkaar heen te draaien; dit heet slaan. Vroeger bestonden touwen vooral uit natuurlijke vezels, zoals hennep en vlas.
Op de lijnbanen lopen de arbeiders achteruit en spinnen zo dikke kabels uit hennepvezels. Het duurt een uur om een draad met een lengte van 300 meter te spinnen, inclusief het afwegen van de vezels en het opwinden van de draad. Daarbij komen de arbeidstijden van de andere mannen. De man die het wiel in beweging houdt, de man die de hennep hekelt en de man die de draad opwindt. De gesponnen garens worden vervolgens aan drie trossen geslagen en deze drie trossen worden weer tot één kabel verwerkt.

Touwslagerij. Wikimedia Commons

De Vrede blijft als laatste touwslagerij over

Touwslagerij De Vrede is opgericht in 1654, vermoedelijk door een Heinis. De touwslagerijen gingen over van vader op zoon en bleven daardoor langdurig in het bezit van enkele families. Rond 1730 komt de touwslagerij in bezit van familie Bruin, getrouwd met Heinis.
In de zomer loopt men op de lijnbaan ‘in de schaduw van honderden bomen, wier kronen als het ware het bedrijf overkoepelen. ’s Winters, als een gure Noordooster blaast, is het minder aangenaam. De arbeiders dragen dan ‘een hangmat’, een dubbele zak die over het hoofd gaat en tot onder de knieën reikt. Een hangmat in verticale richting dus met een paar benen er onderuit.’ Aldus Louwris Bruin, touwslager van het laatste uur.

In 1819 zijn er nog zes touwslagerijen op het Noordeinde. Door de komst van stoomschepen, die de plaats innemen van de zeilschepen en het machinaal fabriceren van staaldraad neemt het aantal touwslagerijen af. Louwris Bruin noemt nog een derde factor: ‘De watermolens werden verdrongen door machinaal voortgedreven gemalen. De Schermer werd voorheen droog gehouden door 52 molens en al die molens hadden steeds nieuwe kruirepen en vangtouwen nodig.’

In 1843 zijn er nog drie touwslagerijen over. Zij zijn eigendom van Cornelis van Tiel, Adriaan Blaauw en Pieter Bruin, die tenslotte als laatste over blijft. Door het wegvallen van de naaste concurrenten breidt De Vrede uit tot drie lijnbanen – ieder voor een andere touwdikte – en tot veertien man personeel (twaalf volwassen mannen en twee jongens).

Publicatiedatum: 08/11/2011