Stadhuis van Haarlem

Haarlem was in de 17de eeuw echt een kunststad, met belangrijke en invloedrijke schilders. Veel van deze beroemde schilders kwamen uit Vlaanderen. Ook Frans Hals, Haarlems' beroemdste schilder uit de Gouden Eeuw, was op jonge leeftijd met zijn familie vanuit Antwerpen naar Haarlem gekomen. Daarnaast vonden veel Vlamingen emplooi in de textiel. Zij vonden in Haarlem een goede voedingsbodem, want vanaf de middeleeuwen was hier ook al een bloeiende textielindustrie. Zowel de linnen- als de wolnijverheid kregen door hun komst een extra impuls. 

Stadhuis van Haarlem, Grote Markt

Bron: Jane023/cc-by-sa/via Wikimedia Commons

Stadhuis van Haarlem, Grote MarktStadhuis van Haarlem, Grote Markt

Explosieve groei van de stad

Onder de vele Vlamingen waren niet alleen schilders, maar ook wevers, schoenmakers, blekers, slagers, kleermakers en pottenbakkers.  Zij waren uit het zuiden weggetrokken om het Spaanse regime te ontvluchten, maar ook vanwege het gunstige economische klimaat in het noorden. Door de komst van de Zuid Nederlanders groeide Haarlem explosief. In 1572 had Haarlem 18.000 inwoners; vijftig jaar later, in 1622, was dat aantal meer dan verdubbeld. De Vlamingen werden met open armen ontvangen, want ze brachten kennis en geld mee en waren dus goed voor de economie

Vlaamse origine

Toch vormden de immigranten lange tijd een aparte groep in de stad, met eigen voorzieningen en leveranciers; ze gingen naar hun eigen bakkers, slagers, kroegen, en vroedvrouwen. Het duurde jaren voor de bevolkingsgroepen mengden; pas in 1618 kreeg de eerste Zuid-Nederlandse immigrant een functie in het Haarlemse stadsbestuur.
Van de schilders die omstreeks 1630 in Haarlem werkten, had ruim éénderde een Vlaamse achtergrond: behalve Frans Hals waren dat onder anderen zijn broer Dirck Hals, Pieter Claesz en diens zoon Nicolaes Berchem en Adriaan van Ostade. Hals’ waarschijnlijke leermeester, Karel van Mander (Meulebeke 1549-Amsterdam 1616) was eveneens een gevluchte Vlaming. En het stadhuis, een van de beeldbepaldende gebouwen in de stad was tussen 1620 en 1630 verbouwd door Lieven de Key, ook afkomstig uit Vlaanderen.

Sint Lucas schildert Maria, Maarten van Heemskerk (1532)

Foto: Frans Hals Museum, Haarlem

Sint Lucas schildert Maria, Maarten van Heemskerk (1532)Sint Lucas schildert Maria, Maarten van Heemskerk (1532)

Sint Lukasgilde – ‘de schildersvakbond’

In het stadhuis was ook de kamer van het Lukasgilde, het gilde waar kunstenaars lid van moesten zijn, wilden zij zelfstandig hun beroep kunnen uitoefenen. Volgens de legende schilderde evangelist Lucas de heilige Maria met Christus. Vanwege deze band tussen met Maria kozen schilders Sint Lucas tot hun patroonheilige en naamgever van hun gilde. 
Frans Hals werd in 1610 lid van het Lukasgilde. Uit archiefstukken blijkt dat Frans Hals niet altijd netjes zijn contributie betaalde. Ondanks zijn reputatie als wanbetaler wordt Hals in 1644 benoemd als bestuurslid (‘vinder’) van het Sint Lukasgilde. Hij vervulde deze functie maar voor een jaar. Frans Hals heeft één jaar de bestuursfunctie vervuld. In 1661 wordt Frans Hals vrijgesteld van de betaling van zes stuivers van contributie aan het Lukasgilde. Op de contributielijst uit 1661 staat de aantekening: ‘F: Hals: verschoond door ouderdom’.

Overlieden van het Haarlemse Sint Lukasgilde geschilderd door Jan de Bray (1675)

Bron: Rijksmuseum, Amsterdam. Link:https://www.rijksmuseum.nl/en/collection/SK-A-58

Overlieden van het Haarlemse Sint Lukasgilde geschilderd door Jan de Bray (1675)Overlieden van het Haarlemse Sint Lukasgilde geschilderd door Jan de Bray (1675)

Wil je meer weten over Frans Hals en de schilderkunst in de Gouden Eeuw? Bekijk hier de openingstijden van het Frans Hals Museum en plan je bezoek.