Onbewoonbaar verklaard of onverklaarbaar bewoond?

In de jaren vijftig was het geen goede tijd om te trouwen. Toch waren Johan van der Molen en zijn verloofde er echt aan toe. Maar waar moesten ze wonen? Toevallig wist Johan dat er een huis leeg stond aan de Limmerweg in Egmond-Binnen. Nou ja, leeg… Het werd als bollenschuur gebruikt. En hoewel het er vervallen uitzag vond hij het de moeite waard er werk van te maken.

Johan liet de gemeente weten dat het huis tegen de huisvestingsregels in als opslag werd gebruikt en hij er graag wilde gaan wonen. De gemeente pakte het meteen aan. In de Woningwet van 1947 was bepaald dat huizen voor geen enkel ander doel dan bewoning gebruikt mochten worden. Tijdens de Wederopbouw was er een groot tekort aan woonruimte, dus elk leegstaand huis was er één te veel. De gemeente was zelfs bevoegd huizen te vorderen en de eigenaar verplicht te stellen ruimte te verhuren.

Bollenschuur werd bewoond

De eigenaar van het huis was niet gecharmeerd van Johans actie. Hij bezat als bollenteler grote stukken land aan de Limmerweg. Het was voor hem wel handig de bollen direct naast het land te kunnen opslaan. Maar door Johans klacht werd de eigenaar verplicht het gebouw te verhuren. Met tegenzin haalde hij het huis leeg. Wat achterbleef was een vieze ruimte. Na hard werken en veel schoonmaken lukte het Johan en zijn vrouw het enigszins bewoonbaar te krijgen.

Het huis aan de Limmerweg 7 in Egmond-Binnen in 1951.

Cop van der Molen, de oudste zoon van Johan en zijn vrouw, kijkt door het raam naar binnen. Beeld: Tinie Koomen – Van der Molen.

Het huis aan de Limmerweg 7 in Egmond-Binnen in 1951.Het huis aan de Limmerweg 7 in Egmond-Binnen in 1951.

Emmer als toilet

De eigenaar van het huisje draaide snel bij en liet uiteindelijk weten de handelswijze van Johan wel te begrijpen. Hij zou hetzelfde hebben gedaan. Maar het huis was eigenlijk niet bewoonbaar. Het had geen riolering, het drinkwater uit de pomp was bruin en het gezin gebruikte een emmer als toilet. De inhoud van die emmer begroef Johan stiekem op het land van de eigenaar. Maar toen de eerste kinderen oud genoeg waren en op datzelfde land gingen spelen was dit geen goed idee meer.

Besneeuwd bed

Omdat het huisje niet over aparte slaapkamers beschikte maakte Johan op zolder een tussenwand. De ene slaapkamer was voor hem en zijn vrouw, de andere voor de kinderen. Maar de zolder was niet als slaapkamer geschikt. De kinderen konden tussen de dakpannen door naar buiten kijken en als het sneeuwde waaiden de fijne sneeuwdeeltjes zo op de bedden. Om dit tegen te gaan plakte Johan vellen papier tegen het dak. Zo was de zolder windvrij. Maar de kou werd hierdoor natuurlijk niet tegengehouden. Om warm te blijven legden ze vaak een steen op de kachel. De hete steen werd dan in krantenpapier gewikkeld en in bed gelegd.

Winterse omstandigheden.

Drie kinderen van Johan poseren voor hun huis dat tussen twee grotere woningen in staat, v.l.n.r: Tinie, Hans en Jannie, ca. 1960. Beeld: Tinie Koomen – Van der Molen.

Winterse omstandigheden.Winterse omstandigheden.

Lage woningproductie

Al in 1949 kwam het huisje in aanmerking om onbewoonbaar te worden verklaard, maar de woningnood was te groot. Veel huizen waren vervallen en moesten vervangen worden. Toch kreeg de gemeente Egmond-Binnen van het Ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw slechts een bouwvolume van 2,37 (!) nieuwe huizen per jaar toegewezen. Het ministerie hield de woningproductie expres veel lager dan de vraag om zo de arbeidsmarkt stabiel te houden. Zo zou voorkomen worden dat er in de bouw korte tijd veel werk was en bij verzadiging opeens werkloosheid zou optreden.

Tweede Kabelstraat in Alkmaar in 1958.

Alle woningen in het rijtje zijn voorzien van een bordje met opschrift ‘onbewoonbaar verklaarde woning’. Beeld: Regionaal Archief Alkmaar, foto J. Schoen.

Tweede Kabelstraat in Alkmaar in 1958.Tweede Kabelstraat in Alkmaar in 1958.

Sloop

Veel andere gemeenten hadden hier ook last van waardoor in de jaren vijftig veel gezinnen in afgekeurde huizen woonden, tot zeer schrijnende gevallen aan toe. Ironisch werd dan ook gesproken over ‘onverklaarbaar bewoonde’ huizen. Maar zolang er geen andere huizen waren konden die families niet op straat worden gezet. Het gezin Van der Molen dus ook niet. Hun huis werd eind jaren vijftig pas officieel onbewoonbaar verklaard, tien jaar na de eerste aanmerking daartoe. Toch verhuisde de familie pas in 1961 naar Noord-Bakkum waar Johan landbouwgrond bezat. Het huis is uiteindelijk een jaar later, in 1962, gesloopt.

Publicatiedatum: 11/05/2011