Nederland in de Eerste Wereldoorlog

Terwijl de bloem van de Belgische, Franse, Engelse en Duitse natie de dood vond in de loopgraven, wist Nederland zijn neutraliteit te behouden. Zo zijn honderdduizenden slachtoffers en een mogelijke annexatie van Nederland voorkomen. Wel is Nederland als enige niet-oorlogvoerende land gedurende de hele oorlog gemobiliseerd gebleven.

Deze zware, en ook dure taak werd niet zomaar volgehouden: hoewel Nederland in  het Europa van de Eerste Wereldoorlog gold als een baken van rust, was deze neutraliteit lang niet zo vanzelfsprekend.

Geen roem en heldendom

Waar soldaten in andere landen vrolijk naar het front trokken om te vechten voor volk en vaderland, heerste deze sfeer in Nederland aanzienlijk minder. De Boerenoorlog, die tussen 1899 en 1902 was uitgevochten in Zuid-Afrika, had voor een sterk oplaaien van het Nederlands nationalisme gezorgd. Maar toen deze oorlog in een nederlaag voor de Boeren eindigde was het nationalisme snel bekoeld. Nederland besefte dat het maar een klein land was en voelde weinig voor het vechten voor roem en heldendom, zoals dat in de andere Europese landen wel het geval was.

 

De eeuwige Post aan de Grenzen

De eeuwige Post aan de Grenzen Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Prent van Jan Sluijters in ‘De Nieuwe Amsterdammer’, 14 augustus 1915

Mobilisatie

Toch moest Nederland in actie komen. Het land was erg bang dat Duitsland als winnaar uit de oorlog zou komen. Als dat zou gebeuren, dacht men, zou het op den duur wel eens moeilijk kunnen worden om de Nederlandse onafhankelijkheid te bewaren. Vandaar dat het leger opgeroepen werd. Zo’n 200.000 soldaten werden in rap tempo gemobiliseerd en Nederland bereidde zich voor op een verdedigingsoorlog. Zelf zouden ze niet aanvallen, maar als Nederland bedreigd werd stonden de jongens klaar om terug te vechten. In de praktijk kwam dit er echter op neer dat men in de forten niets anders deed dan afwachten. De bekende schrijver Theo Thijssen schreef dat “niets doen moeilijker was dan vechten”.

Commissie voor Ontwikkeling en Ontspanning

Om de verveling tegen te gaan werd de ‘Commissie voor Ontwikkeling en Ontspanning’ opgericht. Nu konden soldaten in de forten cursussen Nederlands, Engels, boekhouden, rekenen, stenografie en tekenen volgen. Daarnaast werden er sportwedstrijden georganiseerd. Voor 1914 was voetbal vooral een elitesport geweest en onder het volk weinig bekend. Tijdens de mobilisatie groeide het uit tot een populaire volkssport.

Kaart van de stelling van Amsterdam

De Stelling van Amsterdam

Tijdens de mobilisatie waren de soldaten ingekwartierd in de forten van de Stelling van Amsterdam. Dit was een verdedigingslinie die tussen 1880 en 1920 werd gebouwd om Amsterdam te verdedigen tegen een vijandelijke inval. Het was een systeem gebaseerd op de oude verdedigingsmethode die gebruikmaakte van onze grote vriend en vijand het water. Het resultaat was een 135 km lange linie van 42 forten die de omgeving van Amsterdam onder water zette en de stad op deze manier beschermde.

Gelukkig is het van een echte oorlog in Nederland in de jaren 10 nooit gekomen. In deze tijd, toen de verdedigingswerken bijna af waren, was de linie namelijk al onbruikbaar geworden. Vanwege de komst van het vliegtuig was het onder water zetten van land namelijk geen obstakel meer. Op de forten is dan ook nooit daadwerkelijk gevochten. Toch is dit sterke staaltje van Nederlandse verdedigingskunst in 1996 op de lijst gezet van UNESCO werelderfgoederen.

Fort bij Uithoorn

Fort bij Uithoorn

Granaten aan de kust

De oorlog ter zee speelde zich soms vlakbij de Nederlandse kust af. Schepen van oorlogvoerende landen werden dan ook herhaaldelijk binnen de Nederlandse wateren gesignaleerd. De marine kon hier weinig tegen doen, daar men bevreesd was dat een actie bij de oorlogvoerende landen in het verkeerde keelgat zou schieten.
In juli 1917 ontstond even een benarde situatie. Duitse vrachtschepen voeren vaak vlak langs de kust naar hun bestemmingen. Deze keer werd een konvooi door de Engelse marine met 23 torpedobootjagers aangevallen voor de kust van Egmond. De bevolking had de verrekijkers uit de kast gehaald en volgde de zeeslag met grote belangstelling. Tot op dat moment kende zij de oorlog immers alleen uit kranten. Van de zeven Duitse schepen wist er één te ontkomen en werden vier in beslag genomen. Meer dan twintig Engelse granaten kwamen bij deze zeeslag op Nederlandse bodem terecht. Nu moest Nederland wel bij Engeland protesteren. Ook deze kleine verstoring heeft niet tot een deelname aan de oorlog geleid.

Fort Pampus. Beeld: Wikimedia Commons

Vergeten periode

De Nederlandse regering heeft hard voor de neutraliteit gepleit. Toch werd de echte beslissing hierover in Londen en Berlijn genomen en heeft Nederland het geluk gehad een klein land te zijn dat destijds niemand in de weg liep. Na de Eerste Wereldoorlog werden er in Katwijk, Egmond en Den Helder monumenten ontworpen. In 1922 onthulde koningin Wilhelmina het marinemonument op het Havenplein in Den Helder ter nagedachtenis aan de 58 marinemannen die tijdens de oorlog omkwamen door ongelukken met zeemijnen. In de Tweede Wereldoorlog raakte het monument zwaar beschadigd. Toen het na 1945 gerestaureeerd zou worden is het echter omgevormd tot monument voor de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog. Daarmee is het monument een goed voorbeeld geworden van hoe de ‘Great War’, zoals die in Engeland genoemd wordt, in Nederland in de vergetelheid is geraakt.

Bronnen:
F. Wielenga, Nederland in de Twintigste eeuw, (Boom Amsterdam 2009)
P. Moeyes, Buiten Schot; Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918, (de Arbeiderspers 1914)
A.Staarman, Verre van Vredig Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 (uitgegeven door Het Legermuseum, 2004)

Auteur: Maaike Hommes

Publicatiedatum: 22/07/2014