Wanneer werd iemand voor gek verklaard? Volgens het Woordenboek van de Nederlandse Taal is iemand krankzinnig als hij of zij een ‘gebrekkelijke ontwikkeling of ziekelijke storing zijner verstandelijke vermogens niet in staat is zich zelven te leiden of de rechten van anderen te eerbiedigen.’ Tot aan het begin van de negentiende eeuw werden mensen met een psychiatrische aandoening thuis opgevangen door hun familie. Dol- en gasthuizen waren voornamelijk bedoeld voor arme krankzinnigen die een bedreiging vormden voor de maatschappij. Deze ‘onaangepasten’ waren zwakzinnig, leden aan besmettelijke en/of psychiatrische ziektes.
Vanwege hun onbeheerste gedrag, en om eventueel gevaar voor de verzorgers weg te nemen, werden de krankzinnigen geboeid en opgesloten in dolcellen. Behandelmethodes en instrumenten werden in de voorgaande eeuwen overgenomen van straf- en martelpraktijken. Een bekend dwangmiddel was de dwangbuis. Een soort omgekeerde jas van stevig linnen met lange dichtgenaaide armen en een sluiting op de rug. De armen van de patiënt werden over de borst gevouwen, waarna de lange mouwen op de rug aan elkaar werden geknoopt. Hierdoor kon de drager zijn armen niet meer bewegen. Verzorgers dachten dat geknevelde patiënten minder zorg en toezicht nodig hadden. Toch kwam het dikwijls voor dat een patiënt zichzelf had losgemaakt en zich aan de lange mouwen ophing. Handboeien werden in latere tijden overtrokken met zeemleer, iets wat mogelijk verwijst naar de veranderingen in de psychiatrie.

Lithografie van Het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen Meerenberg, bij Haarlem (boven prent ) Voorzijde van het gebouw met tuin en diverse personen. Vervaardigers: Emrik & Binger en Gerardus Johannes G.J. Bos, 1861. Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, Inventarisnummer 51320.

Lithografie met ‘Gezigt op de Protestantsche kerk en portiers-woning. (Uit het Gesticht te zien)’. Vervaardiger: Gerardus Johannes G.J. Bos, 1861. Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, Inventarisnummer 46744.
Nieuwe inzichten
De eerste stappen voor verandering werden gezet door Willem I, die in 1818 het zogenaamde ‘Menschlievend Besluit’ nam. Inrichtingen moesten voortaan als belangrijkste doel hebben om de geesteszieken te genezen. Mondjesmaat werden er veranderingen doorgevoerd.
De arts Jacobus Ludovicus Conradus Schroeder van der Kolk (1797-1862) zorgde er uiteindelijk voor dat burgers en artsen de krankzinnigen anders gingen zien. In 1827 nam hij plaats in het bestuur van een krankzinnigengesticht in Utrecht. Net als in veel andere gestichten was er toen nog geen sprake van geneeskundige behandelingen. De psychiatrische patiënten werden slecht verzorgd, opgesloten en soms zelfs mishandeld. Daarnaast werden de krankzinnigen tentoongesteld (ter bespotting) bij feestelijke gelegenheden voor het grote publiek. Schroeder van der Kolk overtuigde zijn collega’s dat het zieke mensen waren die moesten worden behandeld. Hij was stellig tegen straf en lichamelijk geweld. Nadat hij geld had geworven bij verschillende partijen en financiële ondersteuning kreeg van de provincie, kon het Utrechtse gesticht hervormd worden.
Er werden verschillende afdelingen gemaakt voor mannen en vrouwen. Ook werden geneeslijke, ongeneeslijke en luidruchtige patiënten van elkaar gescheiden. Er kwamen aparte zalen voor mensen uit verschillende standen (armen, burgers en welgestelden), badkamers met verschillende soorten baden, werkplaatsen en ontspanningsruimtes. De nieuwe psychiatrische inrichting werd een groot succes.

Portret van Jacobus Ludovicus Conradus Schroeder van der Kolk. Vervaardiger: Willem Jan Paling Jz. (vermeld op object), 1831. Collectie Rijksmuseum, objectnummer RP-P-OB-29.358.
De eerste krankzinnigenwet
De regering vroeg Schroeder van der Kolk om advies over de behandeling van psychiatrische patiënten in Nederland. Dit zou uiteindelijk leiden tot de eerste krankzinnigenwet van 29 mei 1841. De verantwoordelijkheid voor ‘geneeskundige’ gestichten lag tot dan toe bij stedelijke en kerkelijke besturen. De nieuwe wet zorgde ervoor dat deze voortaan bij de desbetreffende provincie lag. Daarnaast moesten ‘bewaarplaatsen’ worden gesloten als de genezing van de geesteszieken niet centraal stond.
Het zou echter nog jaren duren voordat alle gestichten hun behandelmethodes zouden aanpassen. Door plaatsgebrek, personeelstekorten en ongeschoold personeel werden onberekenbare patiënten toch nog vaak opgesloten.

Ingang van het hoofdgebouw van psychiatrisch ziekenhuis Meerenberg in Bloemendaal. Vervaardiger: Andrew Michael Bergman, 2011. Beeld via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 NL.
Oprichting van een provinciaal gesticht
De provincie Noord-Holland maakte na het aannemen van de nieuwe wet plannen voor een nieuwe inrichting. Aangedreven door de invloed en druk van een speciale commissie, bestaande uit vooraanstaande medici en bestuurders te Amsterdam. De steden Haarlem en Amsterdam hadden namelijk besloten om hun eigen inrichtingen op te heffen als er een provinciaal gesticht zou komen.
Nadat er genoeg geld was verzameld werd er in 1843 de hofstede Meer en Berg te Bloemendaal aangekocht. Architect J.D. Zocher jr. werd door de provincie aangesteld om het hoofdgebouw en het park vorm te geven. Ook werd hem gevraagd om de bestaande hofstede van een nieuwe voorgevel te voorzien, zodat deze als directeurswoning kon gaan dienen.
In 1846 werd er een begin gemaakt met de bouw van het nieuwe psychiatrische ziekenhuis. Het provinciaal geneeskundige gesticht voor krankzinnigen ‘Meerenberg’ verwelkomde zijn eerste patiënt op 26 juni 1849. Er werden vele patiënten uit het Amsterdamse Buitengasthuis opgenomen. Drie jaar later was het gesticht al aan zijn maximale capaciteit van 300 patiënten. Door de grote toename, werd er in 1853 een nieuwe vleugel aangebouwd voor vrouwen en in 1855 een nieuwe vleugel voor mannen. Het aantal patiënten bleef stijgen: van 750 in 1874 naar 1250 in 1892. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd het hoofdgebouw meerdere malen uitgebreid, met onder andere een portierswoning, dokterswoning, zusterhuis, theater, paviljoen voor onrustigen en een katholieke- en protestantse kapel.

Bij de matrassenmakerij, Bloemendaal, 1896. Noord-Hollands Archief / Collectie van foto’s van de Provinciale Ziekenhuizen in Noord-Holland, inventarisnummer 387.
De bewoners
De instelling was een kleine wereld op zich. Het ziekenhuis had zijn eigen wasserij, stallen en matrassenmakerij. Het personeel woonde en leefde in het ‘zusterhuis’ of in de villa’s van de geneesheren. Er zijn veel fotoalbums bewaard gebleven met portretten en groepsfoto’s met de bestuurders, dokters, oppassers en verpleegkundigen. Op de groepsfoto’s zien we keurige verpleegkundigen in witte schorten naast rustige patiënten. Er zijn (net als bij veel andere psychiatrische instellingen) geen foto’s gemaakt of bewaard gebleven die de beleving van de patiënt tonen. Geen beelden van angstige, onrustige, woedende of sombere mensen. Dit heeft te maken met de nieuwe benadering van psychiatrische patiënten in de negentiende eeuw. Uit respect fotografeerden ze de bewoners niet in zijn of haar nood.

Patiëntes en personeel van het Provinciaal Geneeskundig Gesticht voor krankzinnigen Meerenberg. Noord-Hollands Archief / Collectie van foto’s van de Provinciale Ziekenhuizen in Noord-Holland, Inventarisnummer 270.
Meerenberg diende jarenlang als een modelgesticht en was bekend buiten de landsgrenzen. Bezoekers vanuit heel continentaal Europa kwamen kijken hoe de patiënten hier zonder dwangmiddelen werden verpleegd. Het was het eerste gesticht, in navolging van de Engelse gestichten, die verpleging zonder dwangbuizen kenden. Desondanks kende de instelling wel isoleercellen, ofwel separeerkamers, waar in de jaren 1980 fel tegen werd geprotesteerd.

Separeerkamer in het Provinciaal Ziekenhuis nabij Santpoort. Noord-Hollands Archief / Collectie van foto’s van de Provinciale Ziekenhuizen in Noord-Holland, Inventarisnummer 15.

Protest aktie tegen de Isoleercel in Psychiatrisch Ziekenhuis Meerenberg, 1985. Vervaardiger: Cees de Boer. Noord-Hollands Archief / Collectie van foto’s en negatieven van Fotopersbureau De Boer te Haarlem, Inventarisnummer 12031.
Rond 1997 verloor het gebouw zijn functie als psychiatrische instelling. In 2001 werd Meerenberg grotendeels gesloopt en verbouwd tot woningen. De voorgevel is behouden als monument.
Auteur: Judith van Amelsvoort
Bronnen:
- Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Meerenberg.
- Inge Molenaar, Een wachtkamer voor krankzinnigen, Oneindig Noord-Holland.
- Annemarie Kerkhoven, Beeld van de psychiatrie 1800-1970. Historisch bezit van de psychiatrische ziekenhuizen in Nederland, 1996.
- P. van Twuyver, Meerenberg 150 jaar, meer dan een gesticht. Een historie in foto’s, 2000.
- A.W. Michels en J.H. Pameijer, Een eeuw krankzinnigenverpleging – gedenkboek ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Provinciaal Ziekenhuis nabij Santpoort (voorheen Meerenberg) 1849-1949, 1949.
- Historiek, Ronald Frisart, Gek is niet lollig maar ziek: J.L.C. Schroeder van de Kolk, 2025.
- Florence Nightingale Instituut (FNI), Van opbergen tot opvoeden.
- Wikipedia: Krankzinnigheid, Krankzinnigenwet, Provinciaal ziekenhuis (Noord-Holland), Jacobus Schroeder van der Kolk
Publicatiedatum: 15/09/2025
Vul deze informatie aan of geef een reactie.
1 reactieik werk bij de Marke ,in Bergen