In de tweede helft van de negentiende eeuw kwam vrijetijdsbesteding in een stroomversnelling. De industriële revolutie bracht meer vrije tijd en nieuwe ideeën over gezondheid, waardoor sport en ontspanning een grote impuls kregen. Vanuit het buitenland waaiden nieuwe sporten ons land binnen. Uit Engeland kwamen onder meer voetbal, cricket, tennis en wielrennen. Sporten die gretig werden opgepikt door fanatiekelingen zoals Pim Mulier, Klaas Pander en Jaap Eden. Vooral Haarlem was in deze tijd het walhalla als het om sport ging.

Groepsfoto met leden van Keizer Otto, 1910. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
Uit buurland Duitsland kwam turnen overwaaien. Hoewel de Romeinen al ars gymnastica (gymnastiekkunst) beoefenden, kreeg het moderne turnen pas in de negentiende eeuw vorm dankzij de Duitser Friedrich Ludwig Jahn. In 1811 opende hij de eerste Turnplatz bij Berlijn, waarvoor hij samen met zijn leerling Ernst Eiselen turntoestellen ontwierp. Vanuit deze traditie groeide ook in Nederland de sport snel: in 1830 werd de eerste gymnastiekvereniging opgericht, in 1886 volgde het Nederlands Gymnastiek Verbond en tien jaar later was turnen een echte olympische sport.

Groepsfoto met leden van Keizer Otto, 1925. Voor het eerst zijn hier ook dames zichtbaar. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
Volksweerbaarheid
Het was slechts een kwestie van tijd voordat Naarden haar eigen vereniging zou krijgen. De Gooise vestingstad stond rond het jaar 1900 vooral bekend om twee dingen: haar militaire functie en de boomkwekerijen. Veel inwoners vonden werk in de tuinbouwbedrijven rondom de stad, met name bij de Koninklijke Beetwortelzaad-Cultuur Kuhn & Co. Maar ook de in 1905 opgerichte Chemische Fabriek Naarden en Cacaofabriek Bensdorp in Bussum vormden grote werkgevers, gestimuleerd door de komst van de stoomtrein (1874) en de Gooische Stoomtram (1882).

Het team van Keizer Otto in het Heizelstadion tijdens de Wereldtentoonstelling in Brussel, 1935. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
Toch was het vooral de militaire functie die een grote stimulans aan sport in de vesting zou geven. Rond de eeuwwisseling was Nederland in de ban van de Tweede Boerenoorlog (1899-1902). Hoewel die zich op Zuid-Afrikaans grondgebied afspeelde, voelden veel Nederlanders zich verbonden met de Boeren, die afstammelingen van Nederlandse migranten waren. De oorlog bracht een gevoel van urgentie teweeg: Nederlandse jongens en mannen moesten weerbaar gemaakt worden voor tijden van conflict. Zo zag de landelijke vereniging ‘Volksweerbaarheid’ het licht.

Groepsfoto van Keizer Otto, 1945. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
Turnen en schieten
Het militaire bolwerk Naarden kreeg een eigen afdeling van Volksweerbaarheid. Alle mannen konden lid worden, ongeacht geloof of politieke overtuiging. Enkele officieren richtten ook een onderafdeling op: de schietvereniging Huibert van Eijcken, die trainde op bastion Katten. Voorafgaand aan de schietoefeningen werd een soort warming-up gehouden, waarbij ook op toestellen geturnd werd. Dit was zo populair, dat hier het idee ontstond voor een gymnastiekvereniging buiten de militaire sfeer.

Uitvoering van Keizer Otto in ’s Graveland, 1956. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
Een trainingsruimte werd gevonden in de gymzaal van de openbare school, waar op 14 september 1900 de eerste bijeenkomst werd gehouden. Er was toen zo’n twaalf à veertien man aanwezig, onder wie de drie initiatiefnemers: de heren Dommershuizen, Jac. Stein en J. Lefering. Ze spraken af dat de oprichting op 25 september zou plaatsvinden en spoorden iedereen aan mond op mond reclame te maken voor de nieuwe vereniging. Daardoor was het kleine clubje op de bewuste datum al gegroeid tot ruim dertig man.

Het bestuur van Keizer Otto, 1960. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
Een frivole club
Een bestuur was snel gekozen, maar het kiezen van de clubnaam bleek ingewikkelder. Uiteindelijk viel de keuze op ‘Keizer Otto’, genoemd naar de Duitse keizer Otto I, die tussen 956 en 973 regeerde. Hij had een speciale band met het Gooi, dat toen nog Naerdincklant genoemd werd, omdat hij in 968 de schenking van het gebied aan het klooster van Elten had goedgekeurd. Leden van de nieuwe vereniging moesten achttien jaar of ouder zijn en lid van Volksweerbaarheid. Ook waren er speciale kledingvoorschriften: een witte broek, blauw en wit gestreept tricot shirt, geel-zwart gestreepte riem (de wapenkleuren van Naarden) en witte tuinpantoffels.

Jubileumfeest in 1970. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
Vrouwen waren in die begindagen uitgesloten. Dat veranderde pas in 1923, nadat vier jaar eerder het vrouwenkiesrecht in Nederland was ingevoerd. Aanvankelijk werd het als onzedelijk gezien dat vrouwelijke lichaamsdelen zoals enkels tijdens de oefeningen ontbloot zouden worden – om nog maar te zwijgen over het op en neer bewegen van de borsten. Keizer Otto werd in die tijd gezien als een ‘frivole’ club, waarbij de dames in comfortabele, weinig verhullende kleding hun oefeningen deden. Niet voor niets kwam christelijk Naarden al snel met twee concurrerende turnverenigingen: de protestantse Flevo en de katholieke Wilskracht, waar het er ongetwijfeld kuiser aan toe ging.

Keizer Otto bedankt Bep en Bram van den Born, die zich 33 jaar lang ingezet hebben voor de vereniging, 1973. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
De oorlogsjaren
Maar dat kon Keizer Otto niet deren. In 1935 nam de club deel aan turnwedstrijden in Brussel en drie jaar later werden de Naardense turners als enige club in Nederland uitgenodigd voor de prestigieuze Sokol Sportfeesten in Praag, georganiseerd door één van de grootste sportbonden ter wereld. Een hoogtepunt voor de vereniging, waarbij ze niet alleen reden over de pas aangelegde Autobahn in nazi-Duitsland, maar ook de gespannen sfeer aan de grens met Tsjecho-Slowakije proefden. Datzelfde jaar werd het Tsjechische Sudetenland namelijk ingelijfd bij Hitlers Derde Rijk.

De opening van de moderne valkuil, 1988. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
Het zou niet lang meer duren voordat de Duitse expansiedrift ook Nederland bereikte. Op 10 mei 1940 vielen de nazi’s ons land binnen, waarna een bezettingsperiode van vijf jaar aanbrak. Veel sportclubs hieven zichzelf op, maar Keizer Otto ging gewoon door met de sportbeoefening. Het was op dat moment de grootste sportvereniging van Naarden en heel populair bij de jeugd. Maar last van schaarste had de club wel: in 1942 werd het lidmaatschapsgeld met 10 cent per week verhoogd om kolen te kunnen betalen voor de verwarming van de turnzaal. Het bestuur vergaderde met ‘verkleumde handen en voeten’. Om gedemotiveerde pupillen nieuwe trucs in de ringen te leren, werden wijn en sigaretten in het vooruitzicht gesteld – een ware luxe in oorlogstijd.

Eric Herber bracht rope skipping naar Nederland, 1999. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
Een eigen sporthal
Na de bevrijding liet Keizer Otto met verschillende shows en demonstraties aan Naarden zien dat de club er nog was en nieuw bloed kon gebruiken. Dat lukte, in juni 1947 had de vereniging ruim 400 leden. Keizer Otto bood hen de ideale combinatie van topsport én een gezellig verenigingsleven. In die naoorlogse jaren floreerde de club en uitnodigingen van gymverenigingen uit het hele land stroomden binnen. Hoogtepunt vormde de overwinning van Rietje Prinz, die op 28 maart 1948 Nederlands kampioene bij de jeugdturnsters werd. Het was het begin van een prachtige turncarrière.

Groepsfoto tijdens het eeuwfeest, 2000. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
In de jaren vijftig boekten ook de jongens- en juniorenploegen grote successen en vanaf 1960 behaalde het herenturnen grote overwinningen. De club groeide uit zijn voegen. Ondertussen had de vereniging zo’n beetje alle gymlokalen van de Naardense scholen van binnen gezien, maar nu was er behoefte aan een eigen sporthal. Die kon op 1 februari 1977 in gebruik worden genomen: De Lunet. Later volgde gymnastiekzaal De Driehoek, met een eigen ‘valkuil’ – een heel modern snufje voor die tijd, dat tot dan toe alleen voorbehouden was aan grotere sporthallen.

Selectie turnen, 2003-2004. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
Het nieuwe millennium
Maar lesgeven op verschillende locaties kwam de eenheid binnen de vereniging niet ten goede. Om tot één eigen accommodatie te komen, is De Driehoek rond het jaar 2000 verbouwd tot multifunctioneel sportcentrum waarin plaats is voor alle vormen van gymnastiek. Dit gebouw aan de Meerstraat, dat De Kroon genoemd wordt, is nog altijd de thuisbasis van Keizer Otto. Er worden niet alleen turnlessen gegeven, maar ook rope skipping (touwtjespringen op hoog niveau) en gymlessen voor iedereen, van peuters tot senioren.

De Bussumse zussen Anouk en Tessa van der Mark geven les in rope skipping, 2024. Foto uit archief GTV Keizer Otto.
In september 2025 bestaat Keizer Otto maar liefst 125 jaar. Dat wordt op twee momenten gevierd. Op zaterdag 20 september vindt er een speciale Vossenjacht door Naarden-Vesting plaats, met meer dan 30 ‘vossen’ om te ontdekken en mooie prijzen voor de beste jagers. De dag erna is er een feestelijke reünie voor leden en oud-leden, met een historische terugblik, quiz, turndemonstratie en natuurlijk een borrel. Kortom, twee middagen vol activiteiten, herinneringen en natuurlijk gezelligheid – precies zoals iedereen van Keizer Otto gewend is. Kijk voor meer informatie en deelname op de clubwebsite.
Tekst: Sarah Remmerts de Vries
Met dank aan André Hollegie en Eric Herber.
Bronnen:
- Gymnastiek- & Turnvereniging Keizer Otto.
- Het Eeuwige Keizerrijk tussen de Wallen… 100 jaar Keizer Otto 1900-2000 (Naarden 2000).
- Goedkoop, Hans en Kees Zandvliet, De IJzeren Eeuw. Het begin van het moderne Nederland (Zutphen 2015).
Publicatiedatum: 08/09/2025

Vul deze informatie aan of geef een reactie.