Huis met de neuzen, Singel 116

Van dit grachtenhuis is bekend dat het in 1644 werd verkocht aan Cornelis de Graaff. Het is dus in oorsprong een 17de-eeuws huis, maar het is in 1752 in opdracht van Abraham Mylius zodanig ingrijpend verbouwd dat we het een 18de-eeuws grachtenhuis kunnen noemen.

Singel 116

Foto: Digitaal Grachtenhuis

Singel 116Singel 116

Diana, godin van de jacht, op de binnenplaats

Het heeft een halsgevel in Lodewijk XV-stijl met een gebogen lijstvormig fronton met versierde vulling die overgaat in de hijsbalkomlijsting. Het huis heeft de naam ‘Huis met de Neuzen’ gekregen omdat de drie hoofden, in de fraai gebeeldhouwde klauwstukken en in het vulstuk, alledrie uitzonderlijk grote neuzen hebben. Onder de klauwstukken is een dikke cordonband aangebracht. Het huis heeft een standaardindeling van voorhuis, binnenplaats en achterhuis. De gang heeft een stucplafond en vier stucreliëfs die onder meer de Val van Icarus en Stilzwijgendheid voorstellen naar het beeldhouwwerk in het stadhuis op de Dam. Op de binnenplaats staat een fraai stucbeeld op een piëdestal. Het stelt Diana, de godin van de jacht, voor met op de rug een pijlenkoker en in de hand een boog, geflankeerd door twee jachthonden. In de piëdestal zijn twee putti uitgebeeld, de linker blaast op een hoorn, de rechter heeft druiven in de hand, waaraan nog de attributen van de jacht, zoals pijl en boog, zijn toegevoegd om duidelijk te maken dat het beeld Diana voorstelt.

De zaal in Lodewijk XV-stijl, Singel 116

Foto: Digitaal Grachtenhuis

De zaal in Lodewijk XV-stijl, Singel 116De zaal in Lodewijk XV-stijl, Singel 116

Zeldzame beschilderde behangsels

De voorkamer heeft een stucplafond met een godin op een wolk omringd door een groot aantal putti (dat veel lijkt op de voorstelling in Keizersgracht 536, ook in de voorkamer). De meest representatieve kamer in het huis is echter de zaal in het achterhuis die een inrichting in Lodewijk XV-stijl heeft, met vijf beschilderde behangsels van Antonie Elliger uit 1756. Er zijn in Amsterdam niet veel grachtenhuizen die nog beschilderde behangsels hebben. Het Huis met de Hoofden is er één van. De behangsels tonen de deugden zoals Liefdadigheid en Godvruchtigheid, deze laatste uitgebeeld door een jongedame met een tak. Links van het vuur staat een ooievaar. Op de voorgrond liggen de Bijbel, een bord met de tien geboden en een wierookbrander. Rechts is een hoorn des overvloeds te zien. Daaronder zijn de datering en signering aangebracht: A. Elliger fecit 1756. Verder treffen we vijf grisailles aan die de vijf zintuigen voorstellen: vier grisailles boven de deuren en een grisaille op de schoorsteenboezem. De vijf witjes zijn niet gesigneerd. Op het witje op de schoorsteenboezem wordt ‘voelen’ uitgebeeld. Ook de witmarmeren schouw is het vermelden waard. Het stucwerkplafond toont een allegorische voorstelling, namelijk Vader Tijd (Chronos) verslindt de schoonheid. De putto draagt een slang die in zijn eigen staart bijt (de eeuwigheid) en een zeis (die de dood aankondigt).

Bouwgegevens

Gebouwtype: Woonhuis
Geveltype: Halsgevel
Bouwstijl: Lodewijk XV
Bouwjaar: 17de eeuw, 1752
Opdrachtgever/eerste gebruiker: Cornelis de Graaff (1644), Abraham Mylius (1752)

Monumentstatus: Rijksmonument

Meer informatie over dit grachtenpand is te vinden op de website van het Digitaal Grachtenhuis

Publicatiedatum: 17/02/2014