Heuvels als groene monumenten

Twee heuvels in het groen. Hemelsbreed enkele honderden meters van elkaar gelegen. De hoge ligt in het Amsterdamse Bos, de kleine heeft zich verscholen in een park. Beide hebben te maken met Jac. P. Thijsse. Hoe dat zo?

De twee heuvels dateren uit de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw. Het was Jac. P. Thijsse (1865-1945) die zich begin vorige eeuw zorgen maakte over de natuur rond de uitdijende hoofdstad. Waarom ten zuiden van De Nieuwe Meer niet een groot bos neergezet? Zijn voorstel werd uitgewerkt in een ‘Boschplan’. Boeren en tuinders in de polders moesten vertrekken, onder wie de chrysanten- en rozenkweker Koos Landwehr.

Koos Landwehr trad in dienst bij de gemeente Nieuwer-Amstel (nu Amstelveen) als rechterhand van Chris Broerse, de man die het dorp beroemd maakte met zijn heemparken. In de hoek bij een sloot die de grens vormt met het ‘Boschplan’ ontwierp Broerse (1902-1995) in de opdracht van het Amstelveense gemeentebestuur een park dat welgestelde  bewoners moest lokken naar villa’s in het dorp. Dat werd het Jac .P. Thijssepark. Een park met ‘groene kamers’; in elk deel van het park creëerde Broerse een eigen sfeer.

Een bankje wacht op de top van het heuveltje in het Jac. P. Tijssepark. Foto door Jan Maarten Pekelharing.

Werklozen

Werklozen werden bij de aanleg van dit heempark aan het graven gezet. Tijdens de jaren van de Duitse bezetting kwam het werk stil te liggen. Het heuveltje, net in de hoek van de Hoornsloot en de Landscheidingsvaart, was toen al opgeworpen. Met grond uit de gegraven vijver, aangevuld met huisvuil.

Omdat er in de oorlogsjaren niets meer aan dit hoekje werd gedaan, groeiden de brandnetels er hoog op. Er waren ook struikjes omhoog geschoten. Hier had Koos Landwehr (1911-1996), die in het verzet zat, een hol gegraven waarin hij zich bij een dreigende razzia kon verschuilen. Hij hield er zelfs een geit. Zodra hij een tip kreeg dat een razzia dreigde, roeide Koos in de nacht over de Hoornsloot naar zijn schuiladres: het heuveltje. Terwijl hij hier zat weggedoken, stonden er soms Duitse soldaten boven zijn hoofd, vertelde zijn weduwe me eens. Wie had in die duistere jaren kunnen vermoeden dat dit park met het heuveltje van Landwehr tot een rijksmonument zou worden gepromoveerd?

Het Jac. P. Thijssepark met rechts van het water de voet van het heuveltje. Foto door Jan Maarten Pekelharing.

Groen rijksmonument

Een groen rijksmonument dus, geen kerk, statige boerderij of een buitenplaats. Nee, gewoon een park met kronkelende waterlopen in het groen. De begroeiing onttrekt tegenwoordig het Amsterdamse Bos aan het zicht voor wie op het heuveltje staat. Maar in die jonge jaren van het Thijssepark had je vanaf het heuveltje  ‘een fraai uitzicht over het meters lager gelegen Amsterdamse Bos dat op dat moment in aanleg was, en aan de andere kant op de laag gelegen vijver’. Dat schreven de deskundigen van de rijksmonumentencommissie.

Het Jac. P. Thijssepark ontleent zijn charme aan een kleinschalig landschap van inheemse planten. Om de deskundigen van de monumentencommissie hierover even te citeren: ‘Het natuurlijk ogende park vergt zeer intensief onderhoud door gespecialiseerd personeel dat voortdurend de afweging maakt waar ze de natuur haar gang laat gaan en waar ze ingrijpt. Kruiden moeten met de hand worden uitgetrokken om gewenste zaailingen over te houden.’

Inderdaad, in dit park zie je de tuinlieden op de knieën rondkruipen.

Jac. P. Thijsse (1865-1945). Collectie Noord-Hollands Archief.

Puin

In het Amsterdamse Bos, aan de overkant van de sloot, pakte men het grootschaliger aan dan in Amstelveen. Dat kan ook moeilijk anders, gezien de omvang. De heuvel van het Bos is 16 meter hoog, dat is wel iets anders dan het kleine broertje in het heempark. Dat heuveltje reikt slechts enkele meters hoog.

In het Bos is voor de heuvel grond gebruikt die vrij kwam door het graven van vijvers en de roeibaan. Deze heuvel diende jarenlang als grond depot van het Amsterdamse Bos. Om de gewenste hoogte van de heuvel te bereiken moest er uiteindelijk ook puin aan te pas komen.

Ir. Jakoba Mulder, Amsterdams stedenbouwkundige, schreef dat de ontwerpers er met nadruk naar streefden de heuvel niet kunstmatig te laten ogen. Vandaar dat ze lange beboste hellingen hadden bedacht. En vanaf de helling aan de noordzijde zou je, zo hoopten de ontwerpers, een prachtig uitzicht over de stad hebben. Van deze heuvel moest je kunnen sleeën en skiën. Dat was het plan.

De hoge heuvel in het Amsterdamse Bos. Foto door Jan Maarten Pekelharing.

Doorkijkjes

De heuvel in het Bos loopt zo breed uit, dat die aan de basis net zo groot is als het halve Vondelpark in de hoofdstad. De Engelse landschapsstijl is in het Bos duidelijk te zien: bosranden met vloeiende bochten, glooiende grasvelden met groepjes bomen. Het moest voor de Amsterdammers een feest zijn om hier rond te wandelen en te fietsen. Voor de jeugd tekenden de ontwerpers enkele speelweiden in hun ‘Boschplan’.

Bochten en doorkijkjes tref je ook aan in het Amstelveense Jac. P. Thijssepark. Maar dan op meer bescheiden schaal. Anders dan Jakoba Mulder in haar bos, moest Broerse zo efficiënt mogelijk gebruik maken van de smalle strook veengrond aan de Hoornsloot die hij kreeg toegewezen.

Een wandelpad kronkelt naar de top van het heuvel in het Amsterdamse Bos. Foto door Jan Maarten Pekelharing.

Werkkamp

De Tweede Wereldoorlog heeft een stempel gedrukt op de realisering van beide groenprojecten. In de vooroorlogse crisisjaren waren werkloze Amsterdammers, tot kantoorbedienden toe, gedwongen in het Bos aan het scheppen en sjouwen gezet. En in de oorlog ook gevangenen. Joodse mannen zaten vast in een werkkamp in het Bos, niet ver van het huidige Dachaumonument. Velen van hen zijn later gedeporteerd.

In 1970, tijdens een feestelijke boomplantdag, zetten scholieren de laatste bomen op de heuvel in het Bos. In diezelfde jaren kreeg het Jac. P. Thijssepark zijn afronding met het inrichten van het meest zuidelijke deel van het park, een strook tussen sportvelden en de Oude Karselaan in Amstelveen.

Aanleg van het Amsterdamse Bos in het kader van de Werkverschaffing (Boschplan), 1937-1938. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Annexatie

Het Bos mag dan naar Amsterdam zijn genoemd, het grootste deel ervan ligt toch maar mooi op grondgebied van Amstelveen. In de geschiedenis duikend lees je dat men in Amstelveen aanvankelijk helemaal niet zo’n voorstander was van het herscheppen van het uitgestrekte polderland in een bos. Bomen betalen geen belasting, mopperde men in Amstelveen. Liever zagen de critici er woonwijken verrijzen voor welgestelde Amsterdammers die de stad vanwege de hoge lokale belastingen wilden ontvluchten. Hun komst zou Amstelveen meer geld opleveren dan een bos.

Daarbij speelde mee dat men in Amstelveen nooit vergeten was hoe veel grondgebied Amsterdam van Amstelveen (Nieuwer-Amstel) had geannexeerd; het Concertgebouw was indertijd binnen de gemeentegrens van Nieuwer-Amstel verrezen! Wat nu Buitenveldert is, was toen een Amstelveense polder.

Tentoonstelling Boschplan, 1936. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Polderlandschap

Bij de erkenning, enkele jaren geleden, van het Jac. P. Thijssepark als rijksmonument wezen  deskundigen erop dat Nieuwer-Amstel tot de jaren ’20 van de vorige eeuw een agrarische gemeente was in een polderlandschap met weilanden. Honderd jaar later valt je dat moeilijk voor te stellen. Niks weids polderland meer. Amsterdam en Amstelveen zijn aan elkaar gegroeid. Er zijn woonwijken verrezen die grenzen aan het Amsterdamse Bos en de Amstelveense parken.

Met als accenten in het groen van bos en park de beide heuvels. De grote waar je, als de opwarming van de aarde niet tegenwerkt, ooit nog wel eens door de sneeuw van af kunt zoeven. En het bescheiden heuveltje waar Koos Landwehr in de oorlogsjaren een schuilplaats vond.

Met een weids gebaar is de helling van de heuvel in het Amsterdamse Bos ontworpen. Foto door Jan Maarten Pekelharing.

Eredoctoraat

Naar Landwehr is later een heemparkje vlakbij het Thijssepark vernoemd. Deze hovenier had namelijk een eredoctoraat gekregen aan de Universiteit van Amsterdam. Deze tuinbaas was ook een hoog gewaardeerd botanisch tekenaar. En hij werd beschouwd als een van de grootste kenners van orchideeën en grassen. Je zou het heuveltje in het Thijssepark kunnen beschouwen als monument voor deze Amstelvener. De heuvel verderop in het Amsterdamse Bos is dan het groene monument voor de grote natuurkenner dr. Jac. P. Thijsse.

Tekst: Jan Maarten Pekelharing

Publicatiedatum: 20/11/2019