Hardfietsen om leverworsten, lamsbouten en vette premies

Sinds de aanleg van een grasbaan in 1925 op het gemeentelijke sportpark groeide het aantal liefhebbers van de wielersport in Alkmaar zienderogen. De grasbaanwedstrijd, nog het best te vergelijken met een wedstrijd veldrijden, trok duizenden toeschouwers. Plannen om in Alkmaar een houten wielerbaan te bouwen ontstonden in een tijd dat Nederlandse renners als Piet Moeskops en Arie van Vliet internationale triomfen vierden.

Om zo’n baan te verwezenlijken verenigden de houthandelaar Dirk Kaaijk, de gebroeders Rolff en de heren Huibers en Sluis zich in de NV Alkmaarsche Wielerbaan. Zij wisten in korte tijd voldoende geld bijeen te krijgen voor de aanleg van een wielerpiste in de Alkmaarder Hout  – op de plek waar later het trainingsveld van het oude AZ-stadion zou verrijzen. De bouw werd gegund aan bouwbedrijf Schoonewil en Jonker uit Alkmaar voor een bedrag van 13.600 gulden. Aldus verrees in de zomer van 1934 naar ontwerp van wielerbaanarchitect Dirk Stuurman uit Gouda een houten baan van 166⅔ meter lengte, met zeer steile bochten, een houten overdekte hoofdtribune, staantribunes en een verhoogd houten juryplatform op het middenterrein. De baan was rondom voorzien van reclameborden van bierbrouwerijen, cafés en plaatselijke bedrijven. Een moderne kleedgelegenheid en een kantine vervolmaakten de nieuwe wieleraccommodatie. De baan werd “Het Kuipje”genoemd en mocht als thuishaven worden beschouwd van de wielrenvereniging Victrix onder leiding van orgelmaker Quintinus Jonker.

Mien van Bree uit Loosduinen, een van de eerste wielrensters uit ons land van internationale klasse, in de Alkmaarse wielerkuip in 1935.

Beeld: krantenknipsel ‘Katholieke Illustratie’, 14 april 1935.

Mien van Bree uit Loosduinen, een van de eerste wielrensters uit ons land van internationale klasse, in de Alkmaarse wielerkuip in 1935.Mien van Bree uit Loosduinen, een van de eerste wielrensters uit ons land van internationale klasse, in de Alkmaarse wielerkuip in 1935.

Uitverkocht

Op een stralende zomerdag op 5 augustus 1934 verrichtte Alkmaars burgemeester F.H. van Kinschot voor een uitverkochte tribune de openingsceremonie door een lint door te knippen en de wielerbaan aan de Sportlaan voor geopend te verklaren. Kort hierop klonk het startschot voor de wedstrijden voor profs en amateurs, te beginnen met een rit over 5 km voor de categorie nieuwelingen. De koppelwedstrijd over 60 km voor profs vormde de hoofdschotel waarbij alle bekende Alkmaarse bedrijven zich verdrongen om premies beschikbaar te stellen. Het meest succesvol waren de gebroeders J. en W. Vroomen uit Heerlen. Zij sleepten enkele tientallen guldens aan premies in de wacht.

Nog nooit eerder vertoond

In de hierop volgende jaren bezochten vele grote wielerhelden de Alkmaarse piste, zoals de onverslaanbare zesdaagse koning Jan ‘kanonskogel’ Pijnenburg, zijn koppelgenoot Wals, het Zwitsers-Duitse duo Killan-Vopel, de pedaalridders Adam en De Graaf en de geslepen Italiaanse sprinter Italo Astolfi. Het publiek maakte kennis met tot nu toe onbekende trucjes: ellebogenwerk van de bovenste plank en de altijd spectaculaire surplace. In de kranten verschenen enthousiaste verslagen: dit was in Alkmaar nooit eerder vertoond. Zelfs een valpartij werd door de toeschouwer als een regelrechte sensatie ervaren.

Schouwspel

De zondagse spektakelwedstrijden en de wekelijkse ‘populaires’ op de woensdagavond voor de amateurs en nieuwelingen trokken duizenden toeschouwers. Zij konden het spektakel bijwonen voor een minimum entreeprijs van 9 cent (vanaf 10 cent moest er vermakelijkheidsbelasting worden geheven). Het enthousiasme leverde een levendig schouwspel op van programmaverkoopsters, rijen mensen voor loketten, politieagenten om de toeloop in goede banen te leiden en zich vullende tribunes. Op de baan trapten de renners zich even los, sleutelden helpers aan fietsen en kregen de banden nog wat lucht. Ronduit befaamd waren de jaarlijks terugkerende kermisraces in augustus waarbij de plaatselijke middenstand gul met premies strooide en de joodse slager Eli Bing uit de Achterstraat leverworsten en lamsbouten beschikbaar stelde.

Moment uit de 10 km wedstrijd voor professionals en onafhankelijken op de wielerbaan, circa 1935.

Beeld: Regionaal Archief Alkmaar. Foto: N. Wester.

Moment uit de 10 km wedstrijd voor professionals en onafhankelijken op de wielerbaan, circa 1935.Moment uit de 10 km wedstrijd voor professionals en onafhankelijken op de wielerbaan, circa 1935.

Oorlog

Zes jaar lang konden wielerliefhebbers hun hart ophalen aan baansport op hoog niveau. Tot in mei 1940 een geschil aan het licht trad tussen de baandirectie en het gemeentebestuur en de eerste berichten verschenen over sluiting van de wielerbaan. Het bestuur van de NV Alkmaarsche Wielerbaan verwachtte gezien de dreigende oorlogsomstandigheden een terugloop in de publieke belangstelling en wilde de baan ook voor andere sporten openstellen. Volgens de gemeente zou dit ten koste gaan van de exploitatie van andere gemeentelijke gelegenheden. Met het wegvallen van de gemeentelijke subsidie bleek een verdere exploitatie niet vol te houden. In 1941 werd de baan afgebroken en het hout deels voor hergebruik en deels als stookhout van de hand gedaan. Tijdens de oorlogsjaren verdwenen trouwens meerdere houten wielerbanen in Noord-Holland in de potkachel. Ook de historische baan van Assendelft ontkwam hier niet aan.

Een nieuwe baan op de Terborchlaan

Direct na de bevrijding in mei 1945 werden plannen gesmeed voor de herbouw van een wielerbaan op de oude plek. Maar de plannen bleken bij gebrek aan financiën onhaalbaar. Na de verovering van de wielertitel stayeren van Jan Pronk op de Vigorellibaan in Milaan in 1951 klonk opnieuw de roep om een wielerbaan. Hierna verstreken nog dertien jaren, waarin twee grote loterijen de financiële basis legden voor de bouw van een wielerpiste. Op 10 juli 1966 kon de cementen wielerbaan aan de Terborchlaan van architect C. Keesman in aanwezigheid van de Friese wereldkampioen achtervolging Tiemen Groen worden geopend. Met deze gebeurtenis herleefde de historie van Alkmaar als wielerstad. Een kleine twintig jaar later werden baan en tribune over een breedte van elf meter overkapt, maar met de renovatie en de volledige overkapping in 2001 werd de wielerbaan een echt Sportpaleis. De exploitatie hiervan vereist net als in 1940 grote vindingrijkheid en een aantrekkelijke programmering – voor de potkachel hoeft de wielerbaan echter niet te vrezen.

Auteur: Jan van Baar

Publicatiedatum: 25/08/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.