Fort bij Waver-Amstel: compleet bewaard interieur geeft goed beeld van soldatenleven op een fort

Op de plek waar de Amstel en het veenriviertje Oude-Waver samen stromen in het Zuidfront van de Stelling van Amsterdam, verrees tussen 1908 en 1912 het Fort bij Waver-Amstel. Het fort is uniek door een nagenoeg compleet bewaard gebleven interieur. Weliswaar in verwaarloosde toestand, maar het geeft een goed beeld van hoe het leven er […]

Op de plek waar de Amstel en het veenriviertje Oude-Waver samen stromen in het Zuidfront van de Stelling van Amsterdam, verrees tussen 1908 en 1912 het Fort bij Waver-Amstel. Het fort is uniek door een nagenoeg compleet bewaard gebleven interieur. Weliswaar in verwaarloosde toestand, maar het geeft een goed beeld van hoe het leven er op een fort aan toeging. Het lijkt alsof de tijd heeft stil gestaan in het fort. Keuken, wasruimten en toiletten zijn er nog, zelfs de elektrische installaties.

Gevel Fort bij Waver-Amstel

Gevel Fort bij Waver-AmstelGevel Fort bij Waver-Amstel

Wereld in het klein

Gemiddeld bood een fort onderdak aan zo’n 250 à 300 soldaten die het er enkele maanden tot een jaar uit moesten zien te houden. Het fort werkte als een zelfvoorzienend systeem, als een wereldje op zich. Hiervoor waren er voor die tijd zeer moderne voorzieningen aangelegd om langdurig verblijf op het fort zonder bevoorrading van buitenaf mogelijk te maken. Het hoofdgebouw, ook wel kazerne genoemd, was de plek voor het eten, slapen en lichamelijke verzorging. Hier bevonden zich de keuken en kantine, de slaapvertrekken en waslokalen voor de soldaten en (onder)officieren, de toiletten en een ziekenverblijf. Met name op het gebied van de persoonlijke hygiëne waren de forten hun tijd vooruit. Regenwater van het dak werd opgeslagen in waterkelders en via een zuiveringsinstallatie geschikt maakt voor drinkwater. Via drinkwaterreservoirs die aan het plafond hingen konden de soldaten in de keuken, wasruimten en in de toiletten beschikken over stromend water. Voor die tijd een ongekende luxe als men bedenkt dat bij de meeste soldaten thuis het water nog uit de put kwam. Laat staan de aanwezigheid van elektriciteit!

Weinig privacy

De soldaten sliepen met 24, soms zelfs met 36 man in één vertrek. In stapelbedden van twee sliep men op strozakken. Boven de stapelbedden waren een paar planken waarop de soldaten hun uitrusting en spullen konden neerleggen. In aparte hoge rekken borgen de manschappen hun geweren op. Aan de raamkant stonden houten tafels en banken. Deze vertrekken werden verwarmd met kolenkacheltjes en met olielampen verlicht. Achter de lokalen liep een centrale gang die alle vertrekken met elkaar verbond. Bij de slaapzalen voor de soldaten waren deze open. Enige vorm van privacy was er dus niet voor deze mannen. Zij zaten letterlijk dag en nacht op elkaars lip. Zelfs in de toiletruimte ontbraken in de beginperiode de afscheidingen!

Slaapzaal fort

Slaapzaal fortSlaapzaal fort

Verschil er moet zijn

De situatie was voor de onderofficieren en officieren aanzienlijk beter. Zij sliepen maar met 6 man in een vertrek. Dit was bovendien afgescheiden van de centrale gang door een houten wand. In tegenstelling tot bij de gewone manschappen lag er bij de (onder)officieren een houten vloer op de grond. Ook beschikten de (onder)officieren over de luxe van een eigen, afgescheiden toilet.
De fortcommandant had het helemaal voor elkaar. Zijn persoonlijke verblijf – naast die van de officieren – werd bureel genoemd. Het beschikte over een eigen slaap- en werkvertrek.
Als zieke soldaat had men het ook niet verkeerd. In de ziekenzaal lag men niet boven op elkaar gepakt, maar in een fatsoenlijk bed dat bovendien op een houten plankenvloer stond; wel zo prettig in de winter.

Geen vrouwen op het fort

Vrouwen waren er niet op het fort, behalve dan de wasvrouw. In de eerste helft van de twintigste eeuw konden vrouwen nog niet het leger in. De wasvrouw had nog een andere taak op het fort. Onder streng toeziend oog van de fortcommandant mocht de wasvrouw alcoholische dranken aan de manschappen verkopen in de kantine. De kantine werd gebruikt voor de maaltijden en recreatie.
Het eten werd bereid in drie grote kookketels die in de keuken stonden. De gewone soldaten moesten het doen met een eenvoudige hap. Voor de officieren en commandant deed de kok extra zijn best. Sommige kleine forten beschikten niet over een kantine en aten de soldaten hun maaltijd aan tafels in hun slaapvertrekken.

‘Dikke-muren-functie’

In de jaren vijftig werd de militaire functie van de Stelling van Amsterdam opgeheven. Vanwege hun geïsoleerde ligging kregen veel forten een tweede leven als munitiemagazijn of opslag voor explosieven. Fort bij Waver-Amstel overkwam eenzelfde lot. Maar vanaf 1959 werd het fort eveneens gebruikt door een wijnkoperij. Deze typische ‘dikke-muren-functie’ is een gevolg van de constante binnentemperatuur (tussen de 11 en 15 graden)binnen in het fort. Andere ‘dikke-muren-functies’ die enkele forten van de Stelling na hun militaire leven hebben gekregen zijn: oefenruimtes voor muzikanten, trainingsruimten voor de brandweer, een schietbaan of als depot voor

Meer informatie

Verhaal geschreven door Jephta Dullaart (redactie Oneindig Noord-Holland)

Meer informatie over Fort Waver-Amstel kunt u vinden op de volgende websites:
Provinciale website Stelling van Amsterdam (recreatieve informatie)
Fort bij Waver-AmstelDit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema Stelling van Amsterdam.

Publicatiedatum: 29/06/2012