Elk dorp heeft zijn eigen tante Mar

In Noord-Holland wemelt het van de dorpen en elk dorp had vroeger ook nog eens zijn eigen nering. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat in rap tempo. De dorpelingen werden mobieler, de supermarkten kwamen op en in de loop van de jaren verdween de bedrijvigheid uit vele dorpen. Op oudejaarsdag 1973 sluit de allerlaatste winkel van Driehuizen de deuren: het winkeltje van tante Mar.

Book 4 min

Klein nerinkje

Wanneer zijn vrouw gestorven is, zit Piet Vink in zak en as. Ze hebben samen altijd hard gewerkt en nu zit hij alleen met een flinke kruidenierszaak. De winkel begon ooit als ‘klein nerinkje’ aan de dorpsstraat in Driehuizen in de stolp van de familie Kluft, de schoonouders van Piet. Hij is als het ware ‘ingetrouwd’ en heeft de bedoening samen met zijn vrouw An uitgebouwd. Nu staat hij er van de een op de andere dag alleen voor. Het dorp ziet het met lede ogen aan. De anders zo vrolijke Vink sloft zijn winkel uit en hijst zich met zichtbare moeite de auto in voor zijn ronde langs de klanten.

Piet en An Vink bij de stolp.

Nette huishoudster

Er moet gauw wat gebeuren anders zal het niet best aflopen. Dus zet hij een advertentie: ‘nette huishoudster gevraagd’. Op een dag, ergens in het jaar 1950, stapt er een vrouw over de brug van Driehuizen. Ze loopt, als een geschenk uit de hemel, het huishouden van Vink binnen om er nooit meer weg te gaan. Ze komt van Castricum, maar verder kent geen mens haar verhaal. Een zweem van geheimzinnigheid hangt rond haar verleden. Er gaan wel eens verhalen de ronde, maar of die waar zijn? Niemand vraagt het haar en zelf heeft zij het er nooit over. Al gauw is het niet meer van belang.

Koetouw tot zwart-op-wit

Ze voegt gewoon in het winkeltje, zoals ze daar staat in haar witte schort achter de houten toonbank met gortbakken. De bruine papieren puntzakken hangen boven haar hoofd aan een balk en ze wordt omringd door potten en blikken, die staan opgestapeld tot aan het lage plafond. Alsof ze nooit anders heeft gedaan dan de verkoop van klompen, potten ‘worst zonder darm’, koetouw en snoeperijen. Ze vindt het heerlijk. De huishoudster van Vink wordt voor iedereen ‘tante Mar’.

 

Kleine dromen worden waarheid

Niets is haar teveel. Als ze iets niet in huis heeft, neemt ze het de week erna mee uit Alkmaar. Voor de kinderen is ze ‘het huis van aanloop’, want niemand heeft in die tijd nog televisie in het dorp, alleen zij. De kinderen zitten in het plantsoentje te wachten tot ze tien minuten voor vijf naar binnen mogen om met z’n allen voor haar tv te kruipen. Het winkeltje van Tante Mar is de plaats waar kleine dromen waarheid worden. Alle kinderen uit het dorp en omgeving krijgen bij speciale gelegenheden een paar centen en gaan vol verwachting naar tante Mar. De schelle klingelbel van de winkel verwelkomt hen met open armen en doet hen belanden in een paradijs van veelkleurige soorten snoep: zwart-op-wit, kaneeltjes, griotten, zuurballen, spekkies en zoute lappen. Het is bijna te veel om te kiezen, maar tante Mar heeft engelengeduld en neemt eindelijk de klamme centen aan. Tante Mar is een goede fee vermomd als gezellige, oudere dame. Ze speelt de rol met verve.

Tante Mar met de kinderen.

Jakkie krentenkakkie

Vink knapt zienderogen op. Hij neemt weer wat kinderen mee als hij langs de klanten gaat en laat hen zoveel krenten eten uit het kistje dat ze er misselijk van worden. ‘Jakkie, jakkie krentenkakkie’, roept hij hen na, schuddebuikend van het lachen. Na een tijdje durft Vink haar ten huwelijk te vragen. ‘Je bent een goede vrouw en we kunnen het toch best met elkaar vinden? Ik ben natuurlijk ouder dan jij, maar dan heb jij ook onder dak’.  Tante Mar is er beduusd van: ‘Vink, je bent een beste man maar daar moesten we maar niet aan beginnen’. Later doet hij nog een paar keer een poging om haar over te halen. Op een keer komt hij zelfs met een gouden ketting aan, maar steeds is haar antwoord hetzelfde: ‘Vink, laten we het maar niet doen’. Op den duur houdt hij op met haar te vragen en heeft hij er vrede mee om zo samen te leven.

Veel te veel

Als Vink 72 jaar is, stopt hij met zijn ronde langs de klanten. Het wordt hem te zwaar. De dorpswinkel houdt hij aan. Al gauw wordt zijn gezondheid slechter, een ziektebed van acht jaar volgt. Vink raakt steeds meer invalide en op het laatst ook blind. Tante Mar verzorgt hem en houdt de winkel bij. Als hij ‘in het hospitaal’ terecht komt, brengen de Driehuizenaren haar elke avond met de auto naar Alkmaar zodat ze Vink kan bezoeken. Het is september 1973 als Piet Vink sterft. Hij laat zijn hele hebben en houwen na aan tante Mar. Ze aanvaardt het met hoogrode wangen. ‘Het is veel te veel’, zegt ze.

Allerlaatste dorpswinkel

Na de dood van Vink besluit tante Mar al gauw dat het genoeg is. De tijd van de grotere supermarkten is aangebroken. Ook in de buurdorpen zijn ze in opmars. Tante Mar is alleen nog goed ‘voor af en toe’. De winkelwaar is al geleidelijk afgenomen maar de snoepvoorraad blijft tot op oudejaarsdag 1973 de allerlaatste winkel van Driehuizen de deuren sluit. Tante Mar leeft stilletjes voort in de oude stolp.

Auteur: Tanja Schermerhorn.

Publicatiedatum: 02/02/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN