De Steen van Bikbergen

Op een wandeling over de Gooise heidevelden kun je her en der zwerfstenen tegenkomen. Die stenen zijn hier gearriveerd tijdens de voorlaatste ijstijd en meegelift met het landijs uit Scandinavië dat toen ongeveer de helft van ons land bedekte. Ze verschillen nogal in grootte; een van de bekendste is de Hilversumse Kei die in 1921 met de harmonie voorop naar het centrum van Hilversum is gesleept. Deze zwerver lag oorspronkelijk op de nabije Aardjesberg, waar ook een ander fors exemplaar te vinden is, en weegt zo'n tienduizend kilo. Nog groter is een merkwaardige steen in het Bikbergerbos. Maar die is niet met een gletsjer uit het Noorden komen afzakken; hij is ter plekke in de Gooise bodem ontstaan.

Het gesteente in het Bikbergerbos.

Beeld: Henk Bouma.

Het gesteente in het Bikbergerbos.Het gesteente in het Bikbergerbos.

Werkverschaffing

Het Bikbergerbos ligt tussen Crailo en Huizen en is een van de grootste bossen van het Gooi. Het bos zelf is vrij jong, omdat aan het eind van de Tweede Wereldoorlog veel oude bomen werden gekapt om in de haarden van de bevolking te verdwijnen. In het voorjaar van 1953 werd de bodem diep omgespit door werkloze mannen uit Amsterdam en daarbij stuitten zij op een flinke steen. Hoe verder zij groeven, hoe meer steen tevoorschijn kwam. Men besloot toen om de vondst geheel uit te graven. Het bleek te gaan om twee gedeelten van een kalkzandsteenformatie en het was onbegonnen werk om de enorme steenbrokken weg te halen. Het Goois Natuurreservaat plaatste er hetzelfde jaar een hek omheen. Dat was kennelijk niet echt nodig want het is al lang weer verwijderd. De kolos is nog steeds te zien als een geologisch monument in een grote kuil niet ver van het revalidatiecentrum De Trappenberg. Maar hoe is hij daar gekomen?

Steenrijk Gooi

De ijsbedekking tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, deed zo’n 150.000 jaar geleden de stuwwallen van het Gooi ontstaan. Toen het landijs zich terugtrok bleven grote en kleine zwerfstenen en keileem achter op de omhoog gedrukte zand-, grind- en kleilagen die hier eerder door rivieren als de Rijn en Maas waren afgezet. De Gooise zwerfstenen van harde steensoorten als graniet, porfier, gneis en dioriet zijn vooral uit Midden-Zweden afkomstig. Nog in de negentiende eeuw dachten Gooise boeren dat de stenen die ze bij het ploegen op hun akkers vonden daar ’s nachts groeiden. Als ze die groeistenen op een stapel gooiden groeiden ze niet meer omdat ze niet tegen zonlicht konden. Maar ’s winters kwamen toch weer stenen tevoorschijn, want die werden door het water onder de stenen omhoog gedrukt als dat bevroor. In de stenentuin van het Geologisch Museum Hofland te Laren is een mooie verzameling zwerfstenen bijeengebracht. Daar zijn ook windkanters en plaatseigen zandsteenbrokken te zien.

Windkanters

Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien, die duurde tot ongeveer 12.000 jaar geleden, wisselden koude en minder koude perioden elkaar af. Het landijs reikte niet meer tot onze streken. In het nauwelijks begroeide toendra-achtige landschap had de wind vrij spel. Keien die vastgevroren aan de oppervlakte lagen werden van verschillende kanten als het ware gezandstraald en kregen daardoor gladde vlakken met ribben: de zogeheten windkanters. Die zijn met name in het noordelijke gedeelte van het Gooi te vinden. Ten slotte bedekten op veel plaatsen, vooral bij de randen van de stuwwallen, dekzanden de bodem.

Windkanter op de Tafelbergheide bij Huizen.

Beeld: Wikimedia Commons / Landschappen.nl

Windkanter op de Tafelbergheide bij Huizen.Windkanter op de Tafelbergheide bij Huizen.

Plaatseigen zandsteen

In deze tijd werden op enkele plekken in het Gooi en ook elders platen kalkzandsteen in de grond gevormd. Deze platen of banken kunnen verscheidene meters lang zijn en meer dan een meter dik; ze liggen soms diep onder het maaiveld maar ook wel vlak eronder. De grootste van deze ‘plaatseigen zandsteenformaties’ en de meest verbazingwekkende is die in het Bikbergerbos. Dit Gooise rotsgevaarte meet ruim zes meter, het grootste brok is ruim drie meter lang en anderhalve meter hoog. Hoe de vorming van de kalkzandsteen precies ging is niet bekend. Maar wel is het duidelijk dat regenwater de kalk die in lagen keileem en kalkrijk zand aanwezig was oploste, waarna de kalk neersloeg in het onderliggende zand en het deed verkitten tot kalkzandsteen. Het afwisselend bevriezen en ontdooien van de permafrost speelde daarbij misschien ook een rol.

Hard versus zacht

Aan de opbouw van de kalkzandsteen in dunne laagjes is goed te zien dat het is ontstaan uit afgezet sediment, het zand en slib dat ooit door de rivieren is aangevoerd. Kalkzandsteen is een nogal zachte steensoort die snel verweert. Het gesteente in het Bikbergerbos is onder invloed van de elementen in enkele stukken gebroken en het hemelwater heeft er al heel wat gaten in uitgehold. De granieten Kei van Hilversum, die veel ouder is, zal de Steen van Bikbergen dan ook waarschijnlijk ruimschoots overleven …

Auteur: Henk Bouma.

De Hilversumse Kei.

Nadat de kei met veel moeite naar de ‘s-Gravelandseweg was getrokken werd hij op enkele kleinere zwerfstenen geplaatst. Beeld: Wikimedia Commons.

De Hilversumse Kei.De Hilversumse Kei.

In de stenentuin van het Geologisch Museum Hofland liggen zwerfstenen van velerlei herkomst, windkanters (nr. 29) en brokken plaatseigen zandsteen (nr. 20).

Bronnen

G. Bout, Zandsteen-nieuwvorming in ’t Bikbergerbos, in: Grondboor & Hamer (1954) nr. 15 (2), pp. 324-326.

V.E.A. Post, ‘Enkele opmerkingen over kalkzandsteenbanken’, in: Grondboor & Hamer (2006) nr. 1, pp. 2-5.

S. Koopman, ‘Paleogeografische ontwikkeling van het landschap tussen Vecht en Eem’, zie website: http://www.ivngooi.nl/ggis/paleoartikel/paleoartikel.htm.

Mededeling van H. Helmers, via Geologisch Museum Hofland, 12-10-2015.