De komst van de verfkliederaars

Omstreeks 1880 ontdekte Jozef Israëls als eerste kunstenaar het Gooi. Hij wees zijn collega-schilders op de schoonheid van het landschap rondom Laren en Blaricum. De eerste kunstenaars die in zijn voetsporen naar het Gooi kwamen waren Albert Neuhuys, Anton Mauve, Hein Kever en Wally Moes. "’t Is aandoenlijk mooi hier, van een fijnheid van lijnen, een lieflijke poëzie straalt uit alles, binnenhuizen, wegen, akkers, boschjes en de menschen is van ’t liefste soort dat te bedenken is”, schreef Mauve in 1882 aan zijn vrouw.

Sneeuwlandschap bij ondergaande zon

De schilders in Laren trokken er in de zomermaanden met schilderskist en veldezel op uit om het landschap direct op doek vast te leggen. Anton Mauve schilderde vooral de heide met schaapskuddes en zandpaden. Hij had daarbij aandacht voor de weergave van een specifiek moment van de dag. Zo’n impressie van het landschap is te zien in het schilderij ‘Sneeuwlandschap bij ondergaande zon’ uit de collectie van Singer Laren. Een boer nadert op een door een paard getrokken wagen over het met sneeuw bedekte land, terwijl het avondrood de horizon oranjeroze kleurt. De gloed van de ondergaande zon weerspiegelt in de plassen in het karrenspoor op de voorgrond. De avond zal snel invallen. De grijs bewolkte lucht suggereert dat het ieder moment weer kan gaan sneeuwen. Het landschap heeft iets verlatens door de eenzame figuur op de wagen in de verte, maar toch geeft de rozerode gloed van de ondergaande zon de winterse voorstelling een warme uitstraling.

Sneeuwlandschap bij ondergaande zon, door Anton Mauve.

Sneeuwlandschap bij ondergaande zon, door Anton Mauve. Anton Mauve (1838-1888), Sneeuwlandschap bij ondergaande zon. Beeld: Collectie Singer Laren.

Verfkliederaars

Niet alle schilders in Laren beperkten zich tot het Gooise landschap. Zij namen ook de plattelandsbevolking en hun leefomstandigheden tot onderwerp. De mannen werkten als dagloner op het land. Vrouwen verdienden geld door te “weven en spinnen, in fabrieken en thuis”, zoals Wally Moes in haar memoires zou omschrijven. Om een extra zakcentje te verdienen, wilden de inwoners van Laren wel model zitten voor de schilderende nieuwkomers. Toch vond men de kunstenaars maar vreemde vogels en noemden ze ‘verfkliederaars’.

Het Larense binnenhuis

Naast het landschap was ook het boereninterieur, ook wel het ‘Larense binnenhuis’ genoemd, een belangrijk onderwerp van de Larense schilders. De bekendste interieurschilders zijn Hein Kever, Albert Neuhuys en Evert Pieters. De laatste had in zijn atelier een modelinterieur laten nabouwen. Daarmee kon hij niet alleen de lichtval regelen, maar zo vermeed hij ook de slechte hygiënische omstandigheden in de boerenhuizen, waar het nogal eens krioelde van de vlooien. Een schilderij als ‘Moeder en kind’ uit de collectie van Singer Laren laat zien hoe Pieters de werkelijkheid in zijn schilderijen net iets mooier weergaf. Het interieur is veel lichter en kleurrijker dan de boereninterieurs in werkelijkheid waren.

Moeder en kind, door Evert Pieters.

Moeder en kind, door Evert Pieters. Evert Pieters (1856-1932), Moeder en kind. Beeld: Collectie Singer Laren.

Exportproduct

Rond 1900 werd de Larense schilderkunst steeds bekender en populairder. De schilderijen van de zogenaamde ‘Larense school’ werden een belangrijk exportproduct naar Amerika. Steeds meer kunstenaars kwamen van heinde en ver naar het Gooi, waaronder het Amerikaanse echtpaar William en Anna Singer. Lees meer over hun aanwezigheid in het Gooi, die tot op de dag van vandaag doorwerkt in museum Singer Laren: Villa De Wilde Zwanen.

Wil je de nalatenschap van het echtpaar Singer in het echt bekijken? Bekijk hier de openingstijden van Singer Laren en plan je bezoek.

Publicatiedatum: 30/12/2010