De bouw van de Marathontoren

In 2004 maakten Jorrit Brenninkmeijer en Jurryt van de Vooren een radiodocumentaire over het olympisch vuur. Ze spraken onder anderen met architectuurhistoricus Maurits Nibbering over de Marathontoren. “Deze heeft nu nog de originele binnenkant van 1928”, zei Nibbering tijdens de beklimming van de toren. Op een meter of veertig meter hoog is een plateau waaraan de olympische ringen zijn bevestigd. Hierboven zit de ingang van een smal mangat, dat leidt naar de top van de toren, naar de betonnen schaal van twee meter doorsnee. Deze is zwart geblakerd, alhoewel hier sinds 2004 geen vuur meer heeft gebrand.

Olympisch vuur op de Marathontoren.

Olympisch vuur op de Marathontoren.Olympisch vuur op de Marathontoren.

Traditie per ongeluk

Wils had een goede reden om de schaal bovenop de Marathontoren te plaatsen. Nibbering: “De toren is verticaal, zoals een kerktoren. Op het plateau bij de olympische ringen stonden tijdens de openingsceremonie vier herauten. Ook stonden hier geluidsboxen, maar toch was dit geen bekroning van de Marathontoren, zoals bij een kerk. Die hebben tenslotte een kruis, een haantje of iets anders aan de top. Daarom heeft Wils die koepel bedacht, waarin vuur zou branden.” En zo ontstond per ongeluk een nieuwe olympische traditie.

Vuur als heidens symbool

Die schaal was trouwens een pesterijtje van Wils. Nibbering: “In 1925 was er een debat in de Tweede Kamer over subsidie aan de Spelen in Amsterdam. De christelijke partijen weigerden dit, omdat dit evenement volgens hen heidens was. De subsidies werden daarom ingetrokken, zodat die Spelen bijna niet waren doorgegaan. Dankzij een enorme publieksactie werd alsnog het benodigde geld opgehaald. Om die christelijke partijen extra te pesten heeft Wils de vuurkoepel op de Marathontoren gebouwd. Het vuur is namelijk een heidens symbool, net als de Olympische Spelen dus waren in de ogen van de toenmalige christenen.”

De Rode Duivel

Een idee verzinnen is makkelijker dan er één uitvoeren. Er was namelijk nergens een aannemer te vinden, die het aandurfde om die loodzware bak vanaf de grond veertig meter omhoog te tillen. Alleen Bertus Schuddeboom wist hoe dit moest. Hij was de grootvader van Hetty Poortvliet uit Amstelveen, die zich onlangs bij het Olympisch Stadion meldde om dit vergeten verhaal te vertellen. “Mijn grootvader was een bekend aannemer in de jaren twintig van de vorige eeuw, onder meer verantwoordelijk voor de bouw van een groot aantal huizen in de omgeving van het Olympisch Stadion. Zijn bijnaam was De Rode Duivel vanwege zijn rode haar én omdat hij moeilijke klussen klaarde, die niemand anders aankon. Daarom is Wils waarschijnlijk bij hem terechtgekomen. En met succes, want het is mijn opa gelukt. Helaas weet ik niet meer hoe hij het heeft gedaan, want daarover heb ik nooit doorgevraagd. Ik snapte toch niets van die technische details.”

Riskante operatie

Schuddeboom was in ieder geval erg trots op zijn prestatie. Poortvliet: “Hij was absoluut geen opschepper. Maar dat men toen niet wist hoe die schaal naar boven moest en daarom hem heeft benaderd, deed hem wel wat. Daar was hij toch wel trots op.” Hoe dan ook: Schuddeboom heeft de geboortewieg van het olympisch vuur naar boven getakeld. Het zal niet zonder gevaar zijn gebeurd, want in de kranten van tachtig jaar geleden stonden vaak verhalen over de slechte arbeidsomstandigheden tijdens de bouw van het stadion. Slavenarbeid werd het genoemd, waarbij de arbeiders in tentjes sliepen en onder gevaarlijke omstandigheden moesten werken.Het enige wat we nu nog willen weten, wie in die koepel als eerste het vuur heeft aangestoken. Wie daar meer over weet, mag zich melden bij het Olympisch Stadion.

Publicatiedatum: 18/04/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.