Bergen: bruisend bloed

Ex-hulpstrandvonder Kees Zwart woont al heel zijn leven in Egmond aan Zee. Hij vertelt graag over de vonderij die vroeger een belangrijke rol speelde in het dorpsleven.

Kees Zwart.Kees Zwart.

Mijnen

Kees Zwart: “Thuis hoorde ik verhalen over wat er op het strand werd gevonden. Als klein jongetje, vlak na de oorlog, mochten we het strand niet op. Dat lag nog vol met mijnen. Mijn bloed begon te bruisen van alle verhalen. Ik groeide ermee op.”

Hulpstrandvonder

“Mijn hele leven was ik nat. Tot mijn dertigste heb ik gevaren voor een sleepbootmaatschappij. Veertig jaar was ik actief bij de reddingsmaatschappij. Daarnaast ben ik ook strandvonder geweest, tenminste hulpstrandvonder. De burgemeester is hoofdstrandvonder, maar laat het werk uitvoeren door de hulpstrandvonder.”

Potvis en hasj

“Op het strand spoelt van alles aan. Deklasten met hout, maar ook een keer een potvis. Die potvis stonk enorm. We zeiden toen: ‘dat meurt als een bokkum’. Soms spoelden dekluiken aan, die als reserve op een voorschip hadden gelegen. Daar konden we nog wat geld mee verdienen, want strandvonder was een erebaan en dat verdiende niet zoveel. Ik heb ook wel eens twee rubberboten, zogenaamde zodiacs, zien aanspoelen met bemanning en al. In die boten zat anderhalve ton hasj. De hasj werd met onze auto weggebracht. Naast mij zat een meneer met een geweer. Ik vroeg hem: ‘moet dat nou?’. Hij zei: ‘jongen, voor één pakkie schieten ze je al dood’.”

Planken en balken

“Goed contact met de bevolking is belangrijk als strandvoogd. Ik moest het spelletje meespelen, diplomatiek zijn. Toen ik ’s nachts op pad was, zag ik een fiets staan bij een hoop aangespoelde planken en balken. Ik was samen met een politieagent, die moest controleren of er niks verdween. We reden in een open wagen, die veel herrie maakte. De agent vroeg of ik wilde stoppen. Ik reed een stuk door en vroeg toen: wat zei je eigenlijk? Hij zei: ach, laat maar, rij maar door. Mensen leefden vroeger voor de vonderij. Wat mensen vonden, namen ze in bezit. En ze verdienden er een extraatje mee.”

Pet op

“Nu is het anders. Egmond was vroeger een besloten gemeenschap. De Egmonders, die we ‘derpers’ noemen, kenden elkaar. Tegenwoordig is hier de helft van buitenaf komen wonen. De vonderij is van karakter veranderd. Grote voorwerpen, zoals deklasten hout, worden weggehaald met grote vrachtwagens. Dat is niet leuk meer. Een strandvonder moet optreden, zijn pet opzetten en zich gesteund voelen door het lokale gezag, anders gaat echt je kop eraf.”

Publicatiedatum: 22/12/2010

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.