Belgische vluchtelingen aan de Leidsevaart te Haarlem

Nu kunt u er een cursus hedendaagse architectuur volgen of bijvoorbeeld een moderne taal leren. Het gebouw aan de Leidsevaart waarin nu de Volksuniversiteit huist, kwam gereed in 1915.

Het pand was toen het spiksplinternieuwe onderkomen van de Rijkskweekschool voor onderwijzers. Kort daarvoor, in oktober 1914, kreeg het tijdelijk een andere bestemming. Het gebouw was toen nog niet helemaal voltooid en daarom kon het even dienst doen als opvangplaats voor vluchtelingen. De Eerste Wereldoorlog was uitgebroken in augustus 1914 en de Duitse legers rukten op door België. Dit militaire geweld joeg een steeds groeiend aantal Belgen het land uit. In de eerste dagen van oktober kwam Antwerpen onder vuur te liggen en de stad viel in Duitse handen. Een enorme massa Belgen vluchtte nu naar Nederland. In totaal ging het om ongeveer een miljoen. In het hele land moesten opvangplaatsen komen, ook in Haarlem.

Rijkskweekschool voor onderwijzers.

Afbeelding vervaardigd door W. H. van Leeuwen, Haarlem.

Rijkskweekschool voor onderwijzers.Rijkskweekschool voor onderwijzers.

Grootste vluchtelingenstroom ooit

Het ging dus om ongeveer een miljoen vluchtelingen en daarvan kwamen de meesten tussen 6 en 14 oktober de grens over. Met zulke aantallen had Nederland nog nooit te maken gehad en ook de hedendaagse vluchtelingenaantallen zinken erbij in het niet. Van asielzoekerscentra had nog niemand gehoord. De chaos rondom grensplaatsen als Roosendaal en Bergen op Zoom was compleet. Militaire barakken en inderhaast opgezette tenten konden lang niet iedereen bergen. Tienduizenden berooide Belgen moesten de nacht doorbrengen in de open lucht. Hun opvang was aanvankelijk geheel aangewezen op improvisaties en de goede wil van duizenden Nederlandse vrijwilligers. Inderhaast opgerichte nationale en plaatselijke comités zetten zich aan het werk om soelaas te bieden. Van het nu volkomen overbevolkte grensgebied werden de Belgen eerst naar ‘distributiecentra’ gebracht. Het grootste bevond zich in de opslagplaatsen rondom de Rotterdamse Waalhaven. Maar ook daar konden ze niet allemaal blijven. Het hele land werd ingeschakeld om hulp te bieden. Haarlem kon en wilde niet achterblijven.

Duizenden Belgen in Haarlem

Soms spreken getallen boekdelen. In Haarlem arriveerden in 1914 op woensdag 7 oktober 203 vluchtelingen, op 8 oktober 430, op 9 oktober 1154, op 10 oktober 882, op 11 oktober 1062 en op 12 oktober nog eens 279. De meesten van hen werden tijdelijk opgevangen in het nog onvoltooide gebouw van de Rijkskweekschool aan de Leidsevaart. Van daaruit gingen ze naar ‘meer permanente’ tijdelijke opvangadressen. Het moet gezegd: de Haarlemse bevolking en het stadsbestuur reageerden voortvarend op deze humanitaire uitdaging. Uit de bevolking ontstond het Haarlems Comité tot Steun van Belgische Uitgewekenen, onder leiding van de sigarenhandelaar H. Stinis. Tezamen met het gemeentebestuur coördineerde dit comité de plaatselijke hulpverlening. Maar er werden ook vele buurt- en straatcomités opgericht. De meeste hebben helaas geen sporen nagelaten. We weten bijvoorbeeld dat er een Straatcomité Jansstraat was en een Buurtcomité van de bewoners van de Kampersingel, Gasthuissingel, Kampervest en Gasthuisvest. Maar er waren er veel meer. Deze comités zamelden beddengoed en meubilair in voor vluchtelingen die in leegstaande winkelpanden of gebouwen als de Nutsspaarbank een onderdak vonden. Men verzorgde maaltijden en ging op zoek naar leesvoer en tweedehands kleren.

Vluchtelingen in Haarlem omstreeks 1915.

Vluchtelingen in Haarlem omstreeks 1915.Vluchtelingen in Haarlem omstreeks 1915.

Blijvers en vertrekkers

Al in de loop van november gingen de meeste vluchtelingen terug naar België. De oorlog liep vast in een gruwelijk loopgravenconflict, maar achter de linies was het inmiddels relatief rustig. Maar lang niet allen konden teruggaan. Hun woningen lagen bijvoorbeeld in puin of hun woonplaatsen lagen in militair gebied of zelfs in de gevarenzones. Anderen hadden persoonlijke of politieke redenen om te blijven. De meeste blijvers moesten in de eerste maanden van 1915 naar vluchtelingenkampen op de Veluwe. Enkele honderden bleven gedurende de gehele oorlog in Haarlem achter. Bij het besluit wie naar de kampen moesten gaan en wie op particuliere opvangadressen mochten blijven, speelde standsverschil een belangrijke rol. Het gewone volk ging naar de kampen. Belgen die in eigen land maatschappelijk aanzien genoten, mochten blijven. Zij kregen een toelage van de overheid. Die ging er overigens van uit dat deze na de oorlog wel terugbetaald zou worden.

Bronnen

* G.T. Kolthof, Welkom in Haarlem: Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Doctoraalscriptie Open Universiteit, Haarlem 1994).
* G.T. Kolthof, ‘Vluchtelingen tijdens de eerste wereldoorlog’ in: P. Biesboer e.a. red., Vlamingen in Haarlem (Haarlem 1996).
Evelyn de Roodt, Oorlogsgasten. Vluchtelingen en krijgsgevangenen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Zaltbommel 2000).
M. Bossenbroek en J.B.C. Kruishoop, Vluchten voor de Groote Oorlog. Belgen in Nederland 1914-1918 (Amsterdam 1988).

* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 11/12/2010