Jos de Klerk, een Belgische vluchteling in Haarlem

Als muziekrecensent van het Haarlems Dagblad drukte Jos de Klerk vele jaren zijn stempel op het Haarlemse muziekleven. Hij was in 1914 uit België gevlucht voor het Duitse oorlogsgeweld.

Kopijbus

Aan de gevel van het pand Duvenvoordestraat 92 hangt een busje. Tientallen jaren lang stopte, in het holst van de nacht, de muziekrecensent van het Haarlems Dagblad zijn kopij in dit gevelornament. Vroeg in de morgen kwam een koerier van de krant het daar uithalen. Deze recensent was een Belgische vluchteling die tot zijn dood in 1969 in dit pand woonde. We bedoelen Jos de Klerk, een man die een zwaar stempel drukte op het Haarlemse muziekleven van de twintigste eeuw. In 1914 vluchtte hij voor het geweld van de Eerste Wereldoorlog, met bijna een miljoen landgenoten, naar Nederland. In Haarlem bouwde hij zich een nieuw bestaan op.

Opgeleid in België

Jos de Klerk werd in 1885 geboren in Merksem bij Antwerpen. Zijn vader was een Nederlander, zijn moeder een Vlaamse. De Klerks liefde voor het zingen ontlook op school, onder leiding van de Broeders van Liefde. Fluitspelen had hij zich min of meer zelf geleerd in zijn jongensjaren op een blikken fluitje. Als vijftienjarige ging hij naar het Koninklijk Vlaams Conservatorium. Daar behaalde hij zijn diploma voor fluit en zang. In België bouwde hij een carrière op als liederenzanger en hij werkte daar mee aan operavoorstellingen. In het België van voor de Eerste Wereldoorlog domineerde de Franstalige cultuur. De Vlaamse Beweging verzette zich daartegen en tot de strijd van die beweging voelde De Klerk zich zeer aangetrokken. Hij kreeg daardoor een hartstochtelijke liefde voor de Nederlandse taal en het Nederlandse lied. Dit bleek van beslissende invloed voor zijn Nederlandse loopbaan.

Belgisch musicus in Nederland

Met vrouw en dochter arriveerde De Klerk eind 1914 in Haarlem. Hij woonde enige jaren op de Bakenessergracht naast de bekende organist Hendrik Andriessen. Die bespeelde het orgel in de Josephkerk. In deze kerk werd De Klerk dirigent van het koor Te Deum Laudamus. Hij gaf fluitles aan huis en doceerde muziek op de MULO van de Zusters Franciscanessen. Zijn grootste bekendheid kreeg De Klerk door zijn muziekrecensies, die hij sinds 1916 schreef voor het Haarlems Dagblad. In zijn levensavond daarop terugblikkend, noemde hij dit ‘spelen voor muziekpolitieagent’. Van een boze muzikant ontving hij eens een postwissel ten bedrage van één cent. Volgens de muzikant was dat de waarde van een slechte recensie over zijn optreden. De Klerk retourneerde het bedragje per kerende postwissel met als aantekening: “We laten ons niet omkopen”.

Jos de Klerk, musicus en journalist.

Beeld: Articapress.

Jos de Klerk, musicus en journalist.Jos de Klerk, musicus en journalist.

Het Nederlandse lied

De Flamingant in hart en nieren die De Klerk was, ergerde zich mateloos aan het feit dat zoveel Nederlandse koren uitsluitend Duits, Frans en Italiaans repertoire zongen. Die koren, en hun publiek, hadden vaak geen idee wat er gezongen werd. Zeer geamuseerd maakte De Klerk een bijeenkomst mee van de Geheelonthoudersbond. Een achttal mannen verzorgde een muzikaal intermezzo en zong uit volle borst ‘Vive le vin, vive le vin’. Ze kregen daarvoor een dankbaar applaus van de geheelonthouders die kennelijk niet in de gaten hadden dat ze naar een loflied op het wijngenot luisterden. De Klerk besteedde veel tijd aan het eerherstel van het Nederlandse lied. Uit oude liederen componeerde hij het massazangspel ‘Zo zong de Gouden Eeuw’. In 1936 maakte hij furore met een Rubenscantate. Onder zijn leiding werd die op de Grote Markt uitgevoerd door ongeveer 1500 beroepsmusici en amateurs, begeleid door een honderdkoppig orkest, door bazuinblazers op de toren van de Bavo en met medewerking van het carillon in diezelfde toren.

Muziekgeschiedenis

Op zijn tachtigste verjaardag in 1965 eerde Haarlem De Klerk met een grootse huldiging in het Frans Halsmuseum. Op die dag verscheen zijn grote werk ‘Haarlems muziekleven in de loop der tijden’, dat hij schreef in opdracht van het gemeentebestuur. Hij stierf vier jaar later in zijn huis in de Duvenvoordestraat, luisterend naar een plaat van Jo Vincent met het Concertgebouworkest onder leiding van Willem Mengelberg.Dit is een routepunt van de fietsroute Migranten in Haarlem en Kennemerland.

Bronnen

* Wim Helversteijn, ‘Haarlem bij Vlamingen zeer in trek’ in: Haarlems Dagblad 17-9-1991.
* J.K. Tadema, ‘Josephus Cornelius de Klerk, 8 januari 1885 – 5 november 1969’ in: Jaarboek Haerlem 1969 (Haarlem 1970), pp. 50-53.

* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 11/12/2010