Aandammerbrug: het ontstaan van Waterland

Meer Waterlands dan dit kun je het niet krijgen: staand op een ophaalbruggetje te midden van groene veenweiden zo ver het oog reikt. Wuivend riet langs de oevers van een stil waterloopje. De ophaalbrug verbindt de Poppendammergouw met de Aandammergouw.

Lees volgende verhaal

Het woord gouw is een typische benaming uit Waterland en betekent ‘een weg langs een water of sloot’. Anders dan de naam doet vermoeden, behoorde Waterland ooit tot een uitgestrekt, licht glooiend, hoogveengebied. Het landschap zag er heel anders uit dan nu en bestond uit een moerasbos van dikke kussens bruin veenmos. Waterland zag er uit zoals nu De Peel in Noord-Brabant.

Aandammerbrug.

De Aandammerbrug in Waterland.

Eerste bewoners

Het typisch Hollandse landschap waarmee wij Waterland nu associëren ontstond pas met de komst van boeren die het hoogveen gingen ontgingen. De eerste boeren in Waterland kwamen uit de omgeving, namelijk van de hogere strandwallen langs de kust, maar leefden er waarschijnlijk niet permanent. Door de aanleg van slootjes werd het hoogveenmoeras ontwaterd en kwam de bovenlaag van het veen droog te liggen. Deze bovenlaag werd geschikt gemaakt voor het verbouwen van graan. Rond 900 na Chr. trokken boeren vanuit de nabij gelegen strandwallen en uit West-Friesland het gebied in om er zich te vestigen. Daar was door overbevolking een tekort aan landbouwgrond ontstaan. De bevolking groeide snel en in de 12e eeuw waren er al enkele duizenden boerderijen in Waterland.

Maaivelddaling

In die tijd was landbouw nog de belangrijkste bron van inkomsten, maar gaandeweg verschoof dit naar veeteelt en zuivelproductie. Deze ontwikkeling was een gevolg van de ontwatering van het veen waardoor de bodem snel daalde en te nat werd voor het verbouwen van graan. Door afwatering van veen daalt de bodem. Dit ‘inklinken’ wordt veroorzaakt doordat water uit het veen wegstroomt waardoor het grondoppervlak inzakt. De poriën in de veenbodem die eerst gevuld waren met water, vullen zich nu met lucht. Door het contact met zuurstof worden de niet-verteerde plantenresten langzaam omgezet in kooldioxide en water. De bovenste laag van de veenbodem wordt als het ware opgerookt. Dit proces is in het begin snel gegaan, en gaat tot op de dag van vandaag voort. In een periode van nog geen duizend jaar zijn de hoge veenkussens van ongeveer 4 meter boven NAP gedaald naar gemiddeld 2 meter beneden NAP. Hoewel veel van het oude veenpakket is verdwenen, behoort Waterland nog steeds tot de best bewaarde middeleeuwse veenweidegebieden in Nederland. In West-Friesland bijvoorbeeld is het veen uiteindelijk helemaal verteerd onder invloed van de landbouw.

Hoogte veenlaagpaal in Waterland.

Deze 5 meter hoge paal geeft aan hoe hoog vroeger het veen heeft gelegen voordat boeren in de middeleeuwen begonnen met het ontwateren van het hoogveen.

Gevecht tegen de zee

De bodemdaling had niet alleen invloed op de agrarische activiteiten van de mens, maar ook op het landschap. Rond 1200 na Chr. was het ontgonnen veengebied lager dan het Almere (voorloper van de Zuiderzee) komen te liggen. Tijdens stormvloeden kon het water diep het gebied indringen en ontstonden er geulen en meren. De verschillende Dieën en Aeën in de omgeving van de Aandammerbrug zijn hier een restant van. Het ooit uitgestrekte veenland veranderde hierdoor in een mozaïek van grote en kleine meren, geulen en kreken met daartussen als eilanden de veengebieden. Om de zee buiten de veengebieden te houden moesten de boeren dijkjes en dammen aanleggen. Ondanks deze maatregelen waren er regelmatig overstromingen. Om droge voeten voor mens en dier te waarborgen legden de inwoners van Waterland terpen aan waarop zij huis en haard veilig achtten. Als je goed kijkt kun je nog steeds lichte verhogingen in het landschap onderscheiden.

Waterrijk Waterland.

Waterrijk Waterland. Door talloze overstromingen groeiden kleine veenstroompjes uit tot grotere Dieën en Aeën, zoals de Ransdorper Die en de Kerk Ae. Beeld: J. Dullaart.

Ringdijken en dammen

Ook het wonen op terpen bracht uiteindelijk geen oplossing, aangezien het water nog steeds delen van het in cultuur gebrachte land kon overstromen. In plaats van lage dijkjes rondom kleine stukken land of een enkel dorp, begonnen de Waterlanders ringdijken om meerdere dorpen en grote stukken land aan te leggen. De ringdijk van Waterland zou al omstreeks 1200 zijn voltooid. Naast het aanleggen van deze ringdijken moesten ook de kreken en veenstromen die in verbinding stonden met het buitenwater worden afgedamd. Door de gunstige ligging aan de monding van een rivier ontstonden bij deze dammen handelsnederzettingen. Monnickendam, Edam en Durgerdam zijn typische damnederzettingen waar in de dertiende eeuw al handelsactiviteit plaatsvond.Dit is een routepunt van de Verhalenroute Laag Holland: Waterland, een fietsroute van het Programmabureau Laag-Holland.

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht