Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Zeegras oogsten voor de dijk

Wieringen is eeuwenlang beschermd geweest door zeewier. Omstreeks de elfde eeuw was het veen rond Wieringen en Texel zo sterk geërodeerd en door stormvloeden weggeslagen dat de beide eilanden ontstonden. Vanaf dat moment werden de laaggelegen kuststroken bedreigd door het water. In deze tijd werden bijzondere dijken aangelegd ter bescherming van het land: de wierdijken. De Wierdijk is sinds 1986 een provinciaal monument.

>

Vikingschat van Westerklief

In 1996 werd een zilverschat gevonden in een weiland bij Westerklief op Wieringen. De zilveren sieraden, munten en zilverbaren dateren uit de Vikingtijd en zaten verstopt in een aardewerken pot. Van wie was deze schat en waarom wilde de eigenaar hem verbergen?

>

Duitse kroonprins als hoefsmid

Dat had kroonprins Wilhelm nooit gedacht. Dat hij als balling op een afgelegen eiland in de Waddenzee hoefijzers zou smeden. De playboy die in de Eerste Wereldoorlog liever achter de dames aan zat dan zijn troepen aan te voeren. Bij smid Luijt aan de Nieuwstraat in Hippolytushoef ging de kroonprins in de leer. Uit verveling.

>

De dijk die verzakte

Het mag op deze dag in maart stralend weer zijn, voor luieren op het Lutjestrand van Wieringen is het veel te fris. Laat staan voor een bezoekje aan de Beach Bar ‘Brandend zand’. Het was een memorabel moment toen hier zand werd opgespoten, want Wieringen was tot dan toe het enige Waddeneiland zonder strand.
De aanleg van het Lutjestrand hing samen met het dempen van het zeegat tussen Wieringen en de Anna Paulownapolder in de kop van Noord-Holland. De komst van de Amsteldiepdijk in 1924 was de eerste fase van het veranderen van het Amstelmeer in een zoet watergebied.

>

De Haukes: haven van Wieringen

De Haukes, gelegen aan de zuidwestkust van Wieringen, was ooit de belangrijkste haven van het eiland. Hier kwamen reizigers en post vanaf het vasteland van Noord-Holland aan. Tijdens de zomermaanden kan het er nog steeds flink druk zijn, maar buiten het vaarseizoen om biedt De Haukes nu een rustige plaats aan overwinteraars, zoals kolganzen en rietganzen.

>

De Michaëlskerk in Oosterland

De geheel uit tufsteen opgetrokken Michaëlskerk dateert uit de vroege twaalfde eeuw en is daarmee een van de oudste kerken van Nederland. Voor die tijd stond er op dezelfde plek een houten kerkje dat, zoals op een bord in de kerk te lezen valt, ‘ontwijd werd door de heidensche Noormannen’.

>

Watertoren in Wieringerwaard

De watertoren in Wieringerwaard is een architectonische parel met een rijke geschiedenis. De toren werd ontworpen door de architecten B.F. van Nieveld en W. Mensert en gebouwd tussen 1927 en 1928. Met een hoogte van 51,3 meter is het de hoogste watertoren van Noord-Holland. Tot 1996 vervulde hij zijn oorspronkelijke functie als watertoren. Een jaar later kwam het markante bouwwerk in particuliere handen. Voor veel inwoners van de Wieringerwaard is het veel meer dan een monument: “Als we de watertoren kunnen zien, dan zijn we bijna thuis.”

>

De Poepenbuurt op Wieringen

Geertje van Eerden-Kroon (1928-2009), een geboren en getogen Wieringse is opgegroeid in de Elftstraat in Hippolytushoef. Zij heeft enkele herinneringen aan haar jeugd opgeschreven in het Wieringer dialect en bij een bijzondere gelegenheid voorgedragen. De Elftstraat en omgeving heette vroeger in de volksmond de ‘Poepenbuurt’. Alles wat op Wieringen gebeurde en leefde lag Geertje nauw aan het hart.

>

Van burenplicht tot begrafenisvereniging De Laatste Eer

Op Wieringen kende men, voor de oprichting van de Rouwkoetsvereniging Westerland rond 1920, de burenplicht. Hoe sober ook, het medeleven van de eilandbewoners bij teraardebestellingen was door de eeuwen heen een ontroerend schouwspel. Het waren allen rouwdragenden: de buurman, die met zijn boerenwagen en paard het lijk vervoerde en de buren die achter de wagen liepen. Zo volbrachten zij hun ‘burenplicht’ en bewezen hem of haar, die ze van nabij hadden gekend, diep bedroefd de laatste eer.

>

De laatste reis van Opie Pruimboom

Wie in Nederland spoedeisende hulp nodig heeft kan rekenen op de komst van een ambulance binnen twintig minuten. Honderd jaar geleden duurde de reis van de Wieringse eilandbewoonster Maartje Pruimboom naar het ziekenhuis in Alkmaar meer dan een halve dag. Maar, Maartje reisde anno 1918 wél met een destijds moderne ambulancekar.

>