Help de koeien van het Rundveemuseum uit de brand

In het Noord-Hollandse dorpje Aartswoud is sinds 8 jaar een Rundveemuseum gevestigd, dat als uitgangspunt heeft om oorspronkelijke Nederlandse koeienrassen te handhaven en te kunnen laten zien. In de nacht van 7 op 8 februari brak er brand uit in de stal van het museum. In de stal stonden 10 oorspronkelijke Hollandse koeienrassen met kalfjes. In alle haast zijn de koeien bevrijd en naar een logeerstal gebracht. Helaas hebben een Blaarkop en een Baggerbonte koe het niet overleefd. Ook werden er in de nieuwe stal een Lakenvelder en een Fries Roodbont kalfje levenloos geboren.

>

Levend erfgoed: de Noord-Hollandse melkkoe

De zwart-witte koe die in de wei in Nederland staat is de ‘Holstein-Friesian’: dit zijn echte melkkoeien. Er zijn echter heel veel verschillende koeienrassen in Nederland, waaronder oudhollandse rassen zoals ‘Lakenvelders’ en ‘Verbeterd Roodbont’. In Noord-Holland zijn nog veel melkveehouderijen te vinden. Steeds meer van deze boerderijen organiseren activiteiten voor publiek. Want naast de koeien te melken, kan je ze tegenwoordig ook knuffelen of zien ‘dansen’.

>

Museum met een stukje kaas

Toeterend trokken boze boeren naar Den Haag. Stikstof, fijnstof, PFAS: je zou bijna terugverlangen naar de melkbus aan de polderweg. Naar de boer die met een brik vol kazen naar de markt rijdt. De boer uit het Kaasmuseum.

>

Biologisch dynamische boerderij De StadsHoeve

Meteen na de onderdoorgang van de ringweg A10 in Amsterdam-Noord betreedt men het weidse en groene Waterland. Op de weg naar Zunderdorp is de StadsHoeve de eerste boerderij die men passeert. De stolpboerderij stamt uit 1861, zoals valt op te maken uit het jaartal op het dak. De boer en boerin houden er een biologisch-dynamische bedrijfsvoering op na. Er wordt naar gestreefd met een gesloten produktiecirkel te werken, waardoor de boerderij min of meer zelfvoorzienend kan zijn. Het tempo van de natuur is maatgevend, geduld en ijver de vereiste werkmethoden van de boer. De StadsHoeve is meer dan alleen een boerenbedrijf. Het biedt onderdak aan een kinderdagverblijf en organiseert activiteiten voor het hele gezin.

>

De Melkweg in Huizen

Huizen was, voordat het een vissersdorp werd, een boerendorp. Dat is ook terug te zien in het wapen van Huizen met het Huizer Melkmeisje. De boeren hadden een hard bestaan. De Huizers hadden maar een paar schapen en koeien om de arme zandgronden te bemesten. De koeien gaven ook nog melk. Het melken gebeurde niet bij huis maar op de gemeenschappelijk weidegronden, de meenten.

>

De Koemarkt in Purmerend

In 1484 verleende heer Jan van Egmond het marktprivilege aan het toen nog bescheiden stadje Purmerend. Vanaf dat jaar konden in Purmerend twee jaarmarkten en een weekmarkt gehouden worden. Nadat in 1573 het Ursulinenklooster tijdens de Reformatie verwoest was, werd op deze kaalgeslagen plek, toen Cloosterwerff genoemd, de beestenmarkt gehouden. Toen men in het begin van de zeventiende eeuw de meren rondom Purmerend drooglegde en de visserij minder belangrijk werd voor de stad, groeide de handel in vee en landbouwproducten uit tot de belangrijkste economische pijler van de stad.

>

Doelestallen

Als rijpaarden na een lange rit in de stad kwamen, moesten ze verzorgd worden. Veel steden hadden een zogenaamde ‘paardenwed’: een drinkplaats voor de edele viervoeter. Maar ook de meeste koffiehuizen en eetgelegenheden hadden een uitspanning. Dit is een stal waar de paarden werden uitgespannen en ondergebracht voor verzorging. Tegenwoordig is een autoparkeerplaats een vereiste bij zo’n etablissement.

>