Teylers toont betoverend mooie aquarellen

Een tentoonstelling over planten lijkt saai, behalve als je botanische meesterwerken van Frans en Ferdinand Bauer kunt bekijken in het Haarlemse Teylers Museum.

Ferdinand Bauer (1760-1826) was de meest reislustige van twee van oorsprong Oostenrijkse broers. Hij reisde mee met een gevaarlijke wetenschappelijke expeditie naar het Ottomaanse Rijk. En hij voer als tekenaar mee op de eerste expeditie die Australië rondde, om de rijke natuur in beeld te brengen.

Zijn broer Franz (1758-1840) deed het wat rustiger aan. Op een Europese reis langs botanische tuinen belandde hij in het Engelse Kew, even buiten Londen, waar hij in de onbedekte grond  prachtige magnolia’s en rododendrons zag groeien. Dat had hij in Wenen, waar de winters steenkoud kunnen zijn, nog nooit meegemaakt.

In Engeland leerde Franz Bauer de voorzitter van de Royal Society kennen, Joseph Banks, die tevens de belangrijkste wetenschapsadviseur van de Britse koning was. Banks nam Franz in dienst als botanisch tekenaar voor de koninklijke botanische tuinen. En zo kwam het dat Franz, die zich al snel Francis ging noemen, niet alleen botanische tekenles ging geven aan één van de prinsesjes, maar ook betoverend mooie illustraties maakte van de strelitzia, een paradijsvogelbloem die is vernoemd naar koningin Charlotte. Zij werd immers geboren als prinses van Mecklenburg-Strelitz. Het leverde aquarellen op die tot de mooiste van de expositie behoren.

Strelizia depicta, getekend door Franz Bauer. Teylers Museum.

Betoverd

De aquarellen van Ferdinand en Franz Bauer behoren tot de beste botanische kunst ooit gemaakt. ‘Bij aanblik van deze bladzijden raakt men betoverd,’ schreef Goethe ooit over een boek waarvoor Ferdinand de aquarellen had gemaakt. Ze zijn niet alleen betoverend mooi, maar ook nog eens wetenschappelijk uiterst correct.

De broers Bauer waren actief in de periode rond 1800, een tijd die ook wel de gouden eeuw van de botanische kunst wordt genoemd. Diverse Europese mogendheden struinden de aardbodem af op zoek naar nieuwe gewassen waarmee ze grote winsten konden behalen. Voedsel dat nu doodnormaal is, zoals aardappelen, koffie, bananen of chocola, kwam zo naar Europa. De handel in specerijen zorgden in de Nederlandse Republiek voor een Gouden Eeuw.

Botanische tekeningen speelden een belangrijke rol om die kennis te verspreiden. De illustraties van Franz en Ferdinand waren onovertroffen. Een aantal van hun originele schetsen en aquarellen zijn nu voor het eerst in Haarlem te zien en in een aantal gevallen meteen voor het laatst. Zo worden er tekeningen uit het Natural History Museum in Londen getoond die zó kwetsbaar zijn dat ze het daglicht amper kunnen verdragen (de verlichting in het Teylers is daarop aangepast). Hierna gaan ze weer het depot in.

Nerium oleander, getekend door Ferdinand Bauer. Sherardian Library of the Bodleian Libraries Oxford.

Hofschilder

Frans en Ferdinand Bauer werden net over de grens van Oostenrijk in het Tsjechische plaatsje Feldsberg geboren. Hun vader, Lukas Bauer, was hofschilder van de prins van Liechtenstein, maar de eerste teken- en schilderlessen kregen de jongens vermoedelijk van hun moeder, Theresa. Frans en Ferdinand maakten hun eerste botanische tekeningen voor de Oostenrijkse arts Norbert Boccius, die in de kloostertuin van Feldsberg medische planten verzamelde. Boccius was getroffen door de hoge kwaliteit van hun tekeningen en bracht hen in contact met Nicolaus von Jacquin, een beroemd plantkundige in Wenen, die één van de rijkste collecties exotische planten in Europa beheerde, te weten die in de keizerlijke tuinen bij paleis Schönbrunn. De gebroeders Bauer kregen de taak om die bijzondere, bloeiende planten te tekenen, die uiteindelijk als ingekleurde kopergravures terecht kwamen in een boek over zeldzame planten.

Zoals gezegd was Ferdinand de meest reislustige van de twee broers. Zo reisde hij in 1786 met een Britse expeditie mee naar Griekenland en Turkije, dat toen nog deel uitmaakte van het voor Europeanen moeilijk toegankelijke Ottomaanse Rijk. Goede accommodaties waren schaars en ziektes als malaria en de pest kwamen nog geregeld voor. Later zou Ferdinand nog meegaan op een expeditie rondom Australië, waarvoor hij de brandende hitte van 50 graden Celsius moest trotseren. Maar hij overleefde het en keerde naar Europa terug met 350 schetsen van planten en 100 schetsen van dieren.

Voorblad van Flora Graeca (1813), dat aquarellen bevat die Ferdinand Bauer maakte op reis door Turkije en Griekenland. Teylers Museum.

1000 kleuren

Ferdinand maakte tijdens zijn expedities eerst een schets en bracht vervolgens nummers aan die correspondeerden met de kleur van de plant. Hij had een zeer verfijnd systeem van duizend verschillende kleuren. “Waarschijnlijk gebruikte hij geen kleurenwaaier, maar had hij die kleuren gewoon in zijn hoofd zitten,” vertelt Terry van Druten, die de tentoonstelling maakte. Zo kon hij de plant jaren later, toen hij weer in Engeland was teruggekeerd en van zijn schets een aquarel maakte, weer tot leven wekken.

De tentoonstelling omvat niet alleen schetsen en aquarellen, maar ook een aantal uiterst kostbare, met de hand ingekleurde boeken, zoals de Flora Graeca (‘Griekse planten’), getekend door Ferdinand, waar slechts 28 exemplaren van zijn gedrukt. Esther van Gelder wijdt in de bij de tentoonstelling behorende catalogus een apart hoofdstuk aan boeken die zó mooi en kostbaar zijn dat je ze gerust een kunstwerk mag noemen.

Het maken van boeken was rond 1800 namelijk nog een zeer kostbare en arbeidsintensieve klus. Zo is er aan Flora Graeca tussen 1806 en 1840 gewerkt. Uiteindelijk verschenen er tien delen, die elk honderd platen telden en in totaal 620 Engelse ponden kosten. Om een idee te geven: dat was acht keer zoveel als tekenaar Ferdinand Bauer verdiende.

Ferdinand Bauer tekende ook dieren, zoals hier zeepaardjes (Phyllopteryx taeniolatus). Natural History Museum London.

Zelf bladeren

Dat het Teylers Museum één van die zeldzame exemplaren op de kop wist te tikken, kwam door de eerste directeur Martinus van Marum, die een indrukwekkende natuurhistorische bibliotheek heeft opgebouwd. Het Teylers was in de negentiende eeuw het énige wetenschappelijke instituut dat geld had om dit soort kostbare publicaties aan te schaffen. “Dat is ook de reden waarom het Teylers al die krankzinnig kostbare boeken heeft,” vertelde Teylers’ directeur Marjan Scharloo tijdens de opening van de botanische expositie. “We hebben boeken waar maar tien exemplaren van zijn gedrukt.”

Om die schitterende boeken voor het publiek toegankelijk te maken, zijn speciaal voor deze botanische tentoonstelling drie monumentale plantenboeken in facsimile nagemaakt, zodat de bezoeker ze in de hand kan nemen en rustig kan doorbladeren. “Ze zijn weliswaar ook digitaal te bewonderen, maar het voelt toch anders aan als je de tekeningen in je hand kunt houden en dichtbij of iets verder weg kunt houden,” zegt de directeur van het Teylers. “Helaas kunnen we hier de originele boeken niet neerleggen, want dan zijn ze er na afloop niet meer.”

En oh ja, wie er geen genoeg van kan krijgen, kan altijd nog een juweel van een catalogus aanschaffen.

De tentoonstelling ‘200 soorten groen, het mooiste van Franz en Ferdinand Bauer’ is tot en met 12 mei 2019 te zien in het Teylers Museum in Haarlem. De titel verwijst naar de 200 soorten groen die Ferdinand Bauer gebruikte voor zijn aquarellen.
www.teylersmuseum.nl

Tekst: Arnoud van Soest