Noord-Hollandse oorlogsfoto’s in de prijzen gevallen

Op 4 mei wordt bekendgemaakt welke 100 foto’s door het publiek zijn gekozen voor de landelijke tentoonstelling ‘De Tweede Wereldoorlog in 100 foto’s’. Alle provincies in Nederland hebben hier enthousiast aan meegedaan met foto’s van archieven en particulieren. Uit de door de provincies ingebrachte foto’s heeft een publieksjury, onder voorzitterschap van Khadija Arib, de honderd foto’s gekozen. Het resultaat is een veelzijdige en intrigerende verzameling van foto’s en verhalen. 75 jaar na de bevrijding geven deze foto’s een uniek inzicht hoe we vandaag de dag in Nederland naar de jaren van oorlog en bezetting kijken. Negen foto's uit de provincie Noord-Holland zijn in de prijzen gevallen.

HAARLEM, 15 MEI 1940

Op 15 mei komen de eerste Duitse troepen in Haarlem aan. Burgemeester De Vos van Steenwijk had de bevolking opgeroepen om kalm te blijven. De aankomst en aanwezigheid van het Duitse leger heeft veel mensen op de been gebracht. Rond 14:00 uur verschijnen de eerste Duitse militairen op de Grote Markt in Haarlem. Met gemotoriseerde troepen en enkele pantserwagens maken zij indruk op de omstanders. De nieuwsgierige toeschouwers staan op het bordes van het stadhuis in Haarlem. De eerste Ortskommandant majoor Freude neemt samen met de Duitse Feldkommandant Michaelis intrek in enkele zalen van restaurant Brinkmann aan de Grote Markt. Spoedig zullen ongeveer 70 gebouwen in de stad door de Duitsers gevorderd worden voor eigen doeleinden.

Aankomst van de Duitse troepen op de Grote Markt te Haarlem, 1940. Adrianus Peperkamp / Noord-Hollands Archief.

PURMEREND, 5 MEI 1945

Na vijf jaar bezetting is op 5 mei 1945 heel Nederland eindelijk officieel bevrijd van de Duitse overheersing. De bevolking viert deze bevrijding massaal. Na de aftocht van Duitse militairen wordt er in heel Purmerend gevlagd. Dit is de Peperstraat in het oude centrum, op de voorgrond staan Jan de Wolf (links) en Theo Kocken (rechts). Een dag later arriveren de Canadese troepen in Purmerend. Dit is één van de weinige kleurenfoto’s uit deze tijd. In feite is het een kleurendia. Ontwikkelingen van de kleinbeeldfotografie hadden midden jaren dertig geleid tot de sensationele ontdekking van het kleurendia-procedé. Tijdens de oorlog bevond de kleurenfotografe zich duidelijk nog in de pioniersfase. Het probleem van het fotograferen met de kleurenfilm was dat, veel nauwkeuriger dan bij zwart-witfotografe, rekening moest worden gehouden met de belichting. Om scherpe opnames te maken was helder weer vereist en bewegende situaties konden vanwege de snelheidswaardering nauwelijks worden vastgelegd.

Vlaggen in de Purmerendse Peperstraat, 5 mei 1945. Foto door Dirk Bakker. Dirk Bakker / Collectie Vereniging Historisch Purmerend.

HAARLEMMERMEERPOLDER, 6 OKTOBER 1943

In de kleine boerderij van Johannes Boogaard en zijn gezin verbleven alleen al in de zomer van 1943 zeventig voornamelijk Joodse onderduikers, volwassenen en kinderen. Op 6 oktober 1943 doet de Ordnungspolizei een inval en worden de Joodse onderduikers opgepakt. Eerder die dag onderzochten twee Nederlandse rechercheurs op het erf of er illegaal geslacht werd. Ze liepen een schuur in waar twintig Joodse kinderen bijeen zaten. Een niet-Joodse onderduiker schoot in paniek één van de rechercheurs dood. De ander sloeg daarop alarm. De Duitsers zetten de omgeving af. De 34 aanwezige volwassenen werden allemaal ontdekt. In afwachting van transport moesten zij op de grond liggen. Geen van hen overleefde de oorlog. De Joodse kinderen hielden zich met succes schuil door urenlang tot hun hoofd in een sloot te staan. De foto werd later in de oorlog door het verzet op het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst in de Amsterdamse Euterpestraat verdonkeremaand.

Onderduik bij familie Boogaard. Fotograaf onbekend / NIOD, Beeldbank WO2.

AMSTERDAM, 25 MEI 1943

Zevenduizend Joden moeten zich op bevel van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung melden aan de Polderweg in Amsterdam-Oost voor vertrek naar Westerbork. Ongeveer 1.600 van hen geven gehoor aan de oproep. Ze komen op eigen gelegenheid naar het verzamelterrein. Kinderen, volwassenen en ouderen wachten urenlang. Op het perron staan de treinen van de Nederlandse Spoorwegen gereed voor het vertrek naar het kamp. Dat zovelen geen gehoor gaven aan de oproep riep grote wrevel op bij de bezetter. Maar er was rekening mee gehouden. Die nacht sloten Amsterdamse politieagenten de Jodenbuurt in het centrum hermetisch af. De Ordnungspolizei en agenten van het Politiebataljon Amsterdam kamden de buurt uit. De volgende dag werden nog eens 3.300 Joden afgevoerd naar Westerbork. Deze foto maakt deel uit van een reportage die in opdracht van de Duitse SS is gemaakt door fotograaf Bart de Kok.

Joodse Amsterdammers verlaten de stad. Bart de Kok / NIOD, Beeldbank WO2.

AMSTERDAM, 1941

Een Duitse soldaat regelt samen met een Nederlandse politieman het verkeer op de kruising van de Ceintuurbaan en de Van Woustraat. De Duitsers moeten wennen aan het in hun ogen chaotische fietsverkeer in Nederland. De Nederlandse politie komt na de capitulatie onder Duits gezag te staan, maar behoudt in eerste instantie haar decentrale organisatie. Dat verandert na de Februaristaking in 1941. Deze staking was de eerste grootschalige openlijke protestactie in Nederland tegen de Duitse bezetter, en was uniek in Europa. De Duitsers wilden daarna hun greep op het Nederlandse politieapparaat verstevigen en voerden een ingrijpende reorganisatie naar Duits model door. De korpsen van de gemeentepolitie, rijkspolitie en grenspolitie werden samengevoegd tot staatspolitie en rechtstreeks onder Duits bevel geplaatst. Om de nazifcatie van het politiekorps te vervolmaken werd in Schalkhaar in juli 1941 een speciale politieschool opgericht, waar politieagenten een opleiding in SS-stijl kregen.

Verkeersregelaars op de kruising Ceintuurbaan – Van Woustraat. Fotograaf onbekend / NIOD, Beeldbank WO2.

HAARLEM, 25 OKTOBER 1944

Op de Westergracht wordt de ‘foute’ politieman Fake Krist door het verzet doodgeschoten. De NSB’er werkte voor de Sicherheitsdienst en was fanatiek in het opsporen van Joden, onderduikers en verzetsmensen. In 1944 arresteerde hij in één nacht, met hulp van zin medewerkers, 26 mensen. Nog meer onderduikers en verzetslieden liepen gevaar gearresteerd te worden. In september 1944 besloot de leiding van het verzet in Haarlem en omgeving dat deze gevaarlijke verrader vermoord moest worden. De aanslag werd uitgevoerd door een knokploeg die in de regio opereerde en betrokken was bij gewapende overvallen, sabotage en liquidaties. De Duitse bezetter reageerde onmiddellijk op de dood van Fake Krist. De dag na de aanslag werden tien Nederlandse gevangenen uit het Huis van Bewaring van de Weteringschans in Amsterdam naar Haarlem gebracht en bij de Nieuwe Bavo doodgeschoten. Het boek De Aanslag van Harry Mulisch en de verfilming ervan zin gebaseerd op dit relaas.

Het lijk van Fake Krist op de Westergracht. Fotograaf onbekend / NIOD, Beeldbank WO2.

AMSTERDAM, VOORJAAR 1945

Ada Kruimink en Dick Neijssel plakken in de Lekstraat bulletins van de illegale communistische krant De Waarheid aan. Deze bulletins bevatten informatie over de meest recente ontwikkelingen aan het front en zijn samengesteld op basis van uitzendingen van geallieerde radiozenders. Kruimink vertaalt de Engelstalige radioberichten en vat deze kort samen. Deze worden vervolgens met Oost-Indische inkt op papier gezet, herinnert Kruimink zich. ‘Het moest met grote letters zodat men dat in het voorbijgaan kon lezen. Stilstaan was te gevaarlijk. In groepjes van twee plakten we die bulletins op lantaarnpalen enz. De eerste smeerde plaksel op de plek, de tweede kwam met de papieren er achteraan. Dat ging eerst nog in het donker, maar allengs begonnen we op klaarlichte dag te plakken.’

Het plakken van verzetsbulletins. Carl Hulscher / Verzetsmuseum Amsterdam.

PLAATS EN DATUM ONBEKEND

Truus Oversteegen (links) en Hannie Schaft (rechts) na een gewapende verzetsactie.  Truus is verkleed als man zodat ze zich bij onraad als verliefd stelletje kunnen voordoen. In haar tas heeft zij een pistool. Hannie draagt een brilletje ter vermomming. Samen met Truus’ zus Freddie zijn beide vrouwen vanaf 1943 actief voor het communistisch verzet in de regio Haarlem. Ze helpen onderduikers onder te brengen, transporteren wapens en voeren sabotageacties uit op spoorlijnen. Ook deinzen ze er niet voor terug collaborateurs en verraders te liquideren. Op 21 maart 1945 wordt Hannie bij een wegcontrole door de Duitsers aangehouden. Ze doorzoeken haar fietstassen en vinden een groot pak verzetskranten en haar pistool. Ook al heeft ze het haar zwart geverfd, toch wordt ze herkend als het lang gezochte ‘meisje met het rode haar’. Kort voor het einde van de oorlog wordt Hannie in de duinen bij Overveen gefusilleerd.

Truus Oversteegen en Hannie Schaft in vermomming. Harold van Welsenes / Verzetsmuseum Amsterdam.

HOORN, 1945

Nog in 1945 worden op het Grote Noord in Hoorn fietsen gevorderd en op een boerenkar geladen. De omstanders kijken toe, terwijl op hetzelfde moment een Duitse patrouille te paard passeert. Al in juli 1942 worden inwoners van Hoorn opgeroepen om ten behoeve van de Duitse Wehrmacht herenfietsen in te leveren. De jacht op rijwielen wordt in de laatste oorlogsjaren opgevoerd omdat het Duitse leger een tekort heeft aan voertuigen. Dit trof de bevolking zwaar, omdat zij fietsen hard nodig had. Brandstof voor auto’s en bussen was immers uiterst schaars. In september 1944 worden de rijwielen bij fietsenmaker De Reus aan het Kleine Noord in Hoorn meegenomen. Ook houden Duitsers en landwachters fietsers op straat staande en vinden er huiszoekingen plaats, bij voorkeur op zondag. De maker van deze foto had ook een fiets, maar die hebben de Duitsers nooit te pakken gekregen. Het rijwiel lag geheel gedemonteerd op zolder.

Fietsen gevorderd op het Grote Noord in Hoorn. Jan Dirk Osinga/ Negatievencollectie Osinga, Westfries Archief.

Bron: De Tweede Wereldoorlog in 100 foto’s

Publicatiedatum: 01/05/2020