Kaap Skil toont pronkbeker uit gezonken scheepswrak

Nog tot 9 september 2019 toont Museum Kaap Skil op Texel een zilveren pronkbeker, die afkomstig is uit een scheepswrak dat nog steeds op de zeebodem van de Waddenzee ligt.

Er zijn enkele tientallen scheepswrakken voor de oostkust van Texel ontdekt, waarvan velen nabij de zandbank Burgzand. De meeste andere schepen – in de periode van 1500 en 1800 gingen er naar schatting tussen de 500 en 1000 schepen naar de kelder – zijn totaal vergaan. “De meeste schepen vergaan heel snel,” vertelt Alec Ewing, conservator van museum Kaap Skil. “De Waddenzee zit vol organismes, zoals de paalworm, die zich aan het hout tegoed doen. Als dan nog eens tweemaal daags het tij er overheen gaat, kan het rap gaan. In 10-15 jaar is zo’n wrak dan hélemaal vergaan.”

“De meeste schepen zinken tijdens een zuidwesterstorm,” vervolgt hij. “De bemanning is dan meestal aan boord. Dat is heel praktisch, want als er plotseling een oostenwind opsteekt, hoef  je niet eerst alle kroegen en bordelen af om je bemanning op te halen. Je bent zó twee dagen kwijt. Maar als er zo’n hevige storm opsteekt zat de bemanning als ratten in de val. Schepen schieten van hun anker, botsen tegen andere schepen op of verdwijnen in de golven. Kortom, ze vergaan met man en muis.”

Eén van de beruchtste stormen woedde rond Kerst 1593. Er lagen wel 150 schepen voor anker en de ochtend ná de storm waren er al meer dan veertig schepen verdwenen. Volgens een Italiaanse geschiedschrijver zouden er die nacht 1050 man zijn omgekomen.

Schip in nood. Via Museum Kaap Skil.

Onder het zand

Maar soms wordt een scheepswrak onder het zand bedolven. “Dan kunnen er geen organismes bij en ook geen zuurstof. Zo’n wrak kan de eeuwen trotseren. Het Palmhoutwrak, dat tussen 1645 en 1665 zonk, is er één van. “De duikers hebben dat zo genoemd omdat ze in het wrak veel stammen van palmhout vonden, tropisch hardhout dat heel geschikt was om meubels van te maken.” Het Palmhoutwrak is één van de circa veertig scheepswrakken die in de Waddenzee ontdekt zijn. De meesten daarvan zijn sindsdien vergaan, of weer onder het zand verdwenen.

In 2014 haalden Texelse duikers onder andere een zeventiende-eeuwse zijden jurk uit het wrak. En dat was héél bijzonder. “Er is nauwelijks kleding uit de zeventiende eeuw bewaard gebleven, laat staan uit een scheepswrak. Bij alle keren dat duikers wrakken in de Waddenzee hebben bezocht is er nauwelijks textiel gevonden. En als er al iets van textiel wordt gevonden, zijn het flarden van een mouw of een sok, die er vies bruin uit zien, in verregaande staat van ontbinding verkeren en bijna onherkenbaar als kledingstuk zijn. Kortom, als je dan een complete jurk vindt, die zo gaaf is dat je hem zó aan zou kunnen trekken, dan is dat weergaloos.”

Conservator Alec Ewing voor een vitrine met serviesgoed, afkomstig uit een scheepswrak. Foto door Arnoud van Soest.

Gekkenhuis

De zijden japon werd wereldnieuws en werd in 2016 in het museum getoond. “In vier weken tijden hebben we 12.000 extra bezoekers over de vloer gekregen; dat was ècht een gekkenhuis.”

De japon en andere vondsten uit het wrak bevinden zich momenteel in het depot van de provinciale archeologische dienst in Castricum, waar ze worden onderzocht en gerestaureerd. Daaronder is een zilveren pronkbeker, die momenteel in de maquettezaal van Kaap Skil is te zien. De beker is vermoedelijk eind zestiende eeuw in het Duitse Neurenberg gemaakt, een stad die ooit bekend stond om zijn zilversmeden. Ewing: “De beker komt uit een kist vol gebruikszilver (borden, bekers, bestek) van een héél rijk persoon. Wie dat was, weten we niet. Scheepswrakken zijn bijna niet te identificeren. Van VOC-schepen weten we vrij veel. Dat kun je allemaal terugvinden in een archief in Den Haag, maar dat geldt niet voor het overgrote deel van de schepen in de Gouden Eeuw. Je vindt bovendien nooit een bord met de naam van het schip; dat gebeurt alleen bij Kuifje.”

De pronkbeker uit het Palmhoutwrak. Via Museum Kaap Skil.

Pronkbeker

De pronkbeker was door het eeuwenlange verblijf op de zeebodem in drieën gebroken en deels platgedrukt. Restauratie-experts van het Limburgse bedrijf Restaura hebben de aanslag van het zoute zeewater verwijderd en de losse delen weer aan elkaar gezet. “En nu blinkt het weer als nooit tevoren.”

Het is de bedoeling dat een aantal vondsten uit het Palmhoutwrak vanaf 2022 in museum Kaap Skil worden getoond. Daaronder zijn 35 dure, leren boekbanden, waaruit het papier is weggespoeld. Eén van die leren banden heeft het stempel van het Engelse Koninklijke Huis Stuart. Ewing: “Dat bewijst nog niet dat de collectie van het koninklijk huis is geweest, maar misschien komen we er zo achter wie de boekbinder is geweest en leidt ons dat weer naar de eigenaar.”

Scheepvaartmuseum Kaap Skil wijdt niet alleen aandacht aan scheepswrakken, maar kent ook een aantrekkelijk buitenmuseum met een molen, vissershuisjes en winkeltjes, die een goed beeld geven van het leven in Oudeschild in de negentiende eeuw. Er worden regelmatig demonstraties van oude ambachten gegeven (touw maken, netten boeten) en er worden in de zomer geregeld verhalen over de Jutterij verteld. Meer informatie is te vinden op www.kaapskil.nl.

Demonstratie touw slaan. Foto door Mike Bink, via Museum Kaap Skil.

Wie niet met de auto, maar met openbaar vervoer naar Texel reist, kan een rit via de Texelhopper naar Kaap Skil, Heemskerckstraat 9 in Oudeschild, reserveren.

Tekst: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 26/07/2019