Ik, Daphne Gakes: toneel in de geest van Jan Cremer

'Zonder Jan Cremer was ik een leven gaan lijden als dat van mijn moeder: Trouw aan mijn man en kinderen, een rijtjeshuis en een baan in de zorg.'

Ik, Jan Cremer. Begin jaren zestig stond Nederland op zijn kop door de publicatie van dit boek. Cremer kleurde buiten de lijntjes met een raar stoer jongensverhaal dat ging over seks, rock & roll en de wereld ontdekken. We verslonden het boek met rooie oortjes. Het suggereerde dat heel Nederland aan het ronddraaien was, dat bleek achteraf slechts tot in een paar buitenwijken van Amsterdam te gelden. Want in de biblebelt, daar waar het antwoord op zondige gedachtes bidden tot God was, hadden ze van dat hele boek nog nooit gehoord.

In het gereformeerde Nederland van de jaren zestig werd Cremer gezien als een staatsgevaarlijk individu, een slecht voorbeeld voor de jeugd dat dierlijke driften bij zijn publiek losmaakte. Cremer zelf is geboren in Enschede. Ook niet bepaald een jongen van de grote stad dus. Het boek schokte ouders, maar verrukte hun kinderen. Provoceren in de literatuur was in de jaren zestig op zichzelf geen nieuws. Wat wel nieuws was, was dat er autobiografisch geschreven werd. Het gedrag was niet meer verzonnen, het was echt, het was onder ons.

Jan Cremer met zijn boek op de grond, 1964. Collectie Nationaal Archief.

Preutsheid en provocatie

Zelf was ik ook zo’n verrukt kind. Ik wilde niets liever dan mijn moeder zijn: huisje, boompje, beestje en weinig ambitieus. Tot ik per toeval het boek Ik, Jan Cremer onder mijn neus geschoven kreeg:

‘Ik zag haar staan: een Godin met wapperend Vikingenhaar. Haar weelderige vormen half zichtbaar onder de openhangende bontjas, de Huid van een Roofdier, haar torso gevormd als van ’n negerin uit het Oerwoud op zoek naar een prooi om te verslinden. Ik omhelsde haar en even later kroop ik in de warmte van haar onderlijf. We worstelden, slikten, knepen, hijgden, schreeuwden en verdronken in het tijdelijke orgasme.’

Ik, Jan Cremer is een klassieker en wordt zelfs als onsterfelijk gezien. Maar in deze passage is ook de vergankelijkheid van de tijdsgeest te lezen. Een zin als ‘haar torso gevormd als van ’n negerin uit het Oerwoud op zoek naar een prooi om te verslinden’ zou nu (gelukkig) niet meer gebruikt worden. Ook is het niet meer provocerend dat we het over ‘pik’ en ‘kut’ en ‘neuken’ gaan hebben. Het is eerder de trend om wat preutser te werk te gaan.

Jan Cremer beschildert schutting op de Nieuwendijk te Amsterdam, 1969. Collectie Nationaal Archief.

Terug naar de wortels

Ik heb het boek recentelijk weer gelezen en kwam er niet zo goed doorheen. Maar toen, als kind, wist ik niet wat me overkwam. Het gaf een punt. Het gaf een doel aan mijn dagen. Ik, Daphne Gakes, zou alles gaan doen wat God verboden had. Nou dat is gelukt. Daarom gaat mijn voorstelling en gelijknamige boek over de vlieguren die ik gemaakt heb.

Intussen ben ik 33 jaar en kom tot de conclusie dat zelfs in seks, drugs en rock & roll sleur komt. Het leven moet me nu iets meer gaan bieden dan alleen het avontuur. Daarom blik ik, net als Jan Cremer in zijn boek Odyssee (2016), terug naar de wortels van mijn bestaan. Cremers zoektocht naar zijn wortels bracht hem bij zijn vader, die ook schrijver is. Zijn vader was een avonturier en ontdekkingsreiziger. Hij schreef krantenreportages over zijn reizen. Op tweejarige leeftijd overleed Cremers vader.

Cremers moeder kon niet altijd voor hem zorgen, waardoor hij op jonge leeftijd, te jonge leeftijd misschien wel, op eigen benen kwam te staan. Cremer was een reiziger die nooit een huis had, zijn leven zat in een koffer of in een plunjezak. ‘Nu weet ik dat ik dat onrustige van hem heb, hè. Altijd verder willen, over de grenzen. Op zoek naar een nieuwe horizon.’ zei Cremer in een interview met Maarten Moll voor Het Parool (2016).

Jan Cremer beschildert schutting op de Nieuwendijk te Amsterdam, 1969. Links modeontwerper Lex Daniels. Collectie Nationaal Archief.

Tegenpolen

De verschillen tussen mij en mijn moeder kunnen niet groter. In tegenstelling tot mijn moeder woon ik een camper, heb ik nog nooit een monogame relatie gehad en kom ik rond van de kunst. Het enige wat ons verbind, is het schrijven. Mijn moeder schrijft net als ik iedere dag. Ik weet nog dat er bij ons thuis een kast stond vol met mijn moeders dagboeken.

De voorstelling Ik, Daphne Gakes is een vertelling op basis van mijn dagboeken, die vol staan met seks, drugs en rock & roll. Ik vergelijk mijn leven met de dagboeken van mijn moeder. Ik heb gevraagd of ik mijn moeders dagboeken mocht lezen. Aanvankelijk vond ze dit niks maar na wat gesoebat over en weer heb ik ze gekregen, de dagboeken van mijn moeder. Van haar 18e tot haar 45e levensjaar.

Met mijn huidige levensstijl in een camper zie ik nog steeds overeenkomsten in het leven van mij en dat van mijn mentor, Jan Cremer. Ondanks dat ik mijn geluk, net als Cremer, niet meer zoek in seks, drugs en rock & roll, blijft buiten de lijntjes kleuren mijn devies. Binnen de gebaande paden zal je nooit weten wat je kan of waartoe je in staat bent.

De voorstelling Ik, Daphne Gakes toont de weg naar volwassen worden. Agerend tegen de opkomende preutsheid van onze truttige samenleving, komt Daphne erachter dat ze iets aan het bewijzen is wat niet van haar is. Als ze op dertigjarige leeftijd wordt opgepakt vanwege het stelen van zalm vraagt ze zich af of haar ogenschijnlijke vrije leven wel zo vrij is. Met de grenzeloze mentaliteit van Jan Cremer als voorbeeld, blijkt op eigen benen staan moeilijker dan verwacht. 12, 20 en 21 september is de laatste kans om deze show te zien in de Roode Bioscoop in Amsterdam. Tickets zijn hier te bestellen.

Tekst: Daphne Gakes