Hoogtepunten uit een eeuw KLM

Johan Cruyff met een zakje Treets in een geheel leeg KLM-toestel: kan het Hollandser? Het is één van de honderd foto’s uit de tentoonstelling die in het Amsterdamse Stadsarchief is te zien.

Lidy klein Gunnewiek, voorzitter van het bestuur van foto-instituut MAI, dat het fotoarchief van de KLM beheert, was 22 jaar toen ze voor het eerst in een vliegtuig stapte. Ze vond het magisch. “Het was goed dat ik alleen was, want ik denk dat ik de hele vlucht mijn mond open heb gehad.”

Dat het Amsterdamse Stadsarchief nu honderd zeer fraaie foto’s uit de geschiedenis van de KLM kan laten zien (in oktober viert de luchtvaartmaatschapij het honderdjarig bestaan) komt omdat de KLM al sinds de oprichting over een eigen fotoarchief beschikt. Het is het oudste fotoarchief over luchtvaart ter wereld is. Het archief omvat 250.000 beelden van hoge kwaliteit, die door gerenommeerde fotografen als Paul Huf zijn gemaakt.

Aankomst Convair PH-TEE Schiphol 1949. Foto door Paul Huf, via Maria Austria Instituut.

Miljoen dagjesmensen

Maar de expositie laat ook zien hoe vliegen de afgelopen eeuw is veranderd, zo vertelde Gunnewiek. Eerste waren het nog zakenlieden, politici en beroemdheden die het zich konden veroorloven, zoals Ella Fitzgerald, Maria Callas en Johan Cruyff. Vliegen was in die tijd zeker niet voor iedereen weggelegd. Een dagje Schiphol was lange tijd het hoogst haalbare. De luchthaven trok in 1955 maar liefst een miljoen dagjesmensen. Daar kon het Rijksmuseum niet aan tippen.

Vervolgens was het de beurt aan tv-maker Floortje Dessing, die heel wat uurtjes voor haar reisprogramma’s in het luchtruim heeft doorgebracht en daar smakelijk over kan vertellen. Voor de tentoonstelling heeft ze een aantal ‘romantische’ foto’s uitgekozen, zoals een stewardess die een klein meisje voorleest, die met een blauwe sticker worden aangeduid.

Opgegroeid in een gezin dat geen auto bezat en alleen maar fietste, kon Dessing als kind op Schiphol al hunkerend kijken naar de vertrekkende vliegtuigen. Al die mensen gingen immers op avontuur.

Floortje Dessing haalt wat anekdotes op. Foto door Arnoud van Soest.

Dronken passagiers

Inmiddels vliegt ze al twintig jaar, al liep dat niet altijd van een leien dakje, want in het begin had ze last vliegangst. Dan nam ze maar een paar borreltjes om de scherpe randjes er vanaf te halen. De eerste keer dat ze naar Rusland vloog, bleek haar stoel los te zitten en waren er dronken luitjes achter haar aan het vechten. En dan waren er nog die onweersbuien ter hoogte van Argentinië, die de indruk wekten dat het vliegtuig zou neerstorten. Maar altijd landde ze weer veilig.

Overigens was ze niet blind voor de CO², die vliegtuigen uitstoten. “Maar vliegen zullen we altijd blijven doen, in de toekomst hopelijk op een duurzame wijze.”

Dessing had zich ook nog even verdiept in de eerste vlucht naar Batavia, die in 1924 werd uitgevoerd door Van der Hoop en Poelman. “Die reis duurde toen nog 22 dagen en onderweg ging de motor ook nog eens stuk. Moesten ze via de krant nog snel even actie voeren om een nieuwe motor te kunnen kopen.” Dat spannende jongensboekengevoel zag ze ook terug in de tentoonstelling.

Groep ziekenzusters bekijken exterieur DC-2 PH-AKO Oeverzwaluw Schiphol, tweede helft jaren dertig. Via Maria Austria Instituut / KLM foto Historisch Archief.

Een jaarsalaris

KLM-bestuurder Frank Houben nam de aanwezigen mee naar de ELTA, de Eerste Luchtverkeers Tentoonstelling Amsterdam, die in de zomer van 1919 plaatsvond in Amsterdam-Noord, daar waar nu het Eye Museum staat. De tentoonstelling duurde twee maanden en trok maar liefst 500.000 bezoekers. Houben: “Veel mensen hadden nog nooit een vliegtuig van dichtbij gezien. Je kon zelfs een rondje meevliegen. Dat kostte wel bijna een jaarsalaris en je wist ook niet of je veilig zou landen.”

Op die tentoonstelling besloot een groepje zakenlieden een luchtvaartmaatschappij op te richten, waartoe ze een startkapitaal van 1,2 miljoen gulden bijeen brachten. En gedaan kregen dat koningin Wilhelmina de gloednieuwe KLM het predikaat koninklijk verleende, ook al moest het eerste KLM-toestel nog opstijgen.

Stewardess met baby op vliegtuigtrap DC-3. Schiphol, ca 1938. Via Maria Austria Instituut / KLM foto Historisch Archief.

Eigen fotodienst

De KLM richtte al snel een eigen fotodienst op, die foto’s maakte van vliegtuigen, van Schiphol en van het eerste saleskantoor op het Leidseplein, dat in mei 1921 de deuren opende. Maar ook bekende fotografen als Maria Austria, Paul Huf, Carel Blazer en Henk Jonker legden de KLM-wereld vast. Dat leveren honderdduizenden negatieven op, die inmiddels door het Maria Austria Instituut worden beheerd.

Voor de tentoonstelling selecteerde Cecile Ogink en haar collega’s van het MAI iets meer dan honderd foto’s. “De KLM heeft er altijd voor gekozen om vakfotografen in te huren en dat stralen de foto’s ook uit.”

Eén van haar lievelingsfoto’s is die van een groepje zwemmers dat uit het vliegtuig hangt (dat kon toen blijkbaar nog), en op weg was naar kampioenschappen. Ze worden door een grote groep mensen uitgezwaaid. “Zo’n foto stelt zoveel blijheid en enthousiasme uit; dat werkt ècht aanstekelijk.”

Fokker F.XX, PH-AIZ Zilvermeeuw, circa 1935. Via Maria Austria Instituut.

Let’s Fly Away is tot en met 6 oktober – behalve op maandag – te zien in het Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 32. Toegang gratis.

Tekst: Arnoud van Soest