Expositie viert de manier waarop we naar Zandvoort gingen

Het Zandvoorts Museum heeft momenteel een bijzondere tentoonstelling in huis die inzoomt op de trams en treinen waarmee méér dan een eeuw lang miljoenen ritjes zijn gemaakt om de badgasten naar zee te brengen.

Een groot digitaal panorama brengt het strandleven in beeld. Hoewel de tentoonstelling vooral gaat over de tram- en treinreis die je maakte als je naar Zandvoort wilde, begint de expositie ‘We Gaan Naar Zandvoort!’ met serviesgoed uit de collectie van Zandvoortkenner Arie Koper. In een vitrine prijken koffiekopjes die ooit zijn gebruikt in de statige grand hotels waarvan er ooit zo’n negen aan de boulevard stonden.

Impressie van de tentoonstelling. Helemaal rechts station Haarlem en links daarvan de Amsterdamse Poort in Haarlem, waar de Blauwe Tram langsreed. Beeld: Stefan de Groot

In 1943 werden die hotels (èn de daartussen gelegen huizen) op last van de Duitse bezetter gesloopt voor de Atlantikwall, een 5000 km lange verdedigingslinie die een geallieerde invasie moest voorkomen. In de jaren dertig stonden veel van die – deels houten – hotels overigens al leeg, vertelt Stefan de Groot , die de tentoonstelling maakte, omdat het tijdperk van de welgestelde toeristen eigenlijk al voorbij was. Maar in de oorlog viel het doek definitief.

Maar het zijn toch vooral De Groots kleurrijke schilderijen over de reis naar Zandvoort, én de prachtige, oude tramaffiches die het oog strelen. De trams horen bij een tijd dat Zandvoort dé badplaats was voor gewone mensen, want tot aan de Eerste Wereldoorlog waren het vooral de welgestelden die uit heel Europa naar Zandvoort togen om er te kuren en de gezonde zeelucht in te ademen. De Oostenrijkse koningin Sissy was er één van.

De Kikker

De tentoonstelling begint met de eerste tram die in 1904 vanaf het Spui in Amsterdam via Halfweg, Haarlem en de duinen naar Zandvoort reed. De eerste trams waren groen en werden in de volksmond De Kikker werd genoemd, niet alleen vanwege de kleur, maar ook vanwege de grote koplampen. En omdat de tram, als-ie langs de Haarlemmer Trekvaart reed,  een beetje waggelde. Net een kikker.

De Kikker was de bijnaam voor een van de trams die werden ingezet op de lijn Amsterdam-Zandvoort
Beeld: Stefan de Groot

De tramreizen werden door verschillende trammaatschappijen uitgevoerd, die in 1924 fuseerden tot Noord-Zuidhollandsche Tramwegmaatschappij, beter bekend als NZH. De trams waren blauw, waar de tram naar Zandvoort zijn bijnaam De Blauwe Tram aan dankt.

Stefan heeft inmiddels een aantal museumbezoekers gesproken die vol weemoed aan die tramritjes van weleer terugdenken. “Vooral de Boedapester-tram had een prachtig, mooi afgewerkt interieur. Zo mooi maken ze ze niet meer.” In het Haarlemse NZH-museum, dat ook aan de tentoonstelling  meewerkte, staat nog een exemplaar.

De stoomtram

In het Zandvoorts Museum zijn twee korte video’s met oude filmbeelden te zien, waarop je bijvoorbeeld de stoomtram nog kunt zien rijden: het ene filmpje gaat over het traject Amsterdam-Halfweg, het andere over het traject Halfweg-Zandvoort.

De tram eindigde in Zandvoort op de plek waar nu de Albert Heijn staat, niet ver van het gemeentehuis. Een tramreis van Amsterdam naar Zandvoort duurde één uur en een kwartier.

In 1957 hief Amsterdam de tramlijn naar Zandvoort op. Het autoverkeer was toegenomen en de trams, die lang en breed waren, zaten steeds meer in de weg. Op 31 augustus reed de laatste tram naar Zandvoort. Zo’n 20.000 mensen namen in de Haarlemse Tempelierstraat afscheid van de Blauwe Tram. De tram werd vervangen door buslijn 80, die ongeveer dezelfde route als de tram volgt. Wat Stefan de Groot betreft hadden ze die tram niet hoeven op te heffen. “Als je nu met de bus gaat, sta je vaak in de file; met de tram heb je dat probleem niet.”

De Groot laat niet alleen het verleden zien; hij maakte ook een impressie van treinstation Sloterdijk. “Trein en tram hebben heel lang langs de Haarlemmer Trekvaart naast elkaar gereden. De tram reed waar nu de auto’s rijden.”

Niks zwembroeken

We lopen langs een schilderij waarop hij badgasten uit de jaren twintig afbeeldt. Niks zwembroeken en topjes, maar lange jurken en vrolijke strohoedjes. “In die tijd zat iedereen gekleed op het strand. Je ging niet naar het strand om te zwemmen, maar om te relaxen en in rieten strandstoelen een drankje te doen. Zwemmen kwam pas later.”

En dan staan we voor één van de aardigste onderdelen van de tentoonstelling: een digitaal panorama van zes bij vier meter, waarop Stefan de Groot laat zien hoe de badplaats zich tussen 1918 en 2018 heeft ontwikkeld. Terwijl hij zijn verhaal vertelt, zie je op een groot scherm hoe Hotel d’Orange wordt gebouwd. En zie je de badkoetsen verschijnen waarmee de  eerste, welgestelde badgasten de zee werden ingereden, zodat de dames afgeschermd konden poedelen in het heilzame zeewater. Later werden de badkoetsen als kleedhokjes gebruikt. “Jammer dat die koetsen zijn verdwenen, want als mensen zich nu op het strand omkleden, doen ze een beetje moeilijk met een handdoek.”

Het digitale panorama beeldt met name het strandleven in de jaren twintig uit
Beeld: Stefan de Groot

Op het scherm verschijnt een vrouw in een badpak uit één stuk. “In de jaren twintig was dat eigenlijk al héél gewaagd, omdat er veel bloot was te zien. Het was een preutse tijd; je mocht niet met een badpak over de boulevard lopen. Dan moest je iets aantrekken; anders werd je door de politie beboet. Pas in de jaren vijftig werd het vrijer.”

Moderne technieken

Hoewel de presentatie de geschiedenis van de badplaats in één eeuw tijd laat zien, focust hij vooral op het strandleven van rond 1926. “Na de Eerste Wereldoorlog gingen gewone mensen ook naar het strand. De periode daarvoor, toen de welgestelden naar Zandvoort kwamen, heeft al aardig wat aandacht gekregen, dus ik heb me vooral op de periode van de jaren twintig en daarna gericht.”

Affiche voor de tentoonstelling ‘We Gaan Naar Zandvoort!’

Voor de tentoonstelling gebruikte Stefan de Groot moderne technieken om het verleden tot leven te wekken. Hij doet dat met een iPad. “Ik was al bezig met timelapse video’s, waarmee je animaties kunt maken. Ik vertel het verhaal, waarna het pas wordt geschilderd. Ik vertel dus over de badcultuur van toen en hoe al die hotels werden gebouwd, waarbij ik Hotel d’Orange als voorbeeld neem. En als ik over de badkoetsen vertel, zie je die geschilderd worden. Zonder de iPad, die opneemt wat je schildert, had ik dat panorama nooit kunnen maken.”

Vroeger werkte hij alleen op papier, maar in 2000  is hij helemaal digitaal gegaan. “Het mooie daarvan is dat je nu een hele studio op je iPad hebt staan. Een ander voordeel is dat je tegenwoordig alles digitaal moet aanleveren, dus als je het meteen digitaal maakt, wordt het ook zo afgedrukt, zonder kwaliteitsverlies.”

Station Haarlem

Wie meer over het werk van Stefan de Groot wil weten kan op zijn website terecht, waar ook een schilderij is te zien waarop hij de lichtval in het fraaie treinstation van Haarlem heeft proberen te vangen. “Het hangt een beetje van het jaargetijde af, maar als de zon ondergaat, zo rond een uur of 4, 5, en je kijkt vanaf perron 8 naar perron 4, dan zie je héle lange schaduwen. Dan worden de kleuren warmer, rijker. Als het te donker wordt, ben je alles weer kwijt, dus heb ik dat moment in een schilderij proberen te vangen.”

In Ontmoeting legde Stefan de Groot de lichtval van station Haarlem vast. Beeld: Stefan de Groot.

En oh ja, voor we het vergeten: Stefan de Groot heeft ook posters gemaakt die aan de muur hangen van de school waar tv-serie De Luizenmoeder wordt opgenomen. “Ik ken de setdresser van die serie. Zij had nog wat posters voor aan de muur nodig. Toen was overigens nog helemaal niet bekend dat de serie zo populair zou worden, maar het is best grappig om steeds je werk voorbij te zien komen.”

De tentoonstelling ‘We Gaan Naar Zandvoort!’ is tot en met 10 maart te zien in het Zandvoorts Museum, Swaluëstraat 1, Zandvoort. Zie voor openingstijden:  www.zandvoortsmuseum.nl

Tekst: Arnoud van Soest

 

 

 

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2019