Waterland: de Dopers

Midden in een moderne woonwijk in Monnickendam is een laan vernoemd naar Wendelmoet Claesdochter. Deze Monnickendamse was de eerste Nederlandse die om haar protestantse geloof werd gedood. Waterland gold in de zestiende eeuw als een broeinest van ketterij. Vooral de doopsgezinde leer werd er populair.

Wendelmoet op de brandstapel.

Beeld: Cultureel Erfgoed Noord-Holland.

Wendelmoet op de brandstapel.Wendelmoet op de brandstapel.

Wendelmoet Claesdochter

In het begin van de zestiende eeuw was er veel kritiek op de heersende katholieke kerk. Een voormalige monnik in Duitsland, Maarten Luther, was een van de belangrijkste woordvoerders van deze kritiek. Zijn ideeën verspreidden zich snel. Ook in Monnickendam werden vanaf 1524 ‘lutherse’ bijeenkomsten gehouden. De stad werd in die jaren zelfs ‘Lutherdam’ genoemd. De overheid trad hier streng tegen op.
 
De Monnickendamse Wendelmoet Claesdochter werd in mei 1527 opgepakt en naar Den Haag gebracht. In een poging om haar af te brengen van haar ketterse opvattingen werd ze maandenlang op water en brood gezet in Woerden. Teruggebracht naar de Gevangenpoort in Den Haag werd Wendelmoet uitvoerig verhoord. Ze bleek niet van gedachten te zijn veranderd. De heilige hostie was voor haar slechts ‘brood en meel’. Het kruis was ‘een stuk hout’, goed om een vuurtje mee te stoken. Daarmee was haar einde onvermijdelijk: op 20 november 1527 vond Wendelmoet de dood op de brandstapel. Zelfs de beul was onder de indruk van haar standvastigheid.

Radicale wederdopers

Wendelmoet overleed voordat het protestantisme zich in verschillende stromingen uitkristalliseerde. In Waterland zou in de loop van de tijd vooral de doperse leer opvallend veel overtuigde volgelingen trekken. In 1534 was volgens een pastoor zelfs tweederde van de bevolking van Monnickendam besmet met deze ketterij. De wederdopers keerden zich tegen het gebruik pasgeboren kinderen te dopen. De doop was voor hen een bewuste ‘belijdenis’ die alleen volwassenen konden doen.
 
Een aantal dopers geloofde bovendien dat Christus heel snel zou terugkeren op aarde. Het einde der tijden was nabij, ze wilden zich daarop voorbereiden. Op 21 maart 1534 vertrokken 32 schepen vol radicale wederdopers van Monnickendam naar Munster. Ze wilden helpen om daar het Koninkrijk Gods te vestigen. In Genemuiden werden ze tegengehouden door de autoriteiten. Ze maakten geen schijn van kans. Een paar leiders kregen de doodstraf. De anderen mochten terugkeren naar hun woonplaats. Bijna tachtig Waterlanders moesten nog wel voor de rechtbank verschijnen. De meesten toonden berouw en kwamen er met een lichte straf vanaf.
 
In mei 1535 ondernamen ze nog een poging om met geweld een begin te maken met de vestiging van het Koninkrijk Gods. Nu in Amsterdam. De wederdopers faalden en waren ontgoocheld: God was hun niet te hulp gekomen. Ze moesten zich herbezinnen. Het gebruik van geweld wezen ze voortaan af. Ook een radicaal soort christelijk communisme wezen ze af.

Wederdopersoproer Amsterdam, 1535.

Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Wederdopersoproer Amsterdam, 1535.Wederdopersoproer Amsterdam, 1535.

Dopers gingen ondergronds

De autoriteiten bleven echter overtuigd van het doperse gevaar. Klopjachten en onderdrukking waren het gevolg. Sommige Waterlanders konden ontkomen, anderen werden omgebracht. Het aantal doopsgezinden nam af. Maar het lukte niet de doopsgezinde stroming met wortel en tak uit te roeien. De ‘dopers’ gingen ondergronds.

Het verbranden van drie doopsgezinden en hun boeken in Haarlem, 26 april 1557, door Jan Luyken.

Beeld: Collectie Noord-Hollands Archief.

Het verbranden van drie doopsgezinden en hun boeken in Haarlem, 26 april 1557, door Jan Luyken.Het verbranden van drie doopsgezinden en hun boeken in Haarlem, 26 april 1557, door Jan Luyken.

Vervolgingen namen af

Toen de vervolgingen later geleidelijk afnamen, konden de dopers hun geloof openlijk gaan belijden. Maar publieke ambten mochten zij niet bekleden. Dit gold ook voor de katholieken en de joden. Desondanks werden ze getolereerd. Hun kerken, vaak ‘vermaning’ genoemd, dienden wel onopvallend te blijven. Zelfs in Middelie, waar de doopsgezinden in de meerderheid waren, ontbrak een kerktoren.

Doopsgezinde kerk Zaandam-West, 18e eeuw, door J. Bruinvis, 1849.

Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Doopsgezinde kerk Zaandam-West, 18e eeuw, door J. Bruinvis, 1849.Doopsgezinde kerk Zaandam-West, 18e eeuw, door J. Bruinvis, 1849.

Publicatiedatum: 26/11/2010

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.