Huize Frankendael

Alles wijst op het vroegere gebruik van Frankendael als zomerhuis, waar families minder formeel leefden en dus ook minder personeel nodig hadden dan in hun stadshuis. Daarnaast was de lucht in ‘De Meer’ gezonder dan in Amsterdam, waar de grachten ‘s zomers ontzettend stonken. Ten slotte was de ligging in de Watergraafsmeer perfect: een half uurtje met de koets en je was weer thuis.

Frankendael is de enige buitenplaats die op Amsterdams grondgebied bewaard is gebleven. Het huis, dat in 1733 zijn huidige aanzien kreeg, is van het gangbare achttiende eeuwse type: een hoog middendeel bekroond door monumentale schoorstenen, met aan weerszijden lagere bijgebouwen met onder meer een koetshuis en stallen. Het geheel oogt groter dan het is. Aan de straatkant ligt het visitekaartje van het huis: een fontein met beelden van stroomgoden, vervaardigd door de bekende Amsterdamse beeldhouwer Ignatius van Logteren.

Pompen en verzuipen

De geschiedenis van de Watergraafs- of Diemermeer is er een van pompen en (bijna) verzuipen. In 1629 werd het vier meter diepe meer voor de eerste keer drooggelegd. Rijke Amsterdammers waren actief bij het project betrokken. De gronden kregen eerst een agrarische functie, later verrezen er buitenverblijven van rijke kooplieden. Bij een dijkdoorbraak in 1651 liep de polder onder water (zout water, want dit was afkomstig uit de Zuiderzee). Opnieuw werd de polder drooggemalen, waarna de schade werd hersteld. In 1672 kregen de bewoners voor de tweede keer natte voeten, maar ditmaal was het de stad Amsterdam zelf die opdracht gaf om de polder onder water te zetten. Deze ingrijpende maatregel werd nodig geacht om de oprukkende Franse troepen een halt toe te roepen, een tactiek die slaagde.

Huize Frankendael. Beeld: Flickr

Voor- en tegenspoed

Na opnieuw te zijn drooggemalen brak een periode van rust en voorspoed aan. Was de woonfunctie in de Watergraafsmeer elitair, de recreatiefunctie was dat niet. In de eerste helft van de 18deeeuw telde de polder 50 grotere huizen, 32 kleinere buitenplaatsen en 53 pleziertuinen die voor een deel publiek toegankelijk waren. Zo lag vlakbij Frankendael de Maliebaan, waar een soort golfspel werd gespeeld. Kaarten uit die tijd laten een verkaveling zien van fraaie geometrische figuren van allerlei tuinen en tuintjes. Omstreeks 1800 zette onder invloed van de economische malaise het verval van de Watergraafsmeer in. Alleen huis Frankendael ontkwam aan de slopershamer.

Kluizenaarshut

De ruïne op het eilandje is minder vervallen dan op het eerste gezicht lijkt. Sterker nog, hij is min of meer als zodanig gebouwd en gold vroeger als één van de attracties van Frankendael. Het stenen bouwsel, dat vroeger een rieten dak heeft gehad, stelt een hermitage voor, een deftig woord voor kluizenaarshut. De ‘bewoner’ was een heremiet, een houten pop die door middel van een mechaniek met een hoofdknik en zijn rechterhand wees op een doodskist met het opschrift ‘Gedenk te sterven’. De aanblik van dit bewegende en in monnikspij geklede beeld bood wandelaars stof tot overpeinzing van de vergankelijkheid van het aardse bestaan. Een speciaal voor dit doel ingehuurd persoon bediende het mechaniek van de pop en gaf ook uitleg. Diep verscholen in het park en overwoekerd door klimop had de hermitage voor tijdgenoten iets verhevens en griezeligs tegelijk. De ruïne is recent gerestaureerd en de kwetsbare ‘heremiet van Frankendael’ bevindt zich na veel omzwervingen in het Amsterdam Museum.

Publicatiedatum: 01/06/2012