Het sluisje van Nieuwendam

De sluis in de Nieuwendammerdijk vormt de kern van het dijkdorp Nieuwendam. De sluis verbindt al eeuwenlang het water van het IJ (nu via Zijkanaal K) met het polderwater achter de dijk. Tot het eind van de negentiende eeuw was de Nieuwendammerham nog open water en maakte als zodanig deel uit het IJ.

Het sluisje van Nieuwendam

Vanaf het sluisje kon je zo naar Amsterdam varen. De plek, inclusief een herberg (nu café ’t Sluisje’), is dan ook altijd een kruispunt van druk verkeer geweest. Hier kwamen de beurtveren en later de stoombootjes uit Amsterdam aan, wat nu ’s zomers nóg gebeurt. De schuiten met zuivelproducten uit Waterland, bestemd voor de Amsterdamse markt, gingen de andere kant op, richting stad. In de haven van Nieuwendam werd de lading van de roeibootjes van de boeren overgeslagen op grotere boten, de zogeheten melkschuiten waarmee de overtocht over het woelige IJ kon worden gewaagd. Nieuwendam is een typisch Noord-Hollands dijkdorp met zijn karakteristieke houten huizen met ‘Zaanse’ klokgevels.

Het sluisje van Nieuwendam

Het sluisje van Nieuwendam.

Kapiteinshemel

Iets ten oosten van de sluis staat nog een mooi rijtje van die huizen (waaronder nr. 280 en buurpanden), dat de kapiteinshemel wordt genoemd. Hier woonden in de achttiende en negentiende eeuw rijke gepensioneerde reders en kapiteins, die hun levensavond doorbrachten op een plek waar ze elke dag konden genieten van het uitzicht op het IJ met zijn schepen en het indrukwekkende silhouet van Amsterdam op de achtergrond. Maar zo dicht bij het sluisje bleven ze ook op de hoogte van de laatste dorpsontwikkelingen in hun Nieuwendam.

Scheepvaart en handel

Nieuwendam is de jongste van de Waterlandse dorpen. Na een ernstige dijkdoorbraak in 1516 legde men hier een nieuwe dijk of dam aan met een sluis erin. Lange tijd maakte de Nieuwendammerdijk deel uit van de Waterlandse Zeedijk, een waterkering die heel Waterland tegen dijkdoorbraken moest beschermen. De naam Nieuwendam ging vervolgens over op het aan weerszijden van de sluis ontstane dijkdorp. Het was geen dorp van boeren, in tegenstelling tot de dorpen achter de dijk. Nieuwendam pikte een lucratief graantje mee van de groei van het aan de overkant van het IJ gelegen Amsterdam. Scheepvaart en handel waren de belangrijkste middelen van bestaan. Daarnaast bood Nieuwendam bij westen- of noordenwind een veiliger – en goedkoper – ankerplaats aan grote zeilschepen dan de Amsterdamse haven, sommige overwinterden hier zelfs. Het gevolg was dat winkeliers en scheeps- en reparatiewerven goede zaken deden. In Nieuwendam werden nog tot ver in de twintigste eeuw schepen gebouwd, zoals bij de werf Het Fort van de firma De Vries Lentsch, gespecialiseerd in de bouw van sloepen en plezierjachten. Als je vroeger op de dijk bij het sluisje stond zag je aan de ene kant de eindeloze polders van Waterland en aan de andere kant het open IJ met zijn vele schepen. Na 1921, toen het sterk verarmde Nieuwendam (op eigen verzoek) door Amsterdam werd geannexeerd – veranderde dat beeld sterk. In de polders achter de dijk verrezen tuindorp Nieuwendam en latere wijken en aan de waterkant werd land gewonnen voor industrie en woningbouw. Wel werd een waterweg uitgespaard, nu Zijkanaal K, waarmee het haventje bij de sluis nog altijd met het IJ is verbonden.

Duivekater

Nieuwendam is – met de Zaanstreek – bekend om zijn duivekaters, een Noord-Hollandse streekspecialiteit. Een duivekater is een langgerekt ovaal, zoet witbrood, dat met bepaalde feestdagen, zo rond Pasen, Pinksteren en met de kerstdagen wordt gegeten. De winkels in Amsterdam lagen er vroeger vol mee. Het is een zogeheten vloerbrood (dus niet in een vorm gebakken), vrij gevormd op een vlakke ondergrond en daarna de oven in geschoven. Het lekkerst waren volgens kenners de duivekaters van bakker W.J. Kroes, die tot 1974 pal ten oosten van de Nieuwendammersluis zijn bakkerij ‘de Duivekater’ had. Toen Kroes ermee ophield heeft hij zijn recept doorgegeven aan bakker Docter in het Gelderse Elburg. De naam duivekater verwijst mogelijk naar Germaanse offerbroden in de vorm van een schenkel. Deze zouden op hun beurt vervangers zijn voor de mensenoffers die jaarlijks tegen midwinter in nóg vroegere tijden plaatsvonden. In de huidige vorm van de duivekater laat zich met enige goede wil een schenkel herkennen met aan weerzijden een versiering de vorm van een stuk gebeente. Volgens sommige lekkerbekken is een duivekater van enkele dagen oud het smakelijkst, in dunne plakken gesneden en met roomboter bestreken en weggespoeld met een kop warme thee. Hoe het smaakt? Een beetje naar cake.

Publicatiedatum: 01/06/2012