‘Heren, zit toch niet eeuwig aan je sigaar te lurken’

Als je mooi wilt zingen ben je bij het Koninklijk Haarlems Mannenkoor ‘Zang en Vriendschap’, het oudste nog bestaande mannenkoor van Nederland, aan het juiste adres. Maar vriendschap is minstens zo belangrijk.

We spreken af in wat ze zelf ‘het best bewaarde geheim van Haarlem’ noemen. Van de buitenkant zie je het er namelijk niet aan af als je de deur in de Jansstraat openduwt, maar eenmaal binnen betreedt je een ruime en hoge zaal waarin het in 1830 opgerichte mannenkoor elke maandagavond repeteert. Aan de muren hangen vitrinekasten met historische vaandels, maar er hangt ook een modern schilderij met een knipoog naar het hoge hoedenimago van deze eerbiedwaardige vereniging.

We praten met drie koorleden: Rick van der Burg, Leo van de Pieterman en Wim Cerutti. Wim beheert het archief van Zang en Vriendschap, dus als je wat over de geschiedenis van het koor wilt weten, ben je bij hem aan het juiste adres. Het koor telt momenteel 62 zingende leden en tien leden die niet meer zingen, maar bijvoorbeeld de boekhouding doen. Maar allereerst dient zich de vraag aan waarin een mannenkoor zich onderscheidt van een gemengd koor. “Een mannenkoor heeft een ander timbre,” zegt Rick. “We zingen wat dieper dan een koor met vrouwenstemmen.” “Het is evengoed vierstemming,” vult Leo hem aan, “maar de sopranen ontbreken. In plaats daarvan hebben we eerste tenoren, die zó hoog zingen dat ík er in ieder geval niet bij kan. Verder hebben we tweede tenoren, baritons en bassen.”

Van links naar rechts: Rick van der Burg, Wim Cerutti en Leo Pieterman. Foto: Arnoud van Soest.

Mannen onder elkaar

Leo vindt het ook wel prettig dat bij een mannenkoor de mannen géén ondergeschikte rol spelen. “Bij een gemengd koor is dat vaak wél zo.” “Mannen onder elkaar kennen een andere magie dan als er vrouwen bij zijn,” meent Wim, al gaat het hem te wat ver om uit te leggen waar die magie dan precies in schuilt, “want dan wordt het zo dieptepsychologisch.”

Dat wil overigens niet zeggen dat er geen dames bij het koor zijn betrokken, want die stonden (en staan) vaak achter de bar, of ze verdienden met borduur- en breiwerk geld voor een nieuwe piano. En ná de repetities zijn de dames nog steeds van harte welkom, beklemtoont Wim.

J.E. Schmitz was van 1830 tot 1859 de eerste dirigent van Zang en Vriendschap.

Zingende hoefsmid

Zang en Vriendschap werd op 20 februari 1830 opgericht, toen negen Haarlemmers bijeen kwamen ten huize van hoefsmid J.E. Schmitz aan de Gedempte Oude Gracht in Haarlem. Aanvankelijk was Zang en Vriendschap een Liedertafel, vernoemd naar de gezelligheidsverenigingen die eind achttiende eeuw in Duitsland ontstonden. Het waren groepen mannen die rond een tafel zongen, met een pul bier binnen handbereik. Wim: “Voor die tijd werd er natuurlijk ook wel in koren gezongen, maar dan vooral in kerken.” De eerste jaren kwam men bijeen in de verschillende huizen van de leden. De concerten werden meestal gegeven bij de familie Van der Elst, die een mooi huis aan het Spaarne had.

In 1856 werd er in Haarlem een mannensociëteit opgericht, de Vereeniging, die een jaar later aan de Lange Begijnestraat een pand betrok. De Vereeniging, die ná ‘Trou Moet Blycken’ de tweede grote mannensociëteit van Haarlem was, was een groot succes en in 1873 kon het gebouw fors worden uitgebreid met een enorme Feest- en Concertzaal. Vanaf 1857 ging Zang en Vriendschap daar gebruik van maken. Voor repetities en kleinere optredens kreeg het koor in 1915 de beschikking over een eigen gebouw in de Jansstraat 40, maar voor grotere concerten week men uit naar de Concertzaal van de mannensociëteit. In 1923 verkocht de sociëteit haar gebouwencomplex aan de gemeente, die het omdoopte tot Concertgebouw, om het in 2001 weer een andere naam te geven: Philharmonie. Van de opbrengt liet de sociëteit aan de Zijlweg een fraai gebouw neerzetten, waar men nog steeds zit.

Het bestuur van Zang en Vriendschap onder voorzitterschap van Ed de Lanoy (1896).

De concoursen

In de eerste vijftig jaar van het koor ging het vooral om de gezelligheid. Bij uitvoeringen droegen de zangers een hoge hoed, een jacquet en een strikje. En zoals het echte heren betaamt, mochten ze graag op zijn tijd een sigaartje opsteken. Dirigent Willem Robert, die het koor maar liefst 31 jaar zou leiden, moet zelfs een keer uitgeroepen hebben: ‘Heren, zit toch niet eeuwig aan je sigaar te lurken, bedenk dat we hier zijn om te zingen.’

Het is diezelfde Robert, die in 1883 aantrad, die het koor naar grote hoogten zou stuwen toen Zang en Vriendschap aan concoursen in binnen- en buitenland ging deelnemen. “In die tijd waren we nummer één in Europa,” weet Wim te melden, “want op 5 augustus 1901 won Zang en Vriendschap de Keizerprijs op een groot concours in Keulen, waar een groot aantal koren uit héél Europa aan meedeed. De prijs bestond uit een gouden medaille en 3.000 Duitse Marken, wat tien keer de jaaropbrengst van de contributies was. Toen het koor terugkwam, stond de grote zaal van de Vereeniging, waar het toen repeteerde, vol met bloemen.” Rick knikt: “De perrons van het station waren afgeladen met mensen die het koor kwamen begroeten.”

14 juni 1900: in het kader van de Frans Hals-feesten werd in het Florapark in Haarlem een standbeeld van Frans Hals onthuld, waarna Zang en Vriendschap in de Grote of St. Bavokerk samen met een koor van vrouwen en kinderen twee feestliederen zong. Het Concertgebouworkest begeleidde hen. Op de foto dirigent Willem Robert en achter hem het imposante Müller-orgel.

Van Schubert tot Queen

Wim omschrijft het koorrepertoire als zeer afwisselend. “Het koor heeft altijd veel mooie Duitse liederen gezongen, onder andere van Schubert.” Oud-bestuurslid Ben van der Meij legt in een jubileumboek uit dat Schuberts composities altijd een feest waren om te zingen. ‘Die man heeft zoveel prachtstukken voor mannenkoren geschreven.’

En hoewel Zang en Vriendschap meestal serieus klassiek werk zingt, mocht Van der Meij graag herinneringen ophalen aan een uitvoering in de Toneelschuur, waarbij het Slavenkoor en het Duet uit de Parelvissers werden uitgevoerd op klanken van een draaiorgel. ‘De mensen stonden op de banken.’

Het koor maakte regelmatig concertreizen naar het buitenland. Hier staan ze op de trappen van de Sacré Coeur in Parijs (mei 2002).

Schubert zingen ze nog steeds, vertelt Wim anno 2021. “Maar Zang en Vriendschap heeft ook altijd mooie Franse liederen, opera en missen gezongen, ook al zijn we geen religieus koor. We hebben een zeer gevarieerd repertoire, want we zingen nu ook liedjes van Ramses Shaffy, Queen en Leonard Cohen.”

In 1890 kreeg het koor een koninklijk predikaat en in 1902 werd Prins Hendrik beschermheer, een rol die Prins Bernhard vanaf 1946 zou vervullen. Leo: “Bernhard kwam regelmatig in Haarlem, omdat hij had samengewerkt met een verzetsgroep onder leiding van Jan Kraakman, die in een schuilkerk achter de huizen van de Bakenessergracht in het geniep bij elkaar kwam.”

Op 14 juni 2013 bracht het koninklijk paar een bezoek aan Haarlem. Zang & Vriendschap was ook van de partij.

Hannie Schaft

Volgens Wim kun je de geschiedenis van Haarlem ook beschrijven aan de hand van de optredens van het koor, omdat Zang en Vriendschap bij vrijwel elke belangrijke gebeurtenis wordt uitgenodigd. Zo trad het koor op 27 november 1945 in de Oude Bavokerk op, bij de plechtigheid die vooraf ging aan de herbegrafenis van verzetsstrijder Hannie Schaft in de duinen van Bloemendaal.

Maar ook frivolere gebeurtenissen worden niet gemeden. Zo waren de zangers er bij toen de Blauwe Tram, die Amsterdam met Zandvoort verbond, zijn laatste rit maakte. ‘Trèm, trèm, trèm,’ zongen ze, ‘dit is je requièm.’

Op 31 augustus 1957 werd in de Tempeliersstraat afscheid genomen van de Blauwe Tram, die Amsterdam via Haarlem met Zandvoort verbond.

Olympische Spelen

Een andere belangrijke gebeurtenis vormden de Olympische Spelen van juli 1928, die in het Olympisch Stadion in Amsterdam plaatsvonden. Goed, daar deden nog wel zeven andere vermaarde mannenkoren aan mee, maar trots vertelt Wim dat de koren in volgorde van belangrijkheid werden vermeld in een boekje dat bij die gelegenheid verscheen. Zang en Vriendschap stond dus op de eerste plaats. Een geweldige akoestiek had het stadion overigens niet, want in een jubileumboek wordt opgemerkt dat ‘de zang totaal verloren ging in het grote stadion.’

Over die openingsceremonie, die door 30.000 mensen werd bijgewoond, kan Wim overigens nog wel wat vertellen. “De koren zongen een viertal liederen. Verder waren er speeches, die vooral gingen over hoe mooi en christelijk ons vaderland was. Daar waren de liederen ook op afgestemd. Het was een vrij sobere ceremonie, dus zonder vuurwerk. Prins Hendrik verrichtte de opening. Eigenlijk moet het staatshoofd dat doen, maar koningin Wilhelmina, die nogal eigengereid was, liet zich niet bevelen door een sportclub als het IOC. Ze had met een vriendin in Noorwegen afgesproken, en aangezien het IOC niet met haar over de datum had overlegd, ging dat voor. Vandaar dat Prins Hendrik, die de vervelende klusjes mocht opknappen en nauwelijks Nederlands sprak, de opening mocht verrichten. Met slechts één zin werd dat de allerkortste openingstoespraak van alle Olympische Spelen.”

Programma van de opening van de Olympische Spelen op 28 juli 1928 in Amsterdam. Acht koren, waaronder Zang en vriendschap, vormde samen een megakoor van 1200 man, onder leiding van Fred Roekse, oud-dirigent van het koor.

Vulkaanuitbarsting

Het koor trad overigens niet alleen op bij bijzondere gebeurtenissen, het gaf ook af en toe een ‘weldadigheidsconcert’, wat we tegenwoordig een benefiet zouden noemen. Wim: “In 1883 ontplofte in Indonesië het vulkaaneiland Krakatau. Dat was de grootste vulkaanontploffing ooit, waarvan de klap zelfs tot in Frankrijk was te horen. De ontploffing veroorzaakte een enorme tsunami. Over de hele wereld werden liefdadigheidsconcerten gegeven voor de slachtoffers. Zang en Vriendschap deed dat ook.”

In februari 1930 werd het honderdjarig jubileum groots gevierd. Vlaggen wapperden van de Haarlemse daken, trams reden met vlaggen door de stad en er was een bloemencorso. Hoogtepunt was een galaconcert in het Concertgebouw, in aanwezigheid van beschermheer Prins Hendrik. “In die tijd hadden ze veel contact met andere grote koren,” vertelt Wim. De Maasstreechter Staar werd bijvoorbeeld in koetsen van het station naar de Grote Markt gereden, waar het stadsbestuur een grote receptie hield.

De hele stad leeft mee als leden van Zang en vriendschap op 20 februari 1930 in het kader van het eeuwfeest naar het stadhuis wandelen om door de burgemeester te worden ontvangen.

De sfeer

Inmiddels bestaat Zang en Vriendschap ruim 190 jaar en daarmee is het ‘t oudste nog bestaande mannenkoor van het land. En dat is knap in een tijd van overstelpende vrije tijdsmogelijkheden, om over de invloed van tv maar te zwijgen. “Het is niet meer zo dat mensen voor de deur staan te trappelen om te vragen of ze erin mogen,” geeft Leo toe. “Die tijd is wel geweest, tot in de jaren zestig nog. Nu moet je mensen laten merken hoe leuk het is om te zingen, vooropgesteld dat ze een geschikte stem hebben.”

Nieuwe leden dienen namelijk een stemtest te doen, die door de dirigent wordt afgenomen. Leo: “Maar op het moment dat ze eenmaal binnen zijn, heb je ze meestal voor de rest van hun leven. Het is de sfeer die maakt dat ze blijven.”

Bij diverse jubilea, zoals bij het 150-jarig bestaan op 20 februari 1980, werden fraai getekende en gekleurde bladen gemaakt die werden toegevoegd aam het uit 1905 daterende gedenkboek, dat van een perkamenten band was voorzien.

De vriendschap

Rick is het daar wel mee eens. “De naam zegt het al: we zingen met elkaar, maar vriendschap is nét zo belangrijk.” Leo: “Eén van onze leden zei het zo: de zang moet mooi wezen, maar zonder vriendschap wordt het niks. Je moet elkaar de ruimte gunnen, door iemand eens te laten soleren of door anderen de kans te geven in een kleine groep te excelleren.”

Zang en Vriendschap repeteert elke maandagavond. Leo: “Dan wordt er altijd nagepraat, waar ook een aardig biertje bij wordt gedronken. Dan praten we over van alles, over het koor, over wat je hebt meegemaakt, maar we kijken ook of we elkaar ergens mee kunnen helpen.” Rick weet dat uit eigen ervaring. “Ik ben ooit een tijdje ziek geweest. Mensen van het koor kwamen toen bij me op bezoek of ze belden om te vragen of ze me ergens mee konden helpen. Ze leven écht met je mee.” Leo herkent dat: “Natuurlijk moeten we op zijn tijd nieuwe leden werven, maar we zijn een sociale club en ik denk dat dat ons redelijk de wind mee geeft.”

Koorleden die hemelen, zoals het lid T.C. Niephaus, dat maar liefst vijftig jaar lid was van Z&V, worden in stijl uitgeluid. Op de begraafplaats werd een stemmig lied gezongen. Deze foto dateert van 31 januari 1922.

Rillingen over je rug

Wim formuleert het zó: “Allereerst is er de magie van het samen zingen. Tijdens repetities voel je die magie nog niet, want dan is het zwoegen en zweten, maar als je op de uitvoering mooie liederen zingt, lopen de rillingen soms over je rug. En dat is dan iets wat je zelf doet. Ons motto is: zang door vriendschap, oftewel beter leren zingen door vrienden te zijn. Dat maakt ook deel uit van de magie.” Rick: “En we zingen ook gewoon goed.”

Arno Vree is sinds 2011 de huidige dirigent. Hier wordt hij omringd door een groep zangeressen.

Tekst: Arnoud van Soest.
Met dank aan Rick van der Burg, Leo van de Pieterman en Wim Cerutti.

Omslagfoto: In 2005 gaf Z&V een jubileumconcert in de Philharmonie, waarbij de Carmina Burana werd uitgevoerd.

Publicatiedatum: 09/09/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.