‘Er was altijd een soort onrust, omdat men uiteindelijk weg wilde uit Slotermeer’

In de namiddag van zondag 18 december, heeft zich een groep van ongeveer vijftig man verzamelt in het Stadsarchief te Amsterdam, om te luisteren naar de verhalen van journalist en programmamaker Henk Spaan, over zijn jeugd in Nieuw-West. Met veel melancholie kijkt Henk Spaan terug op de jaren ’50, waarin hij als kind opgroeide in Slotermeer. Aan de hand van zijn eigen herinneringen doet Spaan de aanwezigen in het archief van kond over de geschiedenis van deze buurt.

Het gaat ditmaal dus voor de verandering niet over de verpaupering van Nieuw-West, zoals vaak in de media het geval is, maar juist over het gemeenschapsgevoel dat sterk aanwezig schijnt te zijn in deze buurt. “Iedereen voelde zich op een bepaalde manier verbonden met elkaar, een soort pioniersgeest. Er heerste een erg sterk gemeenschapsgevoel. Je begint namelijk allemaal tegelijkertijd een nieuw leven”, aldus Henk Spaan.Na de Tweede Wereldoorlog werd het plan van Van Eesteren uitgevoerd. Ten westen van het oude stadscentrum van Amsterdam werden vijf tuinsteden aangelegd: Slotermeer, Slotervaart, Overtoomse Veld, Geuzenveld en Osdorp. Middenin werd een meer aangelegd: de Sloterplas. Henk Spaan werd geboren in, het noordelijk van Amsterdam gelegen dorp, Heerhugowaard. In 1954 verhuisde de familie Spaan echter naar Slotermeer, omdat ze verlangden naar de grote stad. De familie Spaan behoorde tot de pioniers in die destijds nieuwe wijk.Henk Spaan: “Het was voor ons een stap vooruit, maar ik denk eigenlijk dat iedereen die destijds in Slotermeer kwam wonen, groter en beter ging wonen dan voorheen. Het waren prachtige woningen. In ieder geval beter dan de flatgebouwen in Geuzenveld. Slotermeer had toch nog een beetje dat dorpse gevoel, die cohesie.”Slotermeer was in de jaren ‘50 een ideale buurt om kinderen groot te brengen. Het grut kon onbegrensd buitenspelen op de eindeloze groenveldjes bij de Sloterplas en de Ringspoordijk. Aangezien er nog volop gebouwd werd, lagen er hopen zand en stapels stenen om mee te spelen. In de winter werden de pleinen onder water gezet, zodat er geschaatst kon worden en in de zomer hing men dagenlang rond de Sloterplas.Henk Spaan: “Als je wakker werd, zag je de koeien lopen vanuit je raam. Als ik ging spelen bij de Sloterplas, was ik altijd op mijn hoede. Er was destijds namelijk een mythe, dat er een monster leefde in het meer: een reusachtige slang. Ook als we naar de Dijk gingen moesten we oppassen. Soepoog hield daar namelijk de wacht en als wij weer eens wat uitvraten, dan kwam hij achter ons aangerend.”“Wij haalden overigens ontzettend vaak ongein uit. Het beeld bestaat tegenwoordig, dat het alleen Marokkaanse jongeren zijn, die rottigheid uitvreten. Meisjes lastigvallen, etc. Dat deden wij ook allemaal. Bikinibandjes lostrekken bijvoorbeeld of kersbomen verbranden. Niet te vergeten de grootschalige knokpartijen destijds, tussen Indo’s en autochtonen, op de Vlughtlaan. Dat is dus van alle tijden. Ik denk niet dat Slotermeer enorm is verpauperd. Het was toen een leuke buurt en dat is het nu nog steeds.”Desondanks lijkt er toch ook een andere kant aan de tuinstad te zitten. Het was in de jaren ‘50 nou eenmaal een soort dorp in aanbouw, wat betekende dat er nog maar vrij weinig voorzieningen waren. Kinderen gingen naar noodscholen en er waren maar weinig winkels, cafés of culturele centra’s te vinden. Daarvoor moest men dus naar ‘de stad’. Tramlijn 13 speelde daarom een belangrijke rol voor de bewoners van Slotermeer, het vormde de verbinding tussen de nieuwe wijk en het oude stadscentrum.

Leenhofstraat in Slotermeer, onderdeel van het Van Eesterenmuseum.

Beeld: Stadsarchief Amsterdam.

Leenhofstraat in Slotermeer, onderdeel van het Van Eesterenmuseum.Leenhofstraat in Slotermeer, onderdeel van het Van Eesterenmuseum.

Henk Spaan: “Er was altijd een soort onrust, omdat men uiteindelijk weg wilde uit Slotermeer. Voor alle leuke dingen moest je namelijk met tram 13 naar de stad; de bioscoop en cafeetjes. Daarnaast moest je, als je bepaalde ambities had, ook in de stad zijn. Ik ben in Slotermeer op straat opgegroeid met voetbal en later ben ik ook bij de club Aristos gaan spelen. Hoe dan ook, ik moest voormijn ambitie om sportjournalist te worden, in de stad zijn.”“Een wijk moet zich mee ontwikkelen met de bewoners. Dat is nooit echt gebeurd in Slotermeer. Nu nog steeds zijn er maar weinig culturele centra’s. Mijn generatie wilde om die reden uiteindelijk naar het stadcentrum verhuizen. Ik heb het idee dat de nieuwe generatie, dat minder heeft. Het lijkt of zij meer vast zitten in Slotermeer.”

Publicatiedatum: 22/12/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.