Een bijzonder ‘watermonument’ van de Stelling van Amsterdam

In de zuidelijke ringdijk van de Beemster bevindt zich een bijzonder 'watermonument' van de Stelling van Amsterdam. Met deze inundatiesluis kon bij een dreigende aanval een deel van de Beemster onder water gezet kon worden.

Inundatie maakte polder onbevaarbaar en onbegaanbaar

Zoals de forten van de Stelling waren onderverdeeld in fronten en sectoren, zo waren de onder water te zetten polders gegroepeerd per inundatiestation. De inundatie van bijna het gehele Noordfront viel onder het inundatiestation Spijkerboor. Via een systeem van inlaatpunten, watergangen en damsluizen kon het water de polders instromen. In het huidige landschap is nog een aantal waterstaatkundige werken aanwezig.
Het belangrijkste ‘watermonument’ ligt in de zuidelijke ringvaart tussen Fort aan de Middenweg en Fort aan de Nekkerweg. Tussen 1890 en 1891 werd hier een inundatiesluis aangelegd waarmee water vanuit het Noordhollands Kanaal kon worden geloosd in een deel van Beemster. De polder werd met een laagje van zo’n 40 cm onder water gezet. Dit waterniveau maakte het gebied voor de vijand onbevaarbaar én onbegaanbaar. Het was immers te ondiep voor een boot, maar te diep voor soldaten en voertuigen.

Inundatiesluis zuidelijke Beemsterringdijk.

Inundatiesluis zuidelijke Beemsterringdijk.

Inundatie vanouds verdedigingsmiddel

Het onder water zetten van land was eeuwenlang een beproefd middel van het Hollandse leger om zich te verdedigen tegen een vijandelijke inval. In de 17e eeuw bleek de ‘Hollandse Waterlinie” een haast onneembare barrière waarachter de Hollandse steden zich veilig achtten. Ook de moderne 19e-eeuwse kringstelling rondom Amsterdam werkte met hetzelfde principe. Bij een vijandelijke aanval kon door middel van aaneengesloten inundatievelden een enorme ‘vestinggracht’ rondom de hoofdstad aangelegd worden.

Nauwkeurige afstelling van het waterniveau was van essentieel belang voor het functioneren van deze verdedigingstactiek. Voor het op peil houden van het water konden bestaande sluizen en gemalen worden gebruikt. Echter, voor de toevoer van voldoende water in korte tijd dienden speciale inundatiesluizen te worden aangelegd. Vanwege hun essentiële functie lagen de inundatiesluizen op strategische plekken langs de hoofdverdedigingslinie. Vanuit het dichtstbijzijnde fort kon het leger de sluizen verdedigen en onder controle houden.

 

 

Noordhollands Kanaal.

Noordhollands Kanaal. Bron: Wikimedia Commons

Wegen en bruggen als inundatiekering

In tijden van een vijandelijke aanval kon de Beemster voor een derde onder water worden gezet. Het ging om het zuidelijk gedeelte vóór de forten, met uitzondering van de zuidoosthoek. Ook het dorp Middenbeemster diende droge voeten te houden. Om dit te realiseren werd een aantal wegen opgehoogd, zodat deze als waterkering konden dienen. Dit gebeurde onder meer met de Volger- en Nekkerweg. Waar de Volgerweg de Jispersloot kruist is nog een betonnen duiker met gietijzeren windwerk aanwezig. Deze stamt waarschijnlijk uit de periode 1914-1918 toen men besloot het inundatiegebied, dat oorspronkelijk tot de Rijperweg liep, te verkleinen. Eerder al, rond 1900, kreeg het bruggetje over de Rijperweg in Middenbeemster schotbalksponningen zodat het als inundatiekering kon dienen. Door schotbalken in het water voor het bruggetje te schuiven fungeerde het als damsluis. Hiermee werd voorkomen dat het inundatiewater zou wegstromen.

 

Inundatie Beemster 1944.

Inundatie Beemster 1944. Bron: Waterlands Archief.

Beemster onder water

Hoewel er in het gebied van de Stelling nooit is gevochten, is de Beemster wel twee keer geïnundeerd. De eerste keer gebeurde in mei 1940 door het Nederlandse leger om het de Duitsers lastig te maken. Na vijf dagen strijd capituleerde ons land en kon de Beemster weer worden drooggemalen. De schade aan het land in de zuidelijke Beemster viel dan ook mee.

Een tweede inundatieperiode is veel schadelijker geweest. De Duitse bezetter heeft de Beemster bijna een jaar lang onder water gehouden, als extra buffer tegen een inval van geallieerde parachutisten. De grootschalige inundatie duurde van maart 1944 tot aan het einde van de oorlog in mei 1945. Dit heeft tot veel leed en schade geleid. Met name voor de veeboeren en fruittelers was het verlies enorm. Meer over de Duitse onderwaterzetting is hier te lezen

Sluizen open.

Soldaten bovenop een sluis, die op dat moment water in het inundatieveld laat lopen. Bij oorlogsdreiging werd de Hollandse Waterlinie ingezet. Dat betekent dat sluizen dan wagenwijd open gingen, om zo snel mogelijk het water uit de rivieren en meren op de lage polderweiden te krijgen. Op de foto is goed te zien hoe snel het water stroomt. De inundatievelden waren 3 tot 5 km breed! En het water was precies 40 cm diep. De vele sluizen waren heel belangrijk om dit waterniveau zo te houden. Alleen dán werkte de waterlinie!

Sluizen open.

Meer informatie

Verhaal: Jephta Dullaart (Redactie Oneindig Noord-Holland)

Informatie over inundatie en/of de inundatiesluis in de zuidelijke Beemsterringvaart kunt u vinden op de volgende websites:
Provinciale website Stelling van Amsterdam – Recreatie op de Stelling
Particuliere website Stelling van Amsterdam, een stadsmuur van water.

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema De Beemster.

Publicatiedatum: 16/05/2012