De ramp van 1953 op Texel

1953: een jaartal dat nog steeds in het nationale geheugen gebeiteld staat, zelfs na meer dan een halve eeuw. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 sloeg de zee vernietigend toe. Een noordwesterstorm in combinatie met springvloed bleek fataal voor de dijken van Zeeland, West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden. De aandacht gaat bij dit alles terecht vooral uit naar Zeeland. Maar ook op Texel hield de storm huis. Op het eiland verdronken zes vrijwilligers. Zij waren naar de dijk gekomen om een polder voor overstroming te behoeden. Daarom moet ook het verhaal van de Ramp op Texel verteld en dóór verteld worden.

De dijkbreuk

Al in de avond van 31 januari werd de situatie kritiek voor de dijk van het poldertje ‘De Eendracht’. Dit lag aan de waddenzeekant van Texel ten zuiden van De Cocksdorp. Opzichter Ten Hoorn riep de dijkwacht op. In de vroege ochtend sloegen de golven overal over de dijk heen en om kwart over acht brak hij. De polder liep snel vol. Het water verraste een groep per autobus bij een boerderij aangevoerde vrijwilligers. Toen het gevaar duidelijk werd, vluchtten ze naar de dijk van de polder Eijerland, verder landinwaarts. Langs die dijk lag echter een extra lage strook land. De stroming was hier heel sterk. Zelfs een bus werd door het snel stijgende water van de weg af de sloot in gesleurd.

Zwemmen om te overleven

Een overlevende, M. Bogaard, deed kort na de catastrofe het volgende verslag:
“We liepen achter de autobus (…). We zagen voor ons de mensen uit de bus springen, toen wij de bus bereikten kwam het water ons al tot aan het middel. Er liepen zo’n dertig man voor ons. Op een gegeven moment zag ik zeker zeven man de, naast de weg gelegen, sloot inspoelen. Het water kwam al hoger en de stroom werd zo sterk, dat wij het niet meer op de benen konden houden. Ik begon te zwemmen, Dijker (Willem Dijker uit het dorp De Waal) ook. Allebei kwamen we boven land, maar Dijker zakte weg en ik heb hem niet meer gezien. Zwemmend en drijvend wist ik de dijk vrij dicht te naderen, hoe lang ik in het water geworsteld heb weet ik niet, maar opeens zag ik een touw voor me, ik trachtte het te grijpen, maar het ging weer weg. Weer kwam dat touw terug, maar weer kon ik er niet bij. De derde keer wist ik het te pakken te krijgen door me vooruit te werpen. Zo werd ik gered.”

Slachtoffers

Naast de al genoemde Willem Dijker (57 jaar) verdronken nog vijf mannen: Redmer IJska (56 jaar), Jan Koopman (48 jaar), Dirk Kuip (36 jaar), Wieger Bernardus (34 jaar) en Siebren Walsweer (23 jaar). Hun lichamen werden naderhand allemaal geborgen. Op 13 februari 1953 bezochten Koningin Juliana en Prins Bernhard het eiland. De vorstin nam royaal de tijd voor een gesprek met de nabestaanden. Het toenmalige Waterschap De Dertig Gemeenschappelijke Polders richtte in 1959 een monumentje ter herdenking van de slachtoffers op. Het staat op de dijk van de polder Eijerland. Boven de namen van de zes verdronken mannen is de tekst “Door stormvloed overmand bij de bescherming van het land” gebeiteld.

Deltaprogramma

De Ramp van 1953 leidde nog hetzelfde jaar tot de Noodwet Dijkherstel. In 1958 volgde de Deltawet. De dijken werden stuk voor stuk op Deltahoogte gebracht, óók die op Texel. Daar was wel een grote demonstratie in Den Haag voor nodig. De dijken van Texel hadden een lage prioriteit in het Deltaprogramma. Op 3 januari 1976 raasde een zware storm over het eiland. Het zag er dreigend uit. Drie polders werden daarom voorzorgshalve geëvacueerd. Het ging bij elkaar om 450 personen. Dit leidde tot een protestactie van de Texelse bevolking in Den Haag. Er gingen zelfs schapen met een reddingsboei om de buik mee. Dit had succes, er werd meer vaart gemaakt.

www.deltacommissie.com
www.hhnk.nl

Publicatiedatum: 24/02/2012