De kalkovens in Akersloot

Wie wel eens een bezoek brengt aan kustplaatsen als Castricum, Egmond en Bakkum kan de Schulpweg, Schulpvaart en Schulpstet tegenkomen. Waar komen deze straat- en vaartnamen vandaan? Schelpenvissers transporteerden via deze wegen hun opgeviste schelpen van het strand landinwaarts naar de kalkfabrieken. Eén van die fabrieken was de firma Ruigewaard aan de Hoevervaart in Egmond aan den Hoef.

Het schelpenvissen aan het strand verdween in het begin van de vorige eeuw. De vangst liep terug. Gestegen loonkosten en de opkomst van de grote schelpenzuigers deden de rest. Ruigewaard zocht daarom naar een nieuwe plek waar de aanvoer van grote partijen schelpen van de Waddenzee mogelijk was. Dit werd de oever van het Alkmaardermeer bij Akersloot. Daar werden in 1921 vier nieuwe kalkovens gebouwd. Decennialang stonden de ovens van 25 meter hoog als trouwe wachters aan de oever van het Alkmaardermeer. De speciale geur van brandende schelpen was van verre te ruiken.

Schelpenvissers aan het werk op het Strand van Egmond aan Zee. Ansichtkaart.

Bron: Collectie Regionaal Archief Alkmaar.

Schelpenvissers aan het werk op het Strand van Egmond aan Zee. Ansichtkaart.Schelpenvissers aan het werk op het Strand van Egmond aan Zee. Ansichtkaart.

Productieproces kalk

De schelpen werden een etmaal gebrand op een temperatuur tot 900-1200 graden Celsius. Daarna werd het gruis uit speciale openingen aan de onderkant van de oven geschept. Dat moest voorzichtig gebeuren, want de rondstuivende kalkdeeltjes veroorzaakten brandwonden op de bezwete huid. De werklui bedekten die dan ook zoveel mogelijk. Ze vetten zich in, droegen rode zakdoeken om nek, mond en neus te beschermen en als het waaide zetten ze een stofbril op. In het ‘les- of blushuis’ dat naast de ovens stond werd over de gebrande schelpen water gegoten. Hierbij ontwikkelde zich een geweldige hitte en stoom waarna de schelpen in kalk uiteen vielen.

Kalkovens: gevaarlijk werk

Het was zwaar en gevaarlijk werk. De werklui liepen bijvoorbeeld gevaar in de ovens te vallen. Maar ook koolmonoxidevergiftiging lag op de loer als de branders (tegen de regels in) de oven ingingen om het laatste restje te verwerken voordat een nieuwe lading werd bijgestort. Ook voor de omgeving konden de ovens een gevaar vormen. Bij Alkmaar kwamen ooit twee schepen tot een aanvaring, omdat ze door de enorme rookontwikkeling van de ovens elkaar niet hadden gezien.

Melkbussen in de oven

Het vuur van de ovens had ook voordelen. Zo stond Ruigewaard het toe om op zondagavond melkbussen met water in de ovens te zetten. Zo hadden de vrouwen van de werknemers ’s ochtend kokend heet water voor de maandagse was.

De Kalkovens in Akersloot in de jaren zestig. Foto uit de collectie van de laatste directeur van de kalkovens, G. Ruigewaard.

De Kalkovens in Akersloot in de jaren zestig. Foto uit de collectie van de laatste directeur van de kalkovens, G. Ruigewaard.De Kalkovens in Akersloot in de jaren zestig. Foto uit de collectie van de laatste directeur van de kalkovens, G. Ruigewaard.

De laatste kalkovens

Het werd steeds moeilijker om aan schelpen en kolengruis te komen. Ook kwamen er andere goedkopere grondstoffen voor kalk op de markt. Dit zorgde ervoor dat de ene na de andere kalkoven verdween. Alleen voor de restauratie van oude gebouwen was er nog vraag naar schelpkalk. Dit maakte het voor de ovens in Akersloot mogelijk om tot in de jaren zeventig te blijven produceren. Maar in 1976 doofde ook daar het vuur dat 65 jaar continu had gebrand. Het waren de laatste werkende ovens in Noord-Holland en de op een (of twee) na de laatste in Nederland.Het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen was al langere tijd geïnteresseerd in het plaatsen van kalkovens op zijn terrein. Het had onder meer geprobeerd de ovens aan het Zeglis in Alkmaar te verwerven, maar dat was mislukt. Bij de ovens uit Akersloot had het meer succes en voor één gulden wisselden de ovens van eigenaar. De gebouwen werden steen voor steen afgebroken en in Enkhuizen weer opgebouwd. Als je nu het museum nadert, staan de kalkovens weer als trouwe wachters aan het water, maar nu aan de oevers van de voormalige Zuiderzee.

Auteur: Paul Post

Publicatiedatum: 11/04/2011