Het Juffertje: De eerste houtzaagmolen van Cornelis Corneliszoon van Uitgeest

Het is 1592 en de eerste tumultueuze jaren van de Nederlandse Opstand zijn voorbij als Cornelis Cornelisz. van Uitgeest, ook wel Krelis Lootjes genoemd, de houtzaagmolen uitvindt.

De eenvoudige huisman met een revolutionaire uitvinding

Hij omschrijft zichzelf als ‘een schamel huysman, met wijff ende kijnderen belast’, maar zijn vindingrijkheid zorgde wellicht voor een revolutie in de industrie van de Zaanstreek. Ruim vierhonderd van de zeshonderd molens die daar rond 1750 in bedrijf waren, waren verrijkt met de uitvindingen van Cornelis Corneliszoon.

Wipmolen op de Zaanse Schans. Beeld: Wladimir Dobber.

De windhoutzaagmolen van Cornelis Corneliszoon

Tot het moment van de uitvinding werd al het hout met de hand gezaagd. Een langdurig proces dat veel tijd en kracht kostte. Corneliszoon’s uitvinding veranderde dit en maakte dat het zagen niet alleen sneller ging, maar ook meer precies. Zagen met de windzaagmolen ging maar liefst dertig keer sneller dan met de hand. Steden als Alkmaar, Hoorn en Zaandam konden zo een grote bijdrage leveren aan de welvaart van de Nederlandse Gouden Eeuw.

In 1592 bouwde de houtzager en molenmaker uit Uitgeest een kleine molen met een krukas. Hiermee werd de rotatie van de wieken omgezet in een verticale beweging. De ‘machine’ kon zo een zaagraam aandrijven en met de kracht van de molen hout zagen. Het principe was destijds niet nieuw. Duitse watermolens gebruikten eenzelfde techniek die ook in verscheidene boeken werd beschreven.

Waarschijnlijk heeft Cornelis hieruit zijn inspiratie opgedaan, maar zijn uitvinding is wel degelijk revolutionair te noemen. De techniek was namelijk nog niet eerder in een windmolen toegepast.Op 15 december 1593 kreeg Corneliszoon van de Staten van Holland een octrooi voor de uitvinding van de windhoutzaagmolen.

Corneliszoon gebruikte een wipmolen om zijn uitvinding aan de octrooiraad te tonen. Het scheprad werd verwijderd en de wateras verlengd. In de verlengde wateras werd een kruk (slag) aangebracht.

 

Corneliszoon gebruikte een wipmolen om zijn uitvinding aan de octrooiraad te tonen. Het scheprad werd verwijderd en de wateras verlengd. In de verlengde wateras werd een kruk (slag) aangebracht. Beeld: Wladimir Dobber.

Verkocht, verplaatst en verbeterd

De eerste houtzaagmolen in Nederland werd ‘Het Juffertje’ genoemd en werd in 1596 door de uitvinder aan de Zaandammer Dirck Sybrantsz. verkocht. Hiervoor zou Corneliszoon zijn molen tevergeefs in Amsterdam hebben aangeboden. Na een lange tocht over Hollandse wateren, werd de molen dan uiteindelijk naar Zaandam Oost versleept en daar door Sybrantsz. verbouwd. Na diverse verbeteringen aan de molen en het daarin toegepaste zaagsysteem, ontstond na verloop van tijd de ‘paltrokmolen’; een type molen dat is vernoemd naar de kledij uit Rijnland Pfaltz of naar de ‘gerende’ Franse kleding met de naam ‘paletoque’.

 

Een Paltrok met drie zaagramen. Beeld: Wladimir Dobber

De eerste werkende houtzaagmolen in Alkmaar

Op 15 januari 1595 kreeg Cornelis Corneliszoon een erf toegewezen aan de noordzijde van het Zeglis in Alkmaar. Daar bouwde hij in korte tijd een bovenkruier houtzaagmolen. Van de afgebeelde molen die daar op de kaart van Cornelis Drebbel is ingetekend, werd aangenomen dat dit de molen van Corneliszoon was. Het betreft een achtkante bovenkruier die in november 1595 werd opgeleverd.

 

Tekening bij de octrooi-aanvraag voor de houtzaagmolen in 1592. De tekening toont een slanke ondertoren, waardoor de overeenkomst met een ‘juffer’ opvallend was en de naam ‘Het Juffertje’ ontstond. Beeld: kopie uit het octrooi via Nationaal Archief.

‘Besondere creckwerck’

Het idee van de krukas in windmolens werd vanzelfsprekend overgenomen, zonder dat Corneliszoon daarvoor enige vergoeding ontving. Daarom vroeg hij voor de toepassing van de as met meerdere krukken octrooi aan, dat hij op 6 december 1597 kreeg voor een periode van tien jaar.

Gelijk met de aanvraag voor het ‘Besonder Creckwerck’ vroeg de Uitgeester molenmaker ook octrooi aan voor de oliemolen met kantstenen, de ‘kollergang’. Daarmee konden de oliehoudende zaden worden geplet en vermalen tot meel, waaruit vervolgens door middel van het ‘slagwerk’ olie werd geperst. De uitvinding leidde tot een aanzienlijke rendementsverbetering van oliemolens.

Cornelis Corneliszoon bouwde meerdere industriemolens. Andere uitvindingen waren een speciaal type rosmolen en de voorloper van de centrifugaalpomp, De vindingrijke “eenvoudige huisman” uit Uitgeest overleed vermoedelijk in 1607. In dat jaar vroeg zijn vrouw, Trijn Pieters een verlenging van het octrooi voor het ‘Besonder Creckwerck’ aan. In die tijd was het niet gebruikelijk dat dit door de echtgenote werd gedaan.

Tekstpaneel Het Juffertje

Het Juffertje was de eerste houtzaagmolen in de Zaanstreek. “doe Men Schreef Anno 1592 Stout, Is dese moolen.t. Juffertje Gebout door Cornelis Cornelisz Van uijtgeest, Die de eerste uijtvinder is Geweest. Anno 1724.”
Beeld: Gemeentearchief Zaanstad

Tekstpaneel Het Juffertje

Moedermolen verdwenen

Hoe de geschiedenis van de molen verder gaat, is niet zeker. Het Juffertje werd meerdere malen aangepast, verbeterd en vergroot. Wanneer Dirck Sybrantsz. afscheid nam van Corneliszoon’s molen is niet duidelijk. In 1629 behoorde het in ieder geval toe aan Pieter Willemsz. De molen stond toen bekend onder de naam ‘Het Moertje’, te interpreteren als de ‘Moedermolen’ van alle houtzaagmolens. Hierna is er weinig meer over de molen vernomen. In 1668 kwam er een nieuwe paltrokmolen ‘De Juffer’ in beeld. Die molen stond op het erf waar ooit ‘Het Juffertje’ zou hebben gestaan. De paltrok heeft niets te maken met ‘Het Juffertje’ van Corneliszoon van Uitgeest.

Paltrokmolen ‘De held Jozua’. Beeld: Wladimir Dobber

Een uitvinding met grote effecten

Niet lang na de uitvindingen van Cornelis Corneliszoon van Uitgeest werd de Vereenigde Oostindische Compagnie opgericht, net als de Noordse Compagie die zich richtte op de walvisvaart en de West-Indische Compagnie. Daarnaast voeren er steeds meer Nederlandse schepen uit naar de Baltische region en was de Nederlandse haringvisserij, ‘De Grote Visscherij’, toonaangevend in Europa. Voor de bouw van de grote hoeveelheden schepen (groot en klein) was enorm veel gezaagd hout nodig. Voor een groot ‘spiegelretourschip’ van de VOC moesten niet minder dan drieduizend eiken stammen worden verzaagd.

Naast de scheepsbouw ontstonden er ook grote aantallen toeleverende bedrijven. Door de scheepsbouw en scheepvaart ontstond een industrieel complex met de meest uiteenlopende productieprocessen die werden gemechaniseerd in windmolens, zoals tabaksmolens, oliemolens en verfmolens. Hieruit kwamen producten voort die werden geleverd aan bijvoorbeeld beschuitbakkerijen, kuiperijen, zeildoekweverijen, verffabrieken en bewapeningsfabrieken. De houtzaagmolen en de oliemolen met kantstenen kwamen precies op tijd.

Auteurs: Liza Koppenrade en Wladimir Dobber.

Bronnen

Zaanstreek, Juffertje, Canon van de Zaanstreek.
Het Juffertje, Molen Database.

Publicatiedatum: 16/10/2015