De bewogen geschiedenis van een droomschip

De Oranje, waar Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam een tentoonstelling aan wijd, moest het snelste, grootste en mooiste passagiersschip van zijn tijd worden. Een schip waarmee je een mooie reis naar de gordel van Smaragd kon maken. Maar het liep anders.

Lees volgende verhaal

De Oranje was bedoeld voor de lijndienst Amsterdam-Nederlands-Indië, zo legt Sarah Bosmans van Het Scheepvaartmuseum uit. “Normale schepen hadden een gemiddelde snelheid van 21 mijl per uur, De Oranje haalde een gemiddelde snelheid van 23 mijl, terwijl de hoogste snelheid 26 mijl p/u was. Daardoor legde De Oranje de route naar Nederlands-Indië in drie weken af, terwijl andere schepen er vier weken over deden.”

De Oranje moest het vlaggenschip van Amsterdam worden en het was tevens een tegenhanger van de ‘Nieuw-Amsterdam’ van de Rotterdamse Lloyd. Voor het inrichten van het schip werd ontwerper Carel Adolph Lion Cachet ingeschakeld, één van de grootste sierkunstenaars van Nederland. Zo’n dertig jaar lang ontwierp hij àlle scheepsinterieurs van de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN). Hij deed dat natuurlijk niet alleen, maar samen met zo’n veertig andere kunstenaars. “Het was de crème de la crème van de Nederlandse kunst en kunstnijverheid.”

Voor de eetsalon eerste klasse werden kunstwerken gemaakt die de band tussen Amsterdam en Nederlands-Indië verbeeldde, zoals er aan de muur ook houten panelen hingen met afbeeldingen van verschillende Indonesische volkeren. Verder waren er marmeren panelen met stadsgezichten van Amsterdam, maar ook een gobelin (wandtapijt) waarop Amsterdam in vogelvlucht was afgebeeld. En dan hebben we het alleen nog maar over de eetsalon.

De Oranje verbond Holland met Java. Beeld: Het Scheepvaartmuseum.

Gordel van smaragd

De naam van het schip, De Oranje, was het uitgangspunt van de sierkunst die voor het luxe passagiersschip werd gemaakt. In elk vertrek kwam je wel iets van het Nederlandse vorstenhuis tegen. Zo hing in de kinderkamer een paneel waarmee de doop van Beatrix werd herdacht.

De Oranje was voorbestemd om de welgestelde toerist naar Nederlands-Indië te brengen. Er werd zelfs een fraaie kleurendocumentaire gemaakt om een reisje naar de ‘gordel van smaragd’ te promoten, maar uiteraard bracht het schip ook mensen die in Nederlands-Indië werkten naar Batavia en verder.

Op 8 september 1938 werd het schip feestelijk gedoopt door koningin Wilhelmina. Op de tentoonstelling is de ivoren doophamer te zien die zij gebruikte om een klap op de knop van een zilveren ‘doopbijl’ te geven, waarna het schip de helling af kon glijden. Althans, dat was de bedoeling, want wat je in het 30 seconden durende filmpje niet ziet is dat het schip niet in beweging was te krijgen. Het was me dan ook een gewicht (20.000 ton) dat door houten rammen op zijn plaats werd gehouden. Bosmans: “Een uur lang hebben werfarbeiders staan wrikken om het schip vlot te krijgen.”

Op 18 juli 1946 arriveerde de Oranje 1946 in IJmuiden.
Beeld: Willem K.G. Job.

Spektakel

De doop van De Oranje werd door maar liefst tienduizend genodigden gadegeslagen, waaronder Indonesische sultans, Nederlandse ministers en iedereen die maar iets voorstelde op het gebied van scheepsbouw en handel. Daarnaast stonden er nog eens tienduizend belangstellenden op de kade. “Een schip van 200 meter lang dat het IJ ingleed, dat was een spektakel van jewelste.”

De bouw van het schip, dat in opdracht van de SMN bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij (NSM) werd gebouwd, was tevens een enorme impuls voor de werkgelegenheid in de Amsterdamse regio: drieduizend man hebben er twee jaar lang aan gewerkt. Toen het te water werd gelaten, was het schip overigens nog niet af. Bosmans: “Pas als zo’n schip te water wordt gelaten, wordt het afgebouwd, worden alle elektrische installaties en schroeven geplaatst, en wordt het schip uitgelijnd. Ze zijn nog tien maanden bezig geweest om het schip vaarklaar te maken.”

Na bijna 7 jaar komt de Oranje voor het eerst terug in Amsterdam, 19 juli 1946. Beeld: Willem K.G. Job.

Surabaya

Pas op 4 september 1939 vertrekt De Oranje voor haar eerste reis naar Batavia, maar inmiddels is de Tweede Wereldoorlog al uitgebroken, zodat het schip op de terugweg niet verder komt dan Lissabon. De rederij wil niet met het schip de Noordzee op, want daar liggen mijnen. Bovendien hebben de Duitsers al Nederlandse en Engelse schepen laten zinken. Vervolgens vaart De Oranje terug naar Nederlands-Indië.

Na daar veertien maanden aan de kade te hebben gelegen, wordt het schip in het Australische Sidney omgebouwd tot hospitaalschip. Vervolgens wordt het ingezet om gewonde Australische en Nieuw-Zeelandse soldaten die in Noord-Afrika vechten – tegen Italiaanse en Duitse troepen -, weer veilig thuis te brengen. De Oranje wordt daartoe met ziekenboegen en operatiekamers uitgerust. “Het schip voer naar het Suezkanaal en daar werden de soldaten opgehaald, die met treintjes vanaf het slagveld waren vervoerd.”

In 1943 is de strijd in Noord-Afrika in het voordeel van de geallieerden beslist, en gaat De Oranje nog twee jaar in het Middellandse Zeegebied varen, om gewonde Engelse soldaten, die in Italië en Malta vechten, terug te brengen naar de Engelse haven Southampton.

De ivoren doophamer en zilveren doopbijl (guillotine-model), waarmee toenmalig koningin Wilhelmina De Oranje doopte. Beeld: Het Scheepvaartmuseum.

Japan

Ná de oorlog breekt een nieuw fase in het leven van De Oranje aan, want Japan, dat Nederlands-Indië had bezet, heeft weliswaar de oorlog verloren, maar Nederland, dat zelf net een oorlog achter de kiezen heeft, heeft nog geen kans gezien het gezag in Nederlands-Indië te herstellen. Er is sprake van een vacuüm en  de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd breekt uit. Met name voor mensen die net uit de interneringskampen komen leidt dat tot gevaarlijke situaties op straat. Bendes trekken ‘rampokkend’ door het land.

Vervolgens wordt De Oranje ingezet om duizenden mensen uit Nederlands-Indië naar Amsterdam te varen, zowel mensen die er werkten als mensen die in het toenmalige Nederlands-Indië geboren waren. Programmamaker Coen Verbraak heeft er tien van gesproken en daar een film van een half uur van gemaakt, die als onderdeel van de tentoonstelling wordt vertoond.

Sarah: “Voor veel passagiers was hun verblijf op het schip een rustpunt, maar de film laat vooral zien hoeveel impact het heeft als je àlles achter je moet laten. Veel mensen zeggen dan ook: ‘Mijn hart ligt niet hier, maar ook niet daar.’ Daarmee beschrijven ze het gevoel van nergens thuishoren; een gevoel dat ze na al die jaren nog steeds hebben.”

Greet Wessels voer met De Oranje van Batavia naar Amsterdam.
Coen Verbraak interviewde haar voor de film die speciaal voor de tentoonstelling gemaakt. Beeld: Jitske Schols.

Een mooi scheepsgraf

Maar daarmee is nog niet het hele verhaal verteld, want vanaf eind 1946 vervoert het schip langzamerhand weer toeristen van en naar Nederland-Indië, naast groepen repatrianten. Vervolgens maakt De Oranje cruisevaarten langs het Middellandse Zeegebied en andere delen van de wereld. De rederij probeert verwoed nieuwe doelgroepen aan te boren, maar dat lukt niet ècht, omdat andere rederijen goedkoper zijn, maar ook omdat de luchtvaart in opkomst is.

In 1964 besluit de SMN het schip te verkopen aan de Italiaanse rederij Flotta Lauro, die het op Nederlands-Indië en het vorstenhuis geënte scheepsinterieur er uit laat slopen, om vervolgens cruises in het Caraïbisch gebied te gaan varen. In 1979 brandt het schip door een verwoestende brand helemaal uit, waarna het voor de sloop wordt verkocht. Maar tijdens de tocht naar Taiwan maakte het uitgebrande scheepswraak slagzij en zinkt vervolgens in de Grote Oceaan. Een mooier graf voor een schip dat zoveel nuttig werk heeft verricht is nauwelijks denkbaar.

De tentoonstelling MS Oranje | Koers gewijzigd is van 8 september 2018 tot en met 18 juli 2019 te zien in het Scheepvaartmuseum Amsterdam.

Auteur: Arnoud van Soest.

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht