Catharina van Lente

In 1960 treedt Catharina Valente op in de veilinghal in Blokker. Opgewonden vertellen we, jongens en meisjes van ongeveer veertien jaar, elkaar wat er wel te zien zou zijn: ”Eerst rijdt zij met een cabriolet door Blokker, daar kunnen we vast naar toe! Ja en die veiling heeft vast wel ergens een gaatje waar je naar binnen kunt kijken, misschien glippen we wel naar binnen!” Met een groepje van vier vertrekken we op de fiets naar het beroemde dorp. Vanuit het centrum van Hoorn is het ongeveer zes kilometer rijden. We komen in Blokker aan, daar kun je  over de hoofden lopen. “Daar is ze! Ca-a-tarina-a!”

De Rode appel

Langzaam komt de stoet aanrijden. Catharina zit boven op de achterkant van de cabriolet en zwaait naar alle kanten. Wat is ze knap! Ze is de mooiste vrouw van de wereld! Haar auto komt dichterbij en Kees glipt naar haar toe. Hij heeft een knalrode appel van zijn moeder gekregen en hij ziet kans om deze aan Catharina te geven. Ze pakt hem aan en gaat even staan, terwijl ze de appel hoog boven haar hoofd houdt. We rollen om van de pret, daar gaat onze appel. De stoet rijdt door en wij zien de appel boven de stoet uit steeds kleiner worden. We rennen richting veiling. Halverwege het dorp, voorbij de spoorwegovergang, is het gebouw. Het lukt ons niet om naar binnen te glippen.

Trap van sinaasappelkistjes

“Misschien is er wel ergens een raam of een kier waar we iets kunnen zien!” We lopen rond de veilinghal en als we muziek horen zien we een jongen die door de hoge raampjes kijkt. Daarvoor heeft hij sinaasappelkistjes, die in grote getale naast de veiling staan, trapsgewijs gestapeld tegen de muur. Dat kunnen wij ook en al snel is het bouwsel klaar. Voorzichtig klimmen we omhoog. De kistjes zijn dun en wankel, maar het lukt ons en nu staan we gevieren met de al aanwezige knul naar het podium te kijken. Er branden felle lampen en een groepje muzikanten speelt vrolijke muziek. “Dat is het voorprogramma!” weet er een.

Van de val gered

Dat hebben we toch maar mooi voor elkaar. Het duurt niet lang of er komt beweging in de stapel kistjes. Alle steun valt onder ons vandaan en we hangen nu met z’n vieren aan de jongen, die met beide handen de regenpijp vastheeft. Zijn voeten vinden steun op de schroeven van de beugel. “Verdomme, laat los, ik hou het niet meerrrrrrrrrrr. Auw, auw aaaaauw. Jezes laat los. Auwww!, GA VAN MIJ AF!” We kunnen niet loslaten, beneden is de grond bezaaid met kistjes die schots en scheef omhoog steken. Eén glijd er naar beneden en dan helpen we elkaar. Als laatste komt ook de jongen op de grond. Hij wrijft over zijn armen. Hij blijft vloeken, zijn armen en ook zijn tenen doen zeer. We bedanken hem. We zoeken de fietsen weer op.

Auteur: Marian Langereis
e-mail: marianlangereis@msn.com

Catharina van Lente

Catharina van LenteCatharina van Lente

Publicatiedatum: 31/03/2011