Binnenkijker: stolpboerderij Rozenburg

Voor de serie ‘Binnenkijker’ van Boerderijenstichting Noord-Holland gaat agrarisch erfgoed specialist Anna Groentjes op bezoek bij bijzondere stolpboerderijen. Trotse eigenaren vertellen haar alles over de geschiedenis en het interieur van de stolp. De interieurs verschillen nog meer van elkaar dan de buitenkanten. Bij woonboerderijen zien we de zoektocht naar het toepassen van nieuwe functies, op basis van de oorspronkelijke indeling. Deze keer reist Anna af naar stolpboerderij Rozenburg op Texel.

Book 5 min

De lente is Texel. Met luchten vol woeste wolkenpartijen en dartelende lammetjes in de wei. Ik wilde al weken naar mijn favoriete eiland en de noordwestenwind hield mij niet tegen. Al huurde ik voor het gemak wel een elektrische fiets om de verspreide hagelbuitjes een beetje het hoofd te bieden. Want een bezoek aan Rozenburg kan niet zonder een rondje langs de andere zijde van Den Burg: het oude keileemlandschap van De Hoge Berg met schapenboetjes en kolken. Door het lage grondwaterpeil zijn er geen slootjes zoals in andere polders. De weides worden afgescheiden door de zo karakteristieke van graszoden opgebouwde tuunwallen. De kolken zijn noodzakelijke drinkpoelen voor de dorstige lammetjes.

Foto: Anna Groentjes, 2023.

Op het eiland

Pas in de twaalfde eeuw werd Texel een eiland. In 1170 brak de Allerheiligenvloed door de duinenrij bij Huisduinen en klotste de zee tot tegen De Hoge Berg. Deze keileembult is ontstaan in de voorlaatste ijstijd, het saalien, circa 140.000 jaar geleden en de laatste periode dat Scandinavisch landijs tot in onze regionen kwam. De lijn was ruwweg Texel, Wieringen, Gaasterland, Urk, Steenwijk tot Coevorden. Voor mij is De Hoge Berg, net zoals Wieringen, altijd een Noord-Hollandse vakantiebestemming. Want ontegenzeggelijk Noord-Hollands maar toch zo uniek.

Foto: Anna Groentjes, 2023.

Stolpboerderij Rozenburg

Via de Hoge Berg cirkel ik om Den Burg, de grootste plaats op Texel maar geen stad. Graaf Willen VI heeft in 1415 heel Texel stadsrechten gegeven en daarmee is het hele eiland een stad met nu zeven kernen en veel groen en inmiddels wat minder schaapjes. Aan de westzijde vind ik Rozenburg.

De stolpboerderij werd in 1856 door de Nieuwe Niedorper aannemer P. Bregman gebouwd voor een lid van het rooms-katholieke kerkbestuur. Zeven jaar later bouwde Bregman de nieuwe rooms-katholieke kerk in Den Burg. Dat suggereert een goede relatie. De opdrachtgever voor de bouw van de stolp wilde een Texelse stal: een stal waarin de koeien met de koppen naar het hooivak staan. Zoals bij vele stolpboerderijen werd de boerderij door verschillende generaties meerdere malen aangepast aan veranderde bedrijfsvoering en tijdgeest. Het vertrek met bedstede naast het spoelhok en de ruimte voor de boterbereiding sneuvelden rond 1900 voor meer ruimte voor de koeien; daar verscheen een nieuwe koestal voor vijf koeien, waar de koeien met de koppen naar de buitenmuur staan.

Foto: Anna Groentjes, 2023.

Gemeentelijk monument

In 1954 werd het spoelhok en de boterbereidingsruimte opgeofferd voor een volgende uitbreiding met drie koeplaatsen. In 1928 werd een ouderenhuisje aan de westzijde toegevoegd. In 1954 werd het bakhuis afgebroken en vervangen door een toen moderne keuken, bijkeuken en toilet met douche, aansluitend aan het ouderhuisje. Tegenwoordig is Rozenburg een geriefelijke woonstolpboerderij met duidelijke wortels als gemengd boerenbedrijf. Sinds 2002 is de stolp een gemeentelijk monument.

Foto: Anna Groentjes, 2023.

Werkplaats

Wim en Wilma kwamen op de stolp toen de boerderij al geen boerenbedrijf meer was. De bedrijfsgedeelten zijn nog vrijwel intact, met het hooivak met leem bevloerd. De koestallen zijn in gebruik als museale uitstalling en werkplaats. In iedere hoek is een mooi tableau te vinden en alles is even fotogeniek.

Foto: Anna Groentjes, 2023.

Foto: Anna Groentjes, 2023.

Met de neus in de boter

Maar eerst is er een lunch met tosti uit de AGA en biologische karnemelk van de Novalishoeve in Den Hoorn. Tijdens het eten vertelt Wilma over de aanpassingen, veranderingen en restauraties van Rozenburg en de smakelijke anekdote dat een botercontroleur tijdens de Tweede Wereldoorlog uitgleed over het keldertrapje en zo met zijn neus in de boter terechtkwam.

De bovenste houten treden van de keldertrap werden ooit vervangen door twee gemetselde exemplaren, zodat die nu uitkomt in de gang in plaats van in de koegang op de stal. Het nisje voor het olielampje in de kelder werd ontdekt bij het uitgraven van de kelder, want deze was in de jaren zestig volgestort met zand. Na noeste arbeid kwam een gave plavuizenvloer tevoorschijn. Nu is de boterkelder weer kelder en het trapje nog steeds steil.

Foto: Anna Groentjes, 2023.

Vlacht onder de dakpannen

We maken een rondje door de boerderij en starten in de gezellige woonkamer met doorzicht op de werkkamer in het aan de voorzijde gelegen ouderhuisje. Via de gang, keuken en bijkeuken in de stallen naar de dars, rijing, zoals ze op Texel zeggen. Rozenburg is rietgedekt met een onderrand van pannen. Aan de onderkant van de dakpannen is vlacht (op maat gesneden riet) aangebracht tegen inwaaiende stuifsneeuw.

Foto: Anna Groentjes, 2023.

Piramidedak met vier hanenbalken

Het houten schot tussen deel en hooivak is opnieuw opgetrokken met oude elementen en in het hart van de stolp kijk je zo tegen het piramidedak aan. Het blijft een indrukwekkend gezicht. De vier hanenbalken in de nok, hersteld bij de restauratie van het dak in 2017, geven de stolpboerderij extra stevigheid. Het dak ziet er prachtig uit. Boven is er niet veel fantasie nodig om te zien waar de zaadkamer is geweest en het binnenste van de schoorsteen is helaas te donker om te fotograferen maar ziet er piekfijn uit. Daarin hingen ooit worsten, hammen en zijden spek.

Foto: Anna Groentjes, 2023.

Texelse pracht

Buiten is de lente volop aanwezig. De moestuin wasemt belofte, het gras is sappig groen en de knoppen van de perenboom staan op barsten. Op het erf wemelt het van vogels ondanks de twee majesteitelijke langharige katten. Witte kwikstaart, ringmus, huismus, heggenmus, pimpelmezen en koolmezen, duumkes (winterkoning), merels, spreeuwen, vinken, eksters, houtduiven, waterhoentjes en een wilde eend met maar liefst 11 kukeltjes, vertelt Wilma.

Aan de voorzijde de topgevel met donkergroen geschilderd houtbeschot en Bentheimkleurig waterbord en makelaar, en het ouderenhuisje met dezelfde materialen en kleurstelling. Aan de achterzijde glimt de naam Rozenburg je tegemoet op de wagendeuren. Met de zo kenmerkende Texelse boogschildering in Bentheim. Ik vertrek met de hoop snel terug te mogen komen bij deze Texelse pracht.

Foto: Anna Groentjes, 2023.

Auteur: Anna Groentjes

Dit artikel is eerder verschenen in Magazine Vrienden van de Stolp, nummer 113, 2023,  Boerderijenstichting Noord-Holland.

Publicatiedatum: 06/07/2023

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN