Aleid, de eerste gravin van Holland

Een gravin die een veldslag wint en haar dochter erfgenaam wilde maken. Het is het verhaal van Aleid van Kleef, de eerste gravin van Holland. Aleid was een strijdlustige vrouw die leefde eind twaalfde en begin dertiende eeuw.

Veel is er niet over haar bekend. Twee schrijvers lieten zich echter graag over haar uit. Tussen hen zit zeshonderd jaar verschil en zij voerden een geheel eigen agenda. De één omschreef Aleid als een sluwe heerszuchtige vrouw, de ander zag in Aleid juist een goede vorstin.

De klerk Melis Stoke schreef eind dertiende eeuw in opdracht van graaf Floris V over de geschiedenis van het graafschap Holland. Gravin Aleid is de grote verliezer in Stokes kronieken. Bijna haar hele leven lang lag Aleid overhoop met haar zwager Willem, die de jongere broer van haar man graaf Dirk VII was en de overgrootvader van Floris V. Ze won de veldslag tegen haar zwager maar moest het onderspit delven in de strijd om de erfopvolging. Naast verliezer is Aleid ook nog eens een vrouw die zich op een terrein begaf waar Stoke haar niet thuis vond horen: “Wanneer een vrouw eenmaal haar kunnen te buiten treedt, is het uit met de vrouwelijke deugden, en de heerszucht wordt spoedig hun eerste en alles bewegende drift.”

Eerherstel

Het was de meest gevreesde literaire criticus van de negentiende eeuw, Conrad Busken Huet, die het bijna zeshonderd jaar later voor gravin Aleid opnam. Zijn boekje ‘Ada van Holland. Eene historisch-litterarische studie’ gaat over de dochter van Aleid maar de schrijver staat ruimschoots stil bij de wijze waarop over Aleid geschreven is. Huet schreef de bekende en gevestigde schrijvers van zijn tijd graag de grond in. Volgens hem hadden velen Stokes kronieken klakkeloos overgenomen, waardoor de valse karakterschets van Aleid overeind bleef. Volgens de criticus had Aleid echter niets gedaan waarvoor een vorstin zich schamen hoeft: “Met hetzelfde recht sprong zij voor haar kind in de bres als waarmede een leeuwin dit voor haar jongen doet.” Huet zag Stokes beweringen over Aleid enkel als een “kortzichtig monnikenverwijt”. Het werd tijd om de oude grief tegen de gravin te begraven.

Vrouw Aleid te paard met haar leger op weg naar de West- Friezen in 1195. Links het voetvolk, rechts de ruiters. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Oorlog tegen de West-Friezen

Volgens Conrad Busken Huet was het bewonderenswaardig hoe Aleid het gebied van haar man, graaf Dirk VII van Holland, beschermde. Haar zwager Willem zocht in 1195 de aanval tegen zijn broer. Na het overlijden van hun vader had Dirk zowel Holland als Zeeland toegekend gekregen. Willem, die zelf net was teruggekeerd van de kruistocht waarbij hij zijn vader had verloren, kon dit niet verdragen en wilde wraak nemen op zijn oudere broer. Met succes zocht Willem steun bij de opstandige West-Friezen en samen met hen probeerde hij Holland binnen te dringen. Dirk was op dat moment in een strijd verwikkeld met de Vlamingen in Zeeland. Het was zijn vrouw Aleid die de strijd tegen Willem en de West-Friezen op zich moest nemen.

Aleid vertrok met een leger naar Egmond om de grenzen van Holland te beschermen. Ze nam daar met haar gevolg haar intrek in de Abdij van Egmond. Melis Stoke was honderd jaar na dato nog steeds woedend om het feit dat Aleid en haar soldaten zich daar roekeloos zouden hebben gedragen. Stokes bron was de zogeheten Egmondse annalist die zich in zijn annalen beklaagde hoe Aleid en haar mannen tot groot ongerief van de hele kloostergemeenschap waren geweest. Toch moest de annalist en daarmee ook Stoke toegeven: de gravin van Holland had geschitterd op het slagveld. Aleid en haar leger joegen de West-Friezen naar de oever van de rivier en uit angst om ingesloten te worden, vluchtte Willem weg. De zege was voor Aleid.

Even leek de gravin van Holland de geschiedschrijving mee te krijgen maar met de slag om Holland was de strijdbijl nog niet begraven. Dirk VII kwam vroeg te overlijden en zo verloor Holland zijn graaf. Aleid en Dirk hadden maar één kind, een dochter Ada die inmiddels vijftien jaar oud was. Aleid wilde Ada erfgenaam maken maar voelde de hete adem van Willem in haar nek. Willem droeg nog steeds de titel ‘zonder Land’ en zag zijn kans om de nieuwe graaf van Holland te worden.

Strijd om erfopvolging

Melis Stoke omschreef in zijn kronieken hoe Aleid haastig op zoek ging naar een geschikte huwelijkskandidaat om de erfopvolging te bewerkstelligen. Zij vond die in de jonge graaf Lodewijk van Loon en in korte tijd was het verstandshuwelijk geregeld. Dirk VII had volgens Stoke zijn laatste adem nog niet uitgeblazen of daar wenkte de gravin de jonge graaf Lodewijk al om naar haar kasteel in Dordrecht te komen om haar dochter Ada te huwen. Het lijk van Dirk werd snel in een doodskist gestopt, zonder dat het eerst, zoals gewoonlijk, enige tijd opgebaard gelegen had. De sombere lijkdienst werd overstemd door het gezang en gedans van de bruiloft.

Volgens Stoke was gravin Aleid nog vrolijker dan de bruid en bruidegom geweest, alsof haar ziel niet rouwen kon. Maar de kritische Huet geloofde Stokes beschrijving van deze hofceremonie niet. Dacht men nu werkelijk dat gravin Aleid, omdat zij een feest gaf, ook echt vrolijk is geweest en dat er daadwerkelijk net na de dood van de graaf was gedanst en gezongen? Volgens Huet had Aleid allang bewezen in het geheel geen harteloze vrouw te zijn geweest. Het werd haar verweten dat zij de nagedachtenis van haar man geschonden had, maar uiteindelijk was het Aleid die voor haar man en diens eer meer had gedaan dan de meesten ooit zeggen konden. Ook stelde de criticus dat de uitkomst van de strijd om de erfopvolging had bewezen dat Aleid de zaak al vanaf het begin goed had ingeschat: een strijd op leven en dood met graaf Willem I was het enige middel om voor haarzelf en Ada een plaats te veroveren aan het hoofd van het graafschap.

Ada van Holland

Het grote slachtoffer van het verhaal is diegene waaraan menig gedicht, treurspel en theaterstuk gewijd is: Ada van Holland. Melis Stoke zag Ada als slachtoffer van haar moeders heerszucht. Na het sterven van haar man was Aleids haat tegen haar zwager groter dan ooit. De jonge Ada werd door middel van het geëngageerde huwelijk de pion in de strijd om erfopvolging. Willem liet het huwelijk van zijn nicht zo gauw hij kon nietig verklaren. In de kronieken is terug te lezen hoe de goedmoedige Dirk VII zich op zijn sterfbed nog kon verzoenen met zijn broer en hem zelfs de voogdij van zijn dochter zou hebben opgedragen.

Hoe kon voogd Willem toestemming geven voor het huwelijk van zijn nicht dat door Aleid enkel was georganiseerd om hem te dwarsbomen? Conrad Busken Huet zag niet Aleid maar juist Willem als de bewerker van Ada’s ongeluk. Willem had er immers voor gezorgd dat het huwelijk tussen Ada en Lodewijk van Loon onwettig werd verklaard. Volgens Huet had Willem nooit de voogdij over Ada gekregen. Dirk en zijn broer waren al lang met elkaar in conflict. Dirk kwam Willem na de verloren veldslag weliswaar tegemoet door hem uiteindelijk als graaf van Friesland aan te stellen, maar daarmee was de broederlijke twist nog niet voorbij. Daarnaast mankeerde er niets aan de wettigheid van het huwelijk: de bruidegom behoorde tot de vrienden van Ada’s vader en hij was de kandidaat van haar moeder geweest. Alleen daarom al had Ada vrij moeten zijn om met Lodewijk van Loon te trouwen.

Op een punt stelde Huet Stoke in het gelijk: “Hij is dom die de wereld dient, de dode heeft geen vriend.” Dirk had nooit kunnen voorzien dat Willem zijn edelmoedigheid zou ‘belonen’ door Ada te beroven. De belangrijkste edelen die eerst Dirk steunden, kozen na zijn dood partij voor Willem, die zichzelf inmiddels tot graaf had benoemd. Ada had haar toevlucht gezocht in de burcht van Leiden maar daar liet Willem zijn nicht door zijn getrouwen in het nauw drijven. Willem had zijn bondgenoot, de koning van Engeland Jan zonder Land, bericht over het onwettige huwelijk van Ada. Hij overtuigde hem ervan dat het beter was dat Ada in Engeland verbleef, om zo het land in rust te brengen. En zo geschiedde: Ada werd naar Engeland gestuurd.

Portret van Ada, gravin van Holland, Adriaen Matham, 1620. Beeld: Rijksstudio

Loonse Successieoorlog

Terwijl Ada in Engeland zat vond aan de andere kant van de Noordzee de Loonse Successieoorlog plaats waarbij Willem en Lodewijk van Loon streden om het graafschap. Aleid stuurde tijdens de dynastieke vete nog een smeekbrief aan Jan zonder Land waarin zij hem ervan probeerde te overtuigen haar dochter terug te laten keren. Maar de koning gaf geen gehoor. In datzelfde jaar lukte het Lodewijk van Loon uiteindelijk wel om zijn vrouw uit Engeland te halen, onder voorwaarde dat zij haar claim op het graafschap zou opgeven.

Teruggekomen in Holland zette het echtpaar de strijd toch nog voort, maar het was Willem die zegevierde. Bij Melis Stoke ging Lodewijk van Loon de boeken in als middelmatig veldheer. ‘Graaf Willem van Holland’ was zijn held. Hoewel Conrad Busken Huet toegaf dat Willem alles had gedaan wat van een staatsman verwacht werd, wilde hij zijn lezers er graag aan herinneren dat Willem, al was hij nog zo’n goed kruisvaarder geweest, in Noord-Holland klop heeft gehad van Aleid van Kleef.

Eerste gravin

Ook Conrad Busken Huet blijkt uiteindelijk maar een man van zijn tijd. Hoewel hij in Aleid een groot gravin zag, stelde hij toch dat Aleid “door den nood gedwongen onvrouwelijke en onmoederlijke daden heeft gepleegd”. Maar het is zeer de vraag of Aleid zich in haar gedragingen zo door het noodlot heeft laten sturen. Zowel Conrad Busken Huet als Melis Stoke liet zich niet uit over het gegeven dat Aleid de eerste vrouw was die de titel gravin droeg. Wellicht is het zeer doelbewuste politiek geweest van Dirk en, gezien haar sterke persoonlijkheid, van Aleid zelf. In de oorkonden tussen 1198 en 1203 die door de Hollandse kanselarij zijn uitgevaardigd staan de graaf en gravin samen vermeld.

Een mogelijke verklaring is dat Dirk zijn onderdanen wilde voorbereiden op een regentschap van Aleid omdat er rekening mee was gehouden dat hij jong zou sterven. Het was in die tijd niet vreemd dat een weduwe met minderjarige kinderen tijdelijk regeerde. Het was echter nog nooit voorgekomen dat geen van deze kinderen een jongen was. Mogelijk hadden Dirk en Aleid voorzien dat een regentschap van Aleid hierdoor op weerstand zou zijn gestuit. Door Aleid alvast op de voorgrond te plaatsten, wilde men misschien eventuele problemen rondom de opvolging voorkomen.

Wat Stoke en Huet ook niet benoemden is dat Aleid alle hoofdrolspelers van het verhaal heeft overleefd. Met name de plaats waar zij begraven is, doet vermoeden dat zowel Stoke als Huet het conflict een tikje hebben overdreven. In 1237 schonk Aleid geld aan de abdij van Rijnsburg, waar zij begraven wilde worden. Juist op dat kerkhof lagen ook Willem en zijn vrouw. Aleid werd in 1238  daadwerkelijk op dezelfde begraafplaats als haar zwager te Rijnsburg begraven. Misschien koesterde de grafelijke familie veel minder grote wrok tegen Aleid dan de kroniek- en de geschiedschrijver hebben beweerd.

Herwaardering

Zowel Conrad Busken Huet als Melis Stoke voerden een geheel eigen agenda in hun beschrijving van Aleid. Huet heeft gelijk met zijn stelling dat als Aleid de strijd om de erfopvolging niet had verloren, het verhaal anders was geweest en dat men gunstiger over haar zou hebben geoordeeld. Melis Stoke bezorgde Aleid enkel slechte pers maar hij noemde haar wel. Het is grotendeels aan deze kroniekschrijver te danken dat Aleid überhaupt een plaats in de geschiedenis heeft gekregen. Los van alle dramatiek waarvan beide heren niet afkerig waren, moet Aleid een bijzondere vrouw zijn geweest. De eerste gravin van Holland stond middenin een middeleeuwse machtsvete en zij heeft getracht zich, hoewel ze uiteindelijk verloor, met opgeheven hoofd staande te houden. Het verhaal van Aleid van Kleef is het waard om zonder de mening van ijdele schrijvers opnieuw te worden belicht.

Auteur: Agnes Cremers

Bronnen

  • Arend, J.P., Algemeene geschiedenis des vaderlands van de vroegste tijden tot op heden. Deel 2: Van het jaar 900 tot 1581 na Christus. Eerste stuk (Amsterdam 1841).
  • Broer, C.J.C., ‘Echtgenote, deelgenote, lotgenote. Over oorkonden als bron voor vrouwengeschiedenis’, in: M. Mostert e.a. red., Vrouw, familie en macht. Bronnen over vrouwen in de Middeleeuwen (Hilversum 1990), pp. 147-167.
  • Huet, Conrad Busken, Ada van Holland. Eene Historische-litterarische studie (Leiden 1866).
  • Website van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (Huygens ING) en het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap (KNHG): http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/aleidvankleef

Publicatiedatum: 23/03/2012