Het was een angstige en woeste nacht, van dertien op veertien januari 1916. Een zware storm loeide over Noord-Holland en zorgde voor dijkdoorbraken in de provincie. Een grote watersnood was het gevolg. Door de overstromingen kwam een gebied van 14.000 hectare grond onder water te staan: Waterland, Volendam, Purmerend, Amsterdam-Noord, de Zaanstreek en de Anna Paulownapolder verdwenen in de golven. Huizen spoelden weg, veestapels verdwenen en er waren negentien slachtoffers te betreuren. Pas in maart 1916 waren de gaten in de dijken gedicht, en daarna moest het land worden drooggelegd. De gevolgen van de ramp zie je tot op de dag van vandaag, bijvoorbeeld in de Afsluitdijk of het veranderde aanzicht van plaatsen zoals Andijk.